zaterdag 29 april 2017

baby duif

‘Mama, kom vlug, kom vlug’, hoor ik roepen vanaf de straat. Vlug leg ik mijn boek neer. Ik denk op zijn minst dat er een ernstig ongeluk is gebeurd. Een waterval van woorden stort zich over mij uit. Ik kan erop uitmaken dat hij in een boom was geklommen. Dat hij was gaan zwieren aan een tak. Tot over niets nieuw en terwijl ik naar hem luistere check ik meteen of er niets met hem aan de hand is of dat er nergens een gewonde buurman of buurvrouw ligt. Ik zie niets bijzonders. ‘En toen mam, vloog die moeder weg en de baby is gevallen en die kan niet vliegen en die zit daar’. Ik kijk ik de richting van zijn vinger en zie een baby duif op de grond zitten. Niet zo piepbaby meer, een hand volbaby eigenlijk al, maar inderdaad, hij kan nog niet vliegen. Ik raap het duifje op, wat hij overigens niet heel prettig vond. Hij doet erg zijn best om los te komen uit mijn greep. Ik vraag op welke tak het nest zit en moet concluderen dat mijn zoon aan een redelijk hoge, maar dikke tak heeft gezwierd. Ik sommeer hem de keukentrap te halen om er al heel snel achter te komen dat mijn wiskundig inzicht wat betreft het inschatten van hoogtes op geen enkele manier met een voldoende wordt afgesloten. Wat nu? Ik sta daar met die vogel in mijn hand die ons  nu rustig observeert. Kijkt wat we nu gaan bedenken. Ik heb wel een idee, maar weet ook dat ik dat idee niet kan uitvoeren. Mijn man zou het makkelijk kunnen, maar die zou pas over een paar uur thuis komen. Ik stuur zoonlief weer op pad. Die keer om een buurman te halen die op een lange ladder durft te staan. Na een rondje fietsen is er een buurman gevonden en hij wil ook nog komen helpen. Ik leg uit wat mijn plan is en overhandig hem de vogel. Ik haal onze lange ladder die opgevouwen binnen staat. Buiten helpt de buurman met het ontvouwen van de trap. Ik weet precies hoe dat moet, maar moet helaas bekennen dat het aan pure kracht ontbreekt om deze klus te klaren. De ladder wordt tegen de takken gezet. Hij veert wat mee, maar de buurman durft het aan om erop te klimmen. Dat is prettig. Naast de kracht die ik mis heb ik ook hoogtevrees en voor geen goud stap ik op die lange ladder die nu zwierig meebuigt tegen de takken aan. Zoonlief zit met zijn handen voor zijn ogen achter de muur. Enige projectie is hier wel ontstaan ben ik bang. Halverwege de weg omhoog overhandig ik de babyduif, zodat de buurman hem op het nest kan zetten en nadat deze meteen weer besloot om nu het moment van uitvliegen te kiezen werd hij wederom op het nest gezet. En nu bleef hij zitten. Vlug ruimden we alles op in de hoop dat de moederduif hem alsnog zou accepteren. Met een klim- en zwaaiverbod voor zoonlief, een uitvliegverbod voor de baby en een uitstootverbod van de moeder zou het toch goed moeten kunnen komen. 

zondag 16 april 2017

oude gewoontes

Oude gewoontes herleven hier. Zoonlief zit op het toilet als ik hem hard hoor roepen. Er liep een kakkerlak door de badkamer en of ik die wel even dood wilde slaan voor hem. Ik loop naar de kamer en pak mijn slipper. Tegen de tijd dat ik terug kom is de kakkerlak hem op vier poten rondrennend vliegensvlug gevlogen. Ik vraag nog waar hij heen is gegaan, maar dat wist onze zoon ook niet. Hij wist wel dat ik bij hem moest blijven, want stel dat hij terug zou komen. Ik geloof niet dat hij er bang voor is. Hij pakte werkelijk elk beest vast dat hij vond in de tuin in Nederland. Van jongsaf aan al. En ook hier moeten we hem beschermen door hem te leren dat hij niet zomaar elk dier kan oppakken, maar ik denk dat hij het wel gezellig vond als ik even bij hem kwam staan. Kon hij ondertussen een beetje kletsen. Ik kan mij herinneren dat ik met opgetrokken voeten op de wc zat als er een kakkerlak rondliep. Of ik nu moest plassen of niet. Ergens lukte dat altijd toch nog. Meestal keek ik eerst goed rond en als ik zeker dacht te weten dat er nergens één zat ging ik naar binnen. Ook nu hebben we geen wc-rolhouder hangen, dus de rol staat op de wasbak en uit ervaring weet ik dat ze zich het liefst daarin schuil houden. Ik pak de rol voorzichtig vast en op afstand kijk ik in de rol. Leeg. Fijn. Je zou denken dat ik in Nederland toch een stuk rustiger naar het toilet zou kunnen gaan, maar niets is minder waar. Kakkerlakken had ik daar niet, maar spinnen des te meer. Er zat er altijd wel één of meer. Niet altijd zichtbaar en dat bracht toch een bepaalde spanning met zich mee. Je wist nooit van te voren of de spin zich zou laten zien en als hij dat deed wist je nooit wanneer. Was ik al bijna klaar? Of had ik nog tijd om naar buiten te lopen? De avonden dat mijn man niet thuis was waren de ergsten. Van onze zoon hoefde ik geen hulp te verwachten. Naast de hoogtevreesprojectie is dat bij de spinnen ook helaas gelukt. Ik durfde nooit meer terug de wc in. We hadden gelukkig wel twee wc’s in huis, dus ik riskeerde geen blaasontsteking door helemaal niet meer te gaan. Maar net als met de kakkerlakken, waren de spinnen ook altijd weg als ik mijn man ze liet doodslaan. Ze verstopten zich voor die slipper of grote hand met keukenrolpapier om weer schaterend tevoorschijn te komen als ik er was. Voor de beesten was het een spelletje en ik was duidelijk de grote verliezer. Hoe groot mijn slipper ook is winnen zou ik niet. Toen niet en nog steeds niet. Oude gewoontes herleven. 

column

Mensen vragen wel eens aan mij, hoe dat nu gaat zo’n column schrijven. Ben je er lang mee bezig? Waar schrijf je ze nou? Is het nu anders schrijven dan toen je nog in Nederland woonde? Wat heb je er voor nodig? Om met die laatste vraag te beginnen heb ik een flinke dosis inspiratie nodig. Die haal ik uit zeer uiteenlopende zaken. Soms dienen ze zo opvallend aan dat ik er niet om heen kan. Er gaat meteen een lampje branden en ik maak een mentale aantekening van hetgeen ik meemaak om het niet te vergeten. Ik denk er dan niet meer aan en ga op in mijn werkzaamheden waar ik mee bezig was. In het begin was ik wel eens bang dat ik het niet zou onthouden en ik heb mijn auto wel eens aan de kant gezet om aantekeningen te maken op papier. Inmiddels heb ik geleerd dat het tijdelijk vergeten niet erg is. Het onderwerp komt gedurende de week terug. Soms ontvouwen zich al hele zinnen in die week. Die moet ik overigens wel opschrijven, want zoals ze de eerste keer in mijn hoofd zitten, zo onthoud ik ze geen tweede keer. Dat levert soms beste gekke situaties op. Ik stond vorige week voor de klas en terwijl ik iets aan het vertellen ben, springt zo’n zin naar voren in mijn brein. En terwijl ik mijn verhaal af maak en de kinderen aan het werk zet vraag ik één kind om een kladblaadje en pen te pakken. Ik vraag hem of hij iets wil opschrijven voor mij. Trouw en beleefd als de kinderen zijn schrijft hij mijn gedicteerde zin op. Ik leg aan de klas uit dat ik later zal uitleggen waarom hij deze ene zin moet opschrijven. En ondertussen ga ik verder met mijn werk. De kinderen luisteren naar mijn uitleg, maar vinden het verhaal achter het verhaal een stuk amusanter. Of ik lang met een column bezig ben ligt helemaal aan mijn bui en het onderwerp. Daar staat geen vaste tijd voor. Zoals ik al zei, ben ik met sommige columns in gedachten al een week bezig. Die zet ik dan redelijk vlot op papier en op anderen moet ik echt een tijdje broeden. Soms komt daar een prachtig kuiken uit en soms moet ik toegeven is het een lelijk eendje. Zolang ik in sprookjes blijf geloven is dat uiteindelijk niet erg, dat lelijke eendje werd uiteindelijk ook een mooie zwaan. Ik schrijf de columns het liefst thuis, in de avond, wanneer ik weinig afleiding heb. In Nederland had ik nog wel eens de televisie op de achtergrond aanstaan, met het geluid heel zacht aan of met een programma dat überoninteressant was dat het niet afleidde. Nu op Curaçao zoek ik het achtergrondgeluid op youtube. En ook dan verschilt het per onderwerp welke muziek ik op heb staan. Dus hoe gaat dat nou zo’n column schrijven? Daar kan ik geen eenduidig antwoord op geven. Dat verschilt per keer. En het maakt niets uit waar ik zit. Je moet de onderwerpen willen zien en dan komt de inspiratie vanzelf. 

nieuwe geluiden

Nu we in ons nieuwe huis wonen moeten we allemaal weer wennen aan de nieuwe geluiden die daarbij horen. Welke honden blaffen er nu en waarom blaffen ze?,  vraagt onze zoon die wakker is geworden van het lawaai en naar eigen zeggen echt niet meer kan slapen als ik niet even heb gekeken en in zijn eigen bed slapen zit er ook niet meer in nu, want ook nu, naar eigen zeggen, hij is klaarwakker geworden van de  honden.  Als ik naar buiten kijk, zie ik helemaal niets. En wat is dat voor geluid? Elke keer als ik net in bed lig lijkt het wel of er een vliegtuig opstijgt vanuit de straat, of is het vuurwerk? Maar elke avond? Dat is toch gek in maart. Wat is het toch? Ik ben heel slecht in geluiden nadoen, dus mijn man snapt niet wat ik bedoel. Het is dat ik erbij vertel dat ik een geluid nadoe, hij is in staat om Capriles te bellen. Ik vraag hem om ook te luisteren en ja hij hoort het ook, maar wordt er niet koud of warm van. Hoort bij het huis zegt hij nuchter. Ik woonde in Nederland altijd heel graag op een flat. Het liefst niet te hoog i.v.m. mijn hoogtevrees, maar op de tweede verdieping vond ik erg prettig. Te hoog voor inbrekers, niet te hoog om naar beneden te kunnen springen als er brand uitbreekt en ondertussen hoorde ik van alles altijd. De buren die de wc doorspoelen, of de buren aan de anderen kant die onder de douche stonden. De buurvrouw beneden had de televisie vaak hard aan en ga zo maar door. Typische flat geluiden. Mijn vriendin is bij mij op bezoek en heeft hier ook in de buurt gewoond en vraagt mij of het op zondagavond nog steeds zo erg is met de ‘race-auto’s ‘ die van Koraal Tabak afkomen en de openbare weg als een verlengstuk van het race terrein van koraal Tabak zien. Ik moet bekennen dat ik nog niets gehoord had, maar nog geen uur later diende de eerste motor zich aan. Ik denk dat er minstens honderdzestig automobilisten, motoristen, trikisten en ander racevolk zich naar huis bevond. Met de nodige feverrondjes lieten ze flink van zich horen. Ik kon ze dan weliswaar niet zien, maar horen des te beter. Wat een geluidvervuiling en ik snap meteen waarom mijn vriendin op zondagavond rond zeven uur  niet de straat op ging. Levensgevaarlijk. Waar we zo onderhand de klok op gelijk kunnen zetten is ons hondenconcert. Elke avond gaan alle honden in de wijk even janken naar en met elkaar. Ook zij nemen de dag met elkaar door. Het lijkt steeds korter te worden, of wij zijn er ondertussen aan gewend. Dus de meeste geluiden zijn ons nu wel bekend. Zelfs het mysterie rond het opstijgende vliegtuig vanuit de straat is opgelost. Niks spectaculairs, helaas. Enkel de vlotter van de w.c. die bij het laatste drupje water ook wat lucht aanzuigt. Ik vond dat klinken naar een opstijgend vliegtuig. En waarom ik dat alleen hoorde als ik net in bed lag laat zich raden.


maandag 27 maart 2017

botica

Het is nooit leuk als je kind ziek is en zeker niet in de avond in het weekend. Een keer overgeven vind ik niet eng. Twee keer schrik ik ook niet van, maar acht keer in nog geen twee uur tijd is mij iets te veel. Bij navraag bij de dienstdoende huisarts kan ik langskomen voor een recept om een medicijn te halen dat de braakneiging stopt. Gelukkig kon ik het adres van de huisarts goed vinden. Het bleek een hele lieve mevrouw die nog tips erbij gaf ook voor in de toekomst. Ze vertelde me over medicijnen om op voorhand in huis te hebben, just in case. In de auto heb ik mijn moeder gebeld om te vragen welke botica dienst had en ook die kon ik goed vinden. Het was op weg naar huis. Er stonden maar drie wachtenden voor mij, dus voor mijn gevoel was ik redelijk snel aan de beurt. Gelukkig maar, want ik wilde snel naar huis met de medicijnen, naar mijn zieke kind. Helaas stopte de vaart die erin zat voor mij. Het medicijn bleek in die botica niet voorradig te zijn. Hij wist wel te vertellen welke botica het wel had. Deze lag niet direct op mijn route naar huis. Na een kleine tien minuten rijden had ik de botica gevonden. Maar er was helemaal niemand, maar ook geen uitgifte luikje, niets. Dus maar weer mijn moeder bellen. Hoe nu verder? Bleek dat er twee zaten op deze weg. De juiste botica was nu snel gevonden. Er stonden veel auto’s voor de deur en zeker zes wachtenden. Op het moment dat ik aan de beurt was, waren er na mij minstens vijf mensen bij gekomen. Deze botica was duidelijk populair. Ik moest eerst allerlei gegevens invullen op mijn receptbriefje. Helaas was daarmee mijn beurt wel meteen vergeven aan de volgende vijf personen die na mij waren gekomen. Nadat nu alles in orde was, begon het lange wachten. Deze dame had duidelijk haar gedachten niet bij haar werk. De wandeling van uitgifteluik naar medicijnen en kassa duurde tergend lang. Mijn voorgangers hadden daarbij ook allemaal groot geld bij zich, dus ze moest nogal eens teruglopen om geld te wisselen. En dan wat ze bestelden. De paracetamol en neusspray gingen als warme broodjes over de denkbeeldige toonbank. Ik wachtte geduldig mijn beurt af. Denkend aan dat zieke kind thuis. Zou hij al in slaap gevallen zijn? Hoe zou hij zich voelen? Ik zie dat de mensen om mij heen zich irriteren aan de dame binnen. Ze loopt geen stap harder en werkt automatisch haar lijstje af. En dan ben ik eindelijk aan de beurt. Althans dat dacht ik. De politie is gearriveerd en moet naar binnen. Ze hebben een gesprekje met de dame binnen waarna ze naar achteren lopen. Gelukkig komt de dame terug naar het uitgifteluik met mijn medicijnen. Ik heb geen groot geld, maar ze moet wel wisselen. Geduldig wacht ik waarna ik haar een fijne avond toewens. Uiteindelijk ben ik ruim twee uur op pad geweest, voor medicijnen om mijn zieke kind te geven. Maandag ga ik mijn huisapotheek eens flink aanvullen. Voor mij geen avondvullend programma meer met dienstdoende artsen en botica’s. Ik zorg dat de medicijnkist goed gevuld in de kast staat en voor mij chips en cola op de bank.

curadoet

Curadoet heeft weer plaatsgevonden. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik in Nederland nooit heb meegedaan met NLdoet. Wel keek ik ’s avonds altijd naar het journaal om te zien wat het koningshuis altijd had gedaan. Vooral veel geschilderd, hoewel ik koning Willem Alexander ook regelmatig met kruiwagens heb zien rondsjouwen. Dit jaar kon en wilde ik er niet onderuit. Ik zou meedoen met curadoet. We zouden het kleuterplein onder handen nemen. Ik kwam later aan dan in eerste instantie gepland, maar niet minder gewenst. Er was al een grote groep mensen aan het werk. Ik zag vele handen met verf in de weer. Daarvoor was er al driftig geschuurd. Vlug pakte ik een kwast om mij nuttig te maken. Ik wist het dit keer zeker, ik zou goed verven, maar vooral schoon. Niet vies worden. Ik had die ochtend net mijn nagels laten doen. Mijn haar en nagels zijn mijn vaste sluitposten in de maand. Het kost wat, maar dan heb je ook wat. Mijn nagels groeien hier wel harder dan in Nederland, maar ze breken net zo snel af, waardoor ik  een maanlandschap aan mijn vingers heb zitten. Lang, kort, gespleten, alles door elkaar. Ik betaal met liefde voor een beetje fatsoen. Mijn haar groeit hier ook twee keer zo hard als in Nederland en daarmee ook mijn inmiddels natuurlijke grijze look, die ik nog jaren wil verbergen achter een potje kleur.
De kleuren die we op het plein gebruikten waren felle kleuren die je op kleuterpleinen ziet, blauw, geel, rood, groen. Geweldig mooi werd het. Mijn plan om enkel kleur op de bankjes te krijgen mislukte al bij de eerste bloempot. Het blauw zat niet alleen op de pot, maar ook aan mijn been toen ik ging verzitten. Na het blauw zag mijn lijf ook groen, rood en geel. Niet enkel alleen door mijn eigen slordigheid. Collega’s en tevens mede ververs kwasten soms ook mis. En niet altijd per ongeluk. Ook mijn nagels zag ik van kleur veranderen. Het zachtroze was op sommige plaatsen duidelijk overschilderd door het kleuterpalet. Met de telefoon al bijna in mijn handen om die middag nog een hysterische herhalingsafspraak te maken probeerde ik eerst met terpentine de verf weg te krijgen. En warempel. Dat lukte ook nog. Ik weet niet wat ze gebruiken in de nagelstudio, maar het roze bleef zichtbaar en de verfresten verdwenen. Ze had wel gezegd dat ik kon afwassen en chapiën, maar dus ook verven

Met deze wetenschap kon ik met een gerust hard verder verven en na een paar uur hard werken met zijn allen zag het plein er heel anders uit. Opgefrist en vrolijk. Wat zullen de kinderen opkijken als ze maandag naar school komen. Thuis hebben we onze eigen curadoet voortgezet dit weekend, door de laatste dozen uit te pakken, schilderijen op te hangen, wasmachine en gasfornuis aansluiten, gaten chapiën voor planten en ga zo maar door. De laatste grote verhuisklussen zijn gedaan. Rest ons alleen nog de televisie aan te zetten om te kijken wat het koningshuis dit jaar gedaan heeft. Ik gok verven en met kruiwagens sjouwen. 

betalen

Betalingen kan je op vele manieren doen. Dat die manieren interpretabel zijn was nieuw voor ons. Wij waren gewend om alles via internet bankieren te doen. Je gaf je opdracht door en binnen een oogwenk was het geld afgeschreven en bij geschreven bij de ander. Het kon soms voorkomen dat het en paar dagen duurde als er geldverkeer tussen twee verschillende banken plaats moest vinden, maar over het algemeen verliep alles heel snel. Hier liep het anders. Het begon al bij de eerste internet betaling die wij deden. Nadat we het nieuwe systeem van cijfers en letters doorhadden deden wij op vrijdagavond onze eerste Curaçaose internetbetaling in de veronderstelling dat de begunstigde binnen een paar minuten haar geld zou hebben. Niets bleek minder waar. Internet bankieren betekent wel dat je via je computer je geldzaken kan regelen, maar houdt ook in dat de opdracht blijft liggen tot er mensen zijn op kantoor de volgende dag die het kunnen verwerken. Of in ons geval die er op maandag weer waren. De verwerking van het internetbankieren gebeurt hier tussen acht en vijf, tijdens kantooruren. Tot zover de techniek anno 2017. Positief omdenken: het schept wel werkgelegenheid.
In de winkels zie ik nog cheques voorbij komen. Die worden niet altijd meer even makkelijk meer geaccepteerd en soms moeten er wel drie handtekeningen op, maar je ziet ze nog wel. Dat in drievoud zie ik ook nog terug bij het doen van een aankoop. Ik dacht dat dit niet meer bestond op Curaçao, maar toch wel. Bij de eerst juffrouw geef ik mijn koopwaar af. Zij schrijft de bon. Bij de tweede juffrouw mag ik betalen en krijg ik een betaalbewijs en met dat betaalbewijs kan ik bij de derde juffrouw mijn koopwaar ophalen. Meer dan werkgelegenheid en enige vorm van nostalgie kan ik hier niet bedenken als positief punt.
Dat betalen anders gaat dan in Nederland mag duidelijk zijn. Hier geef je je pinpas af aan de mevrouw bij de kassa. Op de één of andere manier zijn altijd mevrouwen die achter de kassa zitten. Dus je geeft je pinpas af en zij stopt hem in het apparaat om te swypen. Hoe vreemd staat dat in Nederland als je daar bent. Daar doe je dat allemaal zelf, dus de eerste paar keer dat je je pas afgeeft krijg je vooral veel medelijdende blikken. Arm vrouwtje, ze snapt het niet denken ze, of ze dichten mij enige vorm van zwakzinnigheid toe. Waarom zou ik anders vrijwillig mijn pinpas afgeven aan de kassière. Maar ook hier krijg ik medelijdende blikken. Zo gingen wij een contract aan met een televisie aanbieder. Een contract van minimaal een jaar. Daar teken je voor. Maar na ruim een maand hadden we geen beeld meer. Er kwam een mannetje langs en die mat de hele boel door en kon enkel constateren dat alles het gewoon deed, en dat wij mogelijk niet betaald hadden. Enigszins verbaasd toog ik naar het kantoor, in de veronderstelling dat de fout bij hen lag. Ik had immers getekend, zij zouden het automatisch inhouden elke maand. Maar niets is minder waar. In het kader van de werkverschaffing moeten wij zelf de opdracht geven tot betaling. Dus we bankieren old skool via internet.