zondag 26 januari 2014

hapjes

Met de kerstdagen en met oud en nieuw hebben we veel familie om ons heen gehad en vooral heel veel gegeten. Allemaal lekkere dingen. Allemaal herkenbare dingen. Zo had ik een ham di pasku klaar gemaakt. Eigenlijk al te vroeg. Voor de kerst was hij al op. Dus op de valreep toch nog maar een ham klaar gemaakt, zodat we met de kerst zelf ook ham hadden. Even naar de supermarkt gaan om een ham te kopen zit er hier niet in. Je moet je adresjes hebben, en in het Brabantse land, niet in de buurt van een grote stad is dat wel een uitdaging. De groothandel bood uitkomst.
Niet alles is een uitdaging. De bananenbladeren om de ayaka’s in te wikkelen kan ik bestellen bij de lokale supermarkt. Drie dagen later is het in huis, alleen het funchimeel, dat is weer een ander verhaal. Die kan ik hier niet bestellen. Daarvoor moest ik naar de toko in de stad. Maar ook dat ligt eraan waar je woont, want bij mijn zus, die vlakbij Rotterdam woont, lag het wel gewoon in de supermarkt in het schap.
De kalaboontjes hebben we ook bij de toko gekocht, alleen dat pellen hé. Dat blijft een hels werk, daarom smaken ze denk ik ook zo lekker. Je hebt er zo hard aan gewerkt om alles gepeld te krijgen, dat ze wel goed moeten smaken. Gelukkig namen mijn zus, haar dochter en de buurvrouwen die taak op zich dit jaar en mocht ik volstaan met proeven en genieten.
Jammergenoeg mislukten de empana’s en de aardappelkroketten. Geheel gemaakt volgens recept, ik had uren in de keuken gestaan ter voorbereiding en bij het uiteindelijke afbakken zagen de aardappelkrokketten het niet meer zitten. De ene helft viel uit elkaar en de andere helft bleef slap en uit vorm. Bij de empana’s was het probleem al eerder zichtbaar. Het begon al dat ze zich niet wilden schikken in de halve maan vorm en bij diegene die daar wel toe bereid waren lieten alle structuur varen in de hete olie, zodat er uiteindelijk niets over bleef. Het was inmiddels half tien in de avond, terwijl ik om één uur in de middag begonnen was. Het huilen stond mij nader dan het lachen, maar de kaasballen maakten alles weer goed. Die had ik nog klaar staan om af te bakken en die lukten allemaal. En ze waren heerlijk. Er waren er voor oud en nieuw niet zoveel meer over, want elke keer als iemand van ons langs de schaal liep werd er weer één uit gegeten. Maar dat gaf niets. Ze smaakten goed.

Dan had mijn zus ook nog kip op zuur gemaakt en had mijn zwager oliebollen gekocht voor oud en nieuw. Aan eten dus geen gebrek. Wel aan talent om alles te kunnen maken wat ik zou willen. Ik ga dit jaar maar eens op zoek naar een cursus in de buurt om empana’s, pastechi’s en aardappelkroketten te leren maken. Dat lijkt me een prima voornemen voor 2014. 

dinsdag 14 januari 2014

kerstkrant 2013

Vrienden voor het leven
Volgens Wikipedia verstaan we onder vriendschap, een nauwe relatie tussen twee of meerdere mensen, waarbij geslacht geen rol speelt. Het belangrijkste waarop een goede vriendschap gebouwd is, is vertrouwen en onvoorwaardelijkheid.
En ik herken dit enorm als ik naar mijn vriendengroep kijk. In mijn pubertijd was ik deel van een enorme grote vriendengroep. Samen deelden we alles, lief en leed, elke dag weer opnieuw. Dit was niet de enige vriendengroep waar ik mij thuis voelde. Ik voelde mij thuis bij meerdere vriendengroepen.
Deze groepen kwamen zo nu en dan samen, daar was ook wel eens overlap van mensen, maar over het algemeen waren het aparte groepen. Apart in de zin van, andere samenstelling van mensen. Zo had ik een vriendengroep die zeer gemixt was, Nederlander en Antillianen, blank en donker, minder bedeeld en zeer bedeeld, je kon het zo gek niet bedenken, maar we waren een hecht, maar bont gezelschap. Wat maakte het dan, dat wij ons verbonden voelden met elkaar? Hadden we een gezamenlijk iets?
Mijn andere vriendengroepen kan ik beter typeren. Zo was er de groep vrienden, die als gemeenschappelijke deler Venezuela / Zuid Amerika / Spanje had. Allen Spaanssprekend.
En een andere groep die elkaar veel zag had als gemeenschappelijke deler muziek. We vormden een scholierenorkest en met enkelen van hen ontstond een hechtere vriendschap.
Zo was er ook die vriendengroep van school.
Ik voelde mij bij al de groepen thuis en de mensen zijn mij nog steeds allemaal even lief. Met de een heb ik meer contact dan met de ander, maar als ik naar de definitie kijk van vriendschap, gegeven door Wikipedia dan is vooral die onvoorwaardelijkheid een belangrijke factor.
Ik kan mensen voor jaren niet spreken, maar ik weet dat als ik ze nodig heb, ik maar hoef te bellen en ze staan voor mij klaar. En niet alleen wanneer ik ze nodig heb is het contact goed.
Zo heb ik vrienden in Nederland wonen en we zien elkaar soms maar één keer per jaar. We hoeven nooit opnieuw te beginnen, het is nooit vreemd. Het is altijd vertrouwd en prettig. Je hebt meteen een hoop om bij te kletsen over het afgelopen jaar, maar dat wordt door geen van beide partijen als vervelend ervaren. Sterker nog, het komt elk jaar weer ter sprake dat het toch wel heel bijzonder is dat wij elkaar, na ruim vijfentwintig jaar, nog steeds als vrienden beschouwen en dat we elkaar nog steeds iets te vertellen hebben, ondanks dat we elkaar eigenlijk nooit zien. Zo weet ik van hele goede vrienden niet wie hun Nederlandse vrienden zijn, ik heb er geen idee van hoe ze de verjaardagen van hun kinderen vieren, maar als ze voor me staan kan ik aan hun gezichtsuitdrukking meteen zien hoe ze zich voelen. We voelen ons nog steeds veilig bij de ander en dat voelt elke keer weer als een soort van thuiskomen.
Nog niet zo lang geleden had ik een verjaardagsfeestje in Amsterdam. Het is voor ons een uur rijden om er te komen, maar we hebben het er graag voor over. Daar aangekomen is het een blij weerzien met oude bekenden. Sommigen had ik al jaren niet gesproken, anderen nog recent, maar het was enorm gezellig en als vanouds hadden we weer veel lol. Wat dan ook opvalt is dat oude patronen van toen, a la minuut weer in ere worden hersteld. Zonder dat iemand zich daar op dat moment bewust van is. En niet alleen patronen zijn herkenbaar, we accepteren dit ook onvoorwaardelijk van de ander. We proberen niemand te veranderen. Waarschijnlijk hebben we dat allang geprobeerd, vijfentwintig jaar geleden, en waarschijnlijk weten we ook dat het geen zin heeft.
Overzeese vrienden zien we uiteraard nog minder, maar dankzij Facebook hebben we meer contact dan ooit, sinds we verhuisd zijn van het eiland. Ik weet niet of anderen dit ook zo voelen, maar als ik daarnaar vraag dan wordt dit wel herkend. Er is veel te zeggen over Facebook over privacy en massaal en noem maar op, maar het is voor mij wel een waardevol medium. Het houdt mij in contact met mensen die ik niet dagelijks meer om mij heen kan ervaren. De afstand is hierin de grote boosdoener. Niet alleen overzees, maar zeker ook binnen Nederland. Het rijden vind ik nog niet eens het grote probleem, dat heb ik er wel voor over, maar de spontaniteit is er niet. Ik stap niet in de auto om een uur te rijden, om te kijken of een van mijn vriendinnen misschien thuis is.
Op Curaçao rij je makkelijk een blokje om, om te kijken of er iemand thuis is, dat doe ik hier niet en dat mis ik wel.
Zo onvoorwaardelijk als vriendschap is, zo gekunsteld wordt het als je altijd van te voren moet afspreken wanneer je elkaar wil zien.  Bij echte vriendschap maakt het niet uit wanneer je elkaar ziet, dat mag elke dag zijn, daar zou geen agenda aan te pas hoeven komen.
Ik prijs mij gelukkig met Facebook, via dat medium heb ik weer opnieuw contact met mensen die ik al jaren niet meer gesproken had. Ik kan op die manier een beetje meeleven met hun leven, het voelt als het vroegere langsrijden. Even kijken wat de anderen aan het doen zijn. Ga ik mee doen of kies ik er nu even niet voor? Nu doen we dat dus virtueel.
Ik prijs mij gelukkig dat ik dit kan opschrijven. Ik heb een hoop vrienden waar ik op kan bouwen. De een meer boezemvriend dan de ander, maar wel allemaal vrienden. Man of vrouw maakt niet uit. Het is vertrouwd en onvoorwaardelijk.
Bon Pasku i bon aña


zondag 1 december 2013

afval dumpen

Het is een groot probleem dat veel mensen hun afval dumpen in de mondi. Een soort van struisvogelpolitiek, als we het niet meer zien, dan bestaat het niet meer.
Ik heb mogelijk een oplossing. Ik heb altijd geleerd dat je business ideeën niet moet delen, omdat anderen dan met jou idee aan de haal kunnen gaan. Bij dit idee hoop ik van harte dat dat gebeurd. Sterker nog, ik daag u uit. Wie gaat het als eerste aanpakken. Er zit echter één restrictie aan vast, niemand mag er een inkomen uit genereren. Het moet een non-profit idee blijven. Nu denkt u misschien dat dit onmogelijk is, maar lees eerst even verder.
De eerste vraag die bij mij opkomt, als het om afval dumpen gaat is, waarom doen mensen dit? Je kan je afval toch naar Landfill brengen? Voor zover ik weet is dat voor particulieren gratis. Er zit er één op Banda bou en één op Banda riba. Goed verdeeld zou je zeggen, maar wat dan nog  kan meespelen is dat het benzinegeld kost om het te vervoeren en dan is de mondi vaak dichterbij, dus goedkoper.
Voor bedrijven is het niet gratis om je afval weg te brengen, meen ik. Die hebben dus een dubbel argument om hun afval naar de dichtstbijzijnde mondi te rijden. Ook hier zijn de benzinekosten een punt, en het moeten betalen bij afgifte als je het wel netjes wegbrengt naar de Landfill.
Stel nu, dat het geen geld kost. Sterker nog, je krijgt er iets voor terug. Het zit zo.
De eerst volgende keer dat je iets wegbrengt naar de Landfill, krijg je een stempelkaart. Afhankelijk van de hoeveelheid afval die je komt brengen krijg je een stempel. Dit zal gaan per kuub, 1 kuub 1 stempel, 2 kuub 2 stempels, bijvoorbeeld.
Die stempelkaart is persoonlijk, gekoppeld aan je sedula, dus stelen is zinloos, immers je moet je identificeren, anders kun je hem niet inwisselen, en dat is nu precies wat je straks wil gaan doen met uw volle stempelkaart.  Hier zit uw winst om de moeite te nemen om uw afval naar de Landfill te brengen.
Bij een volle stempelkaart kan je hem inwisselen naar keuze. Bijvoorbeeld een keer gratis tanken, of keer uit eten, cash korting op je boodschappen bij één van de grotere supermarkten, met het hele gezin een keer gratis naar de kapper, nummertje 1 bij het belastingkantoor als u uw auto moet laten keuren, een verfbeurt voor uw huis. Groot-, klein- en middenbedrijf zullen deze acties kunnen sponsoren. Hun winst zit in de reclame die ze krijgen voor hun bedrijf.

Het is een win-win-win situatie. U bent uw afval gratis kwijt, bedrijven krijgen zo gratis reclame, en het eiland wordt weer schoon.

maandag 25 november 2013

Verlanglijstje Sinterklaas

Verlanglijstje voor Sinterklaas:
-          Schone stranden en schone mondi’s
-          Gratis of goedkope stranden
-          Voor alle zwerfhonden een baasje dat van hem of haar houdt
-          Wegen zonder gaten erin
-          Gratis wijkputten zodat de tuinen mooi groen kunnen zijn
-          Geen monopoly posities meer van grote bedrijven, zodat eerlijke concurrentie mogelijk is
-          Een eenduidig antwoord op zoveel vragen van het ambtenaren apparaat
-          Gratis schoolboeken voor iedereen aan het begin van het schooljaar
-          Verplicht (gratis) zwemles voor alle kinderen op het eiland
-          Een fatsoenlijke basisverzekering die ook in het buitenland geldt, ongeacht leeftijd
-          Goedkoper eten, zodat iedereen het hele jaar door kan eten, en niet alleen met kerst
-          Gratis stroom voor de armsten, zodat ze het hele jaar door stroom hebben
-          Goedkopere tickets zodat de overzeese families vaker bij elkaar kunnen komen
-          Politici die doen wat ze zeggen
-          Politici die zeggen wat ze gaan doen

-          Oh ja, en natuurlijk wereldvrede 

zaterdag 16 november 2013

Koningin Máxima

Beste  Koningin Máxima,

Ik schrijf deze brief aan u, wetende dat u al heel snel op het eiland zal zijn. Misschien is iemand zo vriendelijk om de krant twee dagen te bewaren, zodat u ook kunt lezen wat ik te vragen heb.
U bent, net als ik, erfelijk belast met het gen dat ons enig en uniek maakt. Niet enig in de zin van, dat enkel u en ik het hebben, want heel Zuid-Amerika is ermee belast als ook de zuidelijke landen in Europa. Nee enig, in de zin van, wat leuk, het is bijzonder en passievol. Het gen waar ik dagelijks mee te maken heb is mijn temperamentgen. Ik weet niet of dat bij u ook zo’n prominente rol speelt, maar bij ons thuis wel.
Er gaat geen week voorbij of ik voel het gen in mij borrelen. Ik ben nooit gewaarschuwd dat het komt, het is er ineens. De aanleiding is ook steeds weer anders, waardoor anticiperen erg lastig is  voor me. De ene keer zie ik iets op televisie voorbij komen, de andere keer loop ik op straat en verbaas ik mij over iets. Maar het meest verrassende is toch elke keer weer mijn man. Dan zijn we samen in gesprek en dan zegt hij bijvoorbeeld iets dat minder positief is over Curaçao. Ik zeg met nadruk, iets minder, want over het algemeen heeft hij een zeer positief beeld van Curaçao.
Maar die enkele keer dat dat niet zo is, daar kan mijn temperament niet mee omgaan. Ik kan het gevoel niet bedwingen.  Ik heb er geen keus in, het neemt mijn denken en handelen volledig over en ik reageer als een echte furie, meestal nog net niet stampvoetend, en ik ga vol in de verdediging. Kom niet aan mijn eiland staat figuurlijk op mijn voorhoofd geschreven.
Nu is zo’n uitbarsting bij mijn man wel te overzien, hij weet waar het vandaan komt en weet dat na de eerste vuurballen, mijn realiteitszin weer tot leven wordt gewekt, waarna ik zuur kijkend me ook kan vinden in zijn standpunt. Lastiger wordt het op mijn werk, in de winkel, aan de schoolpoort en ga zo maar door.
Ik kan me zo voorstellen dat u dit ook heeft. Belast met dit gen, dat ons enig maakt, we gaan immers vol passie voor onze doelen, maar die ons ook in de problemen brengt, omdat de nuchtere Hollander hier niet altijd begrip voor kan opbrengen.
Nu zal uw man er ook wel begrip voor kunnen opbrengen dat hij af en toe alleen op de bank moet slapen als uw temperament vindt dat hij een onterechte opmerking heeft gemaakt, maar wat doet u met al die miljoenen Nederlanders die ook een mening hebben, en die niet onder stoelen of banken steken?  Heeft u voor mij de gouden tip, zodat ik mijn temperamentgen kan inzetten voor betere doeleinden?
Misschien kunt u hier over nadenken tijdens uw bezoek. Het lijkt mij beter als u mij hierover schrijft, mocht mijn temperament mij overvallen na uw suggesties, ik zou niet willen dat mijn figuurlijke vuurballen een smet op uw bezoek zouden worden.


zondag 10 november 2013

Op zijn smalst

Nederland op zijn smalst. Het is al geen groot land, maar ze maken zichzelf zo mogelijk nog kleiner. Dat je hier niet met drank op achter het stuur moet zitten dat weten we inmiddels wel. Dat de gemiddelde Antilliaan daar wat langer aan heeft moeten wennen, dat is zo. Maar dat je hier ook niet dronken op de fiets mag zitten was wel een tegenvaller. Dan ga je eindelijk een keer fietsen, denk je verstandig te zijn, dus niet met de auto naar de kroeg, maar met de fiets, wordt je er voor afgestraft. Het kan echter nog erger. Dronken over straat lopen mag ook niet. Ook daar kan je een bekeuring voor krijgen. Nu had ik de oplossing, dronken in het café zitten en wachten tot de ergste dronk eraf is, maar dat mag dus ook niet meer. Je mag niet meer dronken zijn in het café. In ieder geval niet meer in Amsterdam. Dus, je mag wel een drankje drinken, maar je mag er niet meer dan een paar en je mag dan eigenlijk ook niet zelfstandig naar huis. Niet met de auto, niet fietsend, niet lopend en je mag ook niet blijven zitten waar je bent.
Dan houden we gewoon een feestje thuis, dat scheelt weer die bekeuring. Drank in huis, muziekje erbij, barbecue aan. Maar ook daar gaat het mis. Drankje in huis mag, mits deze is gekocht door iemand van boven de achttien. Legitimatie verplicht. Muziekje mag, mits hij niet te hard staat, de buren klagen al gauw en als de politie twee keer aan je deur heeft gestaan loop je het risico dat ze je apparatuur in beslag nemen of dat je een bekeuring krijgt. En dan die barbecue nog. Dat lijkt mij toch geen probleem. Maar dat is het wel als je in een bepaalde wijk in Zwolle woont. Daar mag sinds deze zomer niet zomaar gebarbecued worden. Daar heb je toestemming voor nodig, die je kunt aanvragen bij de gemeente.
Uit frustratie laat ik de hond nog een extra rondje uit. Met plastic zakjes bij de hand, want elke drol die de hond laat buiten, dien ik ter plekke op te ruimen, mee te nemen en thuis weg te gooien, want als ik het weggooi in een openbare prullenbak, dan krijg ik daar weer een bekeuring voor. Nu willen ze ook dat paardrijders de paardenpoep opscheppen als deze die heeft laten vallen. Dus afstappen maar, grote zak bij je hebben, poep scheppen en het paard als lastdier weer in gebruik nemen om de poep te vervoeren.
Ik denk dat ik nog maar een borrel neem, en de volgende keer dronken mijn hond uitlaat, terwijl ik een sateetje in de hand bij me heb om te snacken. Maar wellicht heb ik een regel gemist, en mag je niet meer eten op straat?
Nederland, betuttelland, ik hou mijn onderdanen klein land. Geef ons a.u.b. wat ruimte. Laat ons zelf nadenken. Heb eens vertrouwen in de mens en geef niet toe aan die paar die meteen klagen over alles wat net even afwijkt van de norm.


zondag 3 november 2013

zwemvierdaagse

Het is herfstvakantie geweest en dan heeft ons dorp bedacht dat het leuk is om een zwemvierdaagse te organiseren. Kind enthousiast, dus we doen mee. Dat betekent wel, vier dagen achter elkaar zwemmen. Er zijn vijf dagen dat je mag komen, dus je mag nog een keer ziek zijn ook.
Dat betekent wel meteen dat je ook gebonden bent aan vier dagen je dorp rond zes uur in de avond. Even een dagje weg kan wel, maar om vier is het toch echt van: we moeten weer terug, want er moet gezwommen worden.
De knipkaart die je krijgt is voorzien van naam en leeftijd. Voornaam hoeft niet. Dat kwam goed uit. Als onze achternaam volstond, dan konden we afwisselen. Leeftijd maakte ook niet uit. Iedereen onder de twaalf en boven de veertig hoefden maar tien baantjes te zwemmen.
De eerste dag ben ik meegegaan. Wat is dat toch altijd koud, zo’n zwembad. Dat wil zeggen, het wedstrijdbad. Tien baantjes dus, peuleschil, voordat je het weet ben je klaar. Nou, niet helemaal. We begonnen netjes in baan1 en werkten ons op tot de laatste baan van het zwembad. Bij baan 4 raakten we in de problemen. Die was gereserveerd voor volwassenen en om ons joepie nou alleen te laten zwemmen, dat is niet gezellig. Dus na een waarschuwing van de dienstdoende badmeester, snel door naar baan 5. De beloning na de tien baantjes is toch wel de douche. Heerlijk warm. En voor zoonlief was de glijbaan de beloning.
Dat we tien baantjes zwommen over het hele bad had niet gehoeven begreep ik van mijn man, die de volgende twee dagen voor zijn rekening nam. We hadden in dezelfde baan heen en weer kunnen zwemmen. Maar een beetje afwisseling is ook wel leuk. Na drie baantjes heb je toch niets meer te zeggen tegen die meneer die zo vriendelijk lacht of tegen die mevrouw met die vreemde badmuts op haar hoofd.
De laatste dag mocht ik weer. Joepie, dat betekende dat ik de medaille mocht halen die erbij hoort. Voor de hoeveelste keer ik meedeed moest ik invullen. Als volwassenen voor de eerste keer, en dan nog maar half, maar dat hebben we er uiteraard niet bij verteld. Als kind heb ik meerdere keren meegedaan. Die mocht ik meetellen. Ik had kunnen aangeven dat ik minstens tien keer mee had gedaan, dan had ik een mooie gouden medaille gehad. Maar ik wilde het voor mijn zoon niet moeilijker maken dan het was. Hij had zijn bronzen medaille voor deze zwemvierdaagse dan wel verdiend, maar oei oei oei wat zwemt dat kind slecht. Hij lijkt wel een zeepaardje, op en neer en op en neer. Ik was er toch zelf bij dat hij zijn A en B diploma heeft gehaald, maar ik heb gedreigd met zwemlessen als hij niet beter zijn best ging doen.

 Ik heb gezegd dat ik er nog wel een nachtje over zou gaan slapen, maar wat een nachtmerrie.