maandag 27 maart 2017

remigreren part 11

Ontvrienden is een stom woord. Tot voor een paar jaar geleden bestond het woord niet eens. Ik vond al dat ontvrienden altijd een beetje overdreven. Het kwam wel eens ter sprake en ik vond de ge-ontvriende meestal een beetje sneu. Wat gaf dat nou, dat die ex-vakantie vriend van toen je ontvriend had. Alsof je hem nog dagelijks sprak. Facebook was toch vooral leuk, een paar vrienden meer of minder maakte niet uit. Tot het mijzelf over kwam. Een paar keer ben ik ontvriend. Beide keren kwam ik daar per ongeluk achter. Ik heb ook beide keren gevraagd wat de reden was van deze ontvriending, maar tot op heden heb ik daar geen reactie op mogen ontvangen. Blijkbaar ben ik dusdanig ontvriend dat mijn berichten niet meer binnen dringen tot de ander. In beide gevallen heb ik inderdaad mijn schouders opgehaald en heb ik gedacht, ach, zoveel contact hadden we voor facebook ook niet. Het geeft niet. Maar de laatste ontvriending deed wel wat met me. Een ex-collega, ik dacht inmiddels vriendin ontvriende mij, een tijdje nadat we op Curaçao waren aangekomen. Ik vond dat zo vreemd. Ook aan haar vroeg ik direct naar haar reden. En zij antwoordde wel. Zij had zich door mij, de laatste maanden voor ons vertrek in Nederland, verwaarloosd gevoeld. Ik had niet de moeite genomen om bij haar langs te komen om haar gedag te zeggen, ik had niet de moeite genomen om persoonlijk te bellen om haar gedag te zeggen. Dat ik voor niemand tijd had die laatste maanden mocht niet meer baten. Dat mijn belletjes geen gehoor kregen in die laatste maanden werd niet meer geaccepteerd. Dat ook zij niet de moeite had genomen om bij mij langs te komen heb ik niet meer van haar vernomen. Feit bleef dat ik niet was langsgekomen en dat stak mij. Ja, ik ben degene geweest die weg wilde gaan, en ja dat heeft mij ook verdriet gedaan, ondanks dat het mijn eigen keus was, maar dat een vriendschap zo makkelijk opzij gezet kon worden, dat had ik niet voor mogelijk gehouden. Van andere immigranten hoor ik soortgelijke verhalen. Schrijnender zelfs. Dat zussen, broers, maar ook ouders zich hebben gedistantieerd van hun kinderen. Om het gemis minder pijnlijk te maken? Ik weet het niet. Het blijft gek om mensen met wie je veel deelde nu niks meer kan vertellen. Mails blijven onbeantwoord en facebook reageert niet meer. Deze ontvriende had in ieder geval nog het fatsoen om uit te leggen waarom ze mij ontvriend had. De anderen zal ik in de loop der tijd nog wel eens tegenkomen. Het eiland is te klein, en de kennissenkring te beperkt. Ik ben benieuwd wat voor verhaal er komt. Het is ook zo onpersoonlijk en makkelijk. Eén druk op de knop en ik ben je vriend niet meer. Wees dan zo mans en vertel het mij recht in mijn gezicht, zodat ik ook mijn zegje kan doen. Dat heet een gesprek. Daarbij pleit ik voor een knop op facebook die ontvriending ongedaan kan maken. Lijkt me lachen. Geef ik er nog een smiley bij ook. J

paarden parade

Carnaval is weer in alle hevigheid losgebarsten. En ik geniet ervan. Nadat ik vorig jaar al heb mogen voorproeven houdt niets mij meer tegen dit jaar heb ik besloten. Ik wil alles volgen en alles meemaken. Helaas gooide mijn slechte timing al meteen roet in het eten. De jump-in waar ik heen wilden was uitverkocht. Stiekem was ik er niet heel rouwig om. Ik lag vroeg in bed en vond dat de volgende ochtend heel fijn. Dan de paardenoptocht. Nog nooit gezien, dus daar wilden we wel heen. Na lang puzzelen en met de hulp van derden wisten we uiteindelijke hoe laat die zou beginnen en waar de paarden zouden lopen. Nu weet ik dat op Curaçao tijd een relatief begrip is. Zo weet ik uit eerste hand dat een afspraak bij een specialist om negen uur in de ochtend, gerust om drie uur in de middag kan plaats vinden. En ondanks gemopper van de wachtenden lijkt dit fenomeen van disrespect naar de patiënten maar niet te willen veranderen. Sterker nog, als je te hard moppert hoor je nog wel dat je geluk moet hebben dat de specialist überhaupt komt. Er zijn er ook bij die helemaal niet op komen dagen. Dat je als patiënt vrij hebt moeten nemen van je werk doet er niet toe. Dat je als patiënt uren en uren zit te wachten doet er evenmin toe. Dus ik had al rekening gehouden met vertragingen en wachttijden. Op de tijd dat het zou beginnen waren wij bij de aanvang van de parade. Er waren al een heel stel paarden. Sommigen al helemaal klaar, opgetuigd om te vertrekken, anderen nog niet gezadeld waarbij de rijder rustig met een biertje in zijn hand naast het paard stond te kletsen. Sommige paarden werden ingereden wat een bijzonder goed idee leek, gezien het temperament van het paard. Driftig en schuimend bewoog het dier zich te snel van links naar rechts. De rijder moest zijn uiterste best doen om het paard in bedwang te houden. Op gepaste afstand hebben we genoten van dit spel tussen dier en rijder, waarbij het dier uiteindelijk moest toegeven aan zijn rijder. Na een klein uur van rondlopen en aanschouwen leek er nog geen begin gemaakt te worden van enige stoetvorming. Ik hoorde wel een mevrouw roepen dat ze echt om twee uur zouden beginnen, maar dat streven was al een uur gepasseerd. Wij hebben niet meer op het begin gewacht. Jengelende kinderen en een zinderende hitte maakten dat ik smachtte naar de verkoeling van de zee. Ik ga er vanuit dat er vergunningen zijn afgegeven voor alle parades, optochten en dergelijke die deze dagen voorbij komen op straat. Dat houdt in dat de wegen tijdelijk worden afgesloten. Om te voorkomen dat de parade afgeblazen zou worden, omdat de straten weer vrij gegeven moesten worden aan het verkeer, vermoed ik dat ze de paarden in volle galop door de straten hebben laten rennen. Schuimend en zwetend van begin tot eind. Dus ook deze hebben we gemist. Two down, so many more to go. 

remigreren part 10

Toen we in ons huis trokken stonden we voor de keus of we op gas wilden gaan koken of elektrisch. Wij hadden één van de weinige huizen op het eiland waar geen gasaansluiting was aangelegd. Voor beiden is wat te zeggen. We hebben ook serieus nagedacht wat voor ons de beste optie zou kunnen zijn. Maar gezien het elektriciteitsnet dat Curaçao heeft, met de daarbij behorende frequente  uitvalmomenten leek het ons verstandiger om op gas te gaan koken. Daar komt bij dat ik ooit in Nederland noodgedwongen op elektriciteit heb moeten koken en daar werd ik niet vrolijk van. Allemaal nieuwe pannen moeten aanschaffen, maar het koken duurde ook minstens twee keer zo lang. Dus we waren er redelijk snel uit. Wij gingen voor gas.
En ook nu moesten we weer nadenken. Hoeveel flessen wilden we? Er stond niets bij het huis. Er was geen leiding aangelegd.
De ervaring had mij geleerd dat twee flessen noodzakelijk was. Mocht de eerste fles leeg raken, dan had je nog genoeg tijd om de lege fles te ruilen voor een volle, terwijl je gebruik maakte van de tweede fles. De ervaring had mij ook geleerd dat als je daar samen geen goede afspraken over maakt, en je beiden denkt dat de ander de fles wel zal laten ruilen voor een volle fles, je voor een gedwongen feit komt te staan dat je een paar dagen tot weken buiten de deur moet eten of veel moet barbecueën.
Dan restte ons alleen nog de vraag, willen we grote flessen of kleine flessen? Het grootste dilemma in deze kwestie was de prijs. De aanschaf van grote flessen zou ruim zeshonderd gulden gaan kosten. Kleine flessen een stuk goedkoper. We zouden voor de kleine variant gaan en op termijn over gaan stappen op grotere flessen. We zetten een oproep op internet voor een kleine fles en op Suffissant wilden we een tweede fles gaan kopen. Helaas bleek bij navraag dat er geen kleine flessen te koop waren. Al een jaar niet. Met de papieren in mijn hand om dan toch maar oor de grote flessen te gaan gingen we weer naar huis. Het aanvragen zouden we over het weekend heen tillen. En net in dat weekend vonden we een goede kleine fles via internet, bij familie notabene die er nog één hadden staan.

Eén van de voordelen van getrouwd te zijn met een zeer handige klusmanechtgenoot is dat hij het gasfornuis zo had aangesloten op de gasfles en we zelf konden koken. Met liefde hadden mijn ouders al een paar weken voor ons gekookt, maar zelf koken was ook weer heerlijk. En we koken er op los. Al maanden. We wisten van te voren niet precies hoe lang zo’n kleine gasfles mee zou gaan, dus nu spelen we een soort van Russisch roulette. Hoe lang zal het nog meegaan? Wanneer is ons gas op? Hoelang gaat het dan duren voordat de fles omgeruild kan zijn? Wil mijn moeder nog een keer voor ons koken of wordt het veel barbecueën? Jinks ik nu mijn gastoevoer door dit op te schrijven? 

zaterdag 17 december 2016

Kerstkrant 2016

De balans opmaken nadat we alle seizoenen minstens één keer hadden doorlopen. Dat is één van de voorwaardes geweest toen we het avontuur van remigreren aan gingen. De eerste twee seizoenen zijn we door. We maken de tussenbalans op. We hebben het staartje van de zomer meegemaakt. In deze weken maakten we kennis met het logge apparaat dat overheid heet. Niet alleen tijdens de verkiezingen, maar ook tijdens alle inschrijfperikelen. Het één verliep nog stroperiger dan het ander, maar gaandeweg begonnen we het systeem door te krijgen. We leerden ermee om te gaan en hoorden van familie dat het in Nederland net zo bureaucratisch is als hier. Ook daar wordt je van het ene loket naar het andere gestuurd of ontvang je pas na weken informatie die je in de eerste week al nodig had gehad. We maken ons geen illusies, het hoort erbij. Stil verzet blijven we voeren, in de hoop dat het in de toekomst makkelijker kan. En zo kwamen we ongemerkt in de herfst. De herfst die hier niet gepaard gaat met blaadjes die van de bomen vallen, nadat ze eerst vele kleuren van een palet hebben laten zien. Nee, de herfst die windstilte met zich meebrengt en regen. Dagen, weken en inmiddels maanden van windstilte. Ik probeer mij voor te stellen hoe het ook alweer was met wind, maar stop er weer gauw mee. De inspanning is te warm, ik koel er niet vanaf. Het dragen van lange broeken naar mijn werk is heel gewoon. Prettig ook tegen de muggen die helaas ook daar hun weg naar mijn lichaam zoeken, maar ik voel het zweet langs mijn been naar beneden lopen. Hoe deed ik dat vroeger, had ik er toen geen last van? Ik kan het mij niet meer herinneren, maar als ik foto’s terugkijk van die tijd, droeg ik zelfs katoenen truien met lange mouwen. Het was in de mode. En zoals ik in Nederland altijd zei: wie mooi wil zijn moet kou lijden, geldt hier: wie mooi wil zijn moet warmte lijden. Dat de lange broeken bij zoonlief in de kast blijven liggen, want dat is echt te warm hoor mama, heeft tot gevolg gehad dat hij als eerste in het gezin geveld is door Zika. Ik wil graag geloven dat een mug op school hem daar te grazen heeft genomen, maar in mijn hoofd hou ik er ernstig rekening mee dat deze mug zich ook tegoed heeft gedaan aan ons, dus nu is het wachten wanneer wij omvallen. Is het niet van de warmte, dan zorgt Zika daar wel voor.
Alle goede voornemens ten spijt van de nieuw te vormen regering, maar de rooi in de wijk ligt er nog net zo begroeid bij als voor de verkiezingen, maar als ik de overheid moet geloven kan dat een broedplek zijn voor muggen. Bijkomend voordeel is dan wel weer, dat als de rooi overstroomt, het vele water alle rommel van de straat meeneemt. Zo ook bedrading die enigszins open en bloot is komen te liggen van de straatverlichting. Bij droog weer maakt dat niet zoveel uit, maar nat weer en open elektra verbindingen zijn nooit goede vrienden geweest. Het gevolg is dat de halve wijk zonder straatverlichting zit. Maar ook nu heeft de overheid goede raad: zorg dat uw omgeving goed verlicht is, dat voorkomt inbraken. Navraag bij het nutsbedrijf leert ons dat na vijf jaar het nog steeds niet duidelijk is wie er nu verantwoordelijk is voor de verlichting: Aqualectra of de aannemer Jansen de Jong. Het bekende verhaal van het kastje en de muur beleeft hoogtij dagen bij ons. Het probleem is echter niet opgelost hiermee. We zitten in het donker en wachten op een paar lichtpuntjes. Volgens aqualectra kunnen we daar zelf aan bij dragen door zuinig om te gaan met onze stroom. Ook zij zullen hun steentje bijdragen. Dat onze veiligheid en straat verlichting moet wijken voor het algemeen belang van kerstgevoel in de stad wil nog niet door dringen tot mijn gevoel van rechtvaardigheid. Ook de vraag aan de inwoners van Curaçao om generatoren aan te schaffen valt niet helemaal in goede aarde als aan de achterkant de zonnepanelen worden tegengewerkt.
De herfst is op zijn einde, we naderen de winter. We eten boerenkool, en hij smaakt nog best ook. Zoonlief met vriendje eten pannenkoeken met bruine suiker, of door het vriendje verwoord: chocolade suiker. De inhoud is onveranderd, maar het woord maakt het net iets specialer. Het woord dat kan maken en breken. Zo begon zoonlief eindelijk aan zijn lang gekoesterde voetbalcarrière, ik had mijn droomauto al uitgezocht voor als hij dat contract bij die grote profclub zou gaan tekenen. Maar onze droom spatte uit elkaar. Los van dat het toch echt te warm was om op Curaçao te voetballen, vond zoonlief de toon en woordkeuze van de trainer geen reden om zich te specialiseren in het grasspelletje. Geen opbouwende kritiek, maar elke keer weer een sneer en gemopper. Hij zeilt nu en vindt het heerlijk. Hij ligt in zijn bootje en dobbert wat op en neer op het water aangezien het nog niet echt gewaaid heeft sinds hij is begonnen. Ik voorzie nog geen gouden toekomst met hoge golven, maar ik zie een kind dat geniet van het water en besef mij eens te meer dat hij hier in december in zwembroek een watersport kan beoefenen.
We maken ons op voor een lange winter waarin vele feestdagen ons op staan te wachten. Geen winter waarin ik, zoals de afgelopen jaren, mijzelf het liefst drie maanden in bed wilde verstoppen. Het hele winterslaap concept is een prachtige uitvinding. Hij botst nog op het praktische vlak met werkgever en gezin. Daar had ik nog niets op gevonden. Op Curaçao voel ik niet de behoefte om  die winterslaap te houden. Ik wil juist wakker zijn en het leven meemaken. Met man en zoonlief beleven we ons eerste jaar hier. Het verloopt zeker niet allemaal van een leien dak. Geluk, vreugde, verbazing, maar ook tegenslag en verdriet, we maken het allemaal mee. Dat is niet anders hier dan in Nederland. Het verschil zit hem in hele grote dingen, maar ook in hele kleine. We omarmen ze allemaal en kijken positief nieuwsgierig uit naar de winter en lente die gaan komen. Op naar ons tweede halve jaar.
Bon Pasku i un felis aña nobo.



dinsdag 6 december 2016

sinterklaas

Het binnenhalen van Sinterklaas is de laatste jaren altijd een koude bedoening geweest. Dikke jassen, warme schoenen, handschoenen, paraplu en dan nog steeds kou lijden. Volgens sommigen is dat de enige manier om het Sint gevoel te krijgen. Zelf hoor ik tot de categorie, die het Sintgevoel ook krijgt in korte broek onder de tropische zon. En voor de kinderen maakt het niets uit. Die willen gewoon sinterklaas en zijn pieten zien. Waar en met welke kleur geschminkt gezicht maakt ze niets uit. Zij zien geen rood, groen , blauw of zwart, zijn zien een piet die snoepjes uitdeelt, die rare kunstjes doet en die goed in een brassband kan spelen.
De kinderen lopen uitgelaten voor ons uit. We zijn ruim op tijd en lopen eerst naar de pont opstap. We genieten van de sfeer en zien veel blije kindergezichten en ouders die gezellig bij elkaar staan te kletsen. Bij het pontje besluiten we toch liever tegenover de bushaltes te willen staan. Samen met de kinderen lopen we rustig terug. Het is beredruk en de sfeer is goed.
De kinderen speuren naar een plekje om goed zicht te hebben op de boot die ieder moment de haven binnen kan komen varen. Enigszins teleurgesteld zien ze vooral lange benen waar ze niet langs kunnen kijken. Er staan een flink aantal volwassenen vooraan met hun camera in de aanslag. In mijn naïviteit vraag ik nog ze of onze kinderen voor hen kunnen staan. Zij zijn lang genoeg en kunnen immers over de kinderen heen kijken, en ze kunnen alsnog hun mooie plaatjes schieten van de boot. Iedereen tevreden denk ik.  Appeltje eitje lijkt mij. Maar niets is minder waar. Hoewel ik vaak snak naar een koude douche is de douche die ik nu krijg, rond het vriespunt. Ijskoud wordt mij medegedeeld dat als ik vooraan had willen staan ik ook maar op tijd had moeten komen. Dat zij er al vanaf half acht stonden en nee, de kinderen mochten dus niet voor ze staan. Ik probeer nogmaals aan te geven dat het een kinderfeest is, niet direct bedoeld voor volwassenen en dat zij toch over de kinderen heen kunnen kijken. Wederom krijg ik te horen dat ik maar op tijd had moeten komen en dat zij geen stap opzij zullen gaan. Inmiddels krijgen ze bijval van omstanders die het duidelijk niet met mij eens zijn.

Ontgoocheld en gedesillusioneerd neem ik de teleurgestelde kinderen mee. Gelukkig zien we nog geen vijftig meter verderop een nog veel betere plek dus alles komt goed zou ik kunnen denken. Voor de kinderen is dit gelukkig wel het geval. Voor mij helaas niet. In tegenstelling tot de volwassenen die hun plek niet aan kinderen wilden afstaan bij het grootste kinderfeest dat er is, moet ik concluderen dat zij blijkbaar nog heilig in de sint geloven en deze plek nodig hebben om goed in beeld te komen bij de sint, opdat hij hun huis niet voorbij zal gaan. Zelf geloof ik allang niet meer in de goedheiligman. Wel geloofde ik altijd in de goedheid van de mens en daar is vandaag helaas een deukje bij gekomen.

Trùk di pan

Een keer naar een truck di pan gaan stond hoog op het verlanglijstje van zoonlief en zo gebeurde het dat we op een vrijdagavond naar de truck di pan gingen. Op de  Caracasbaaiweg, bij de buurman, want die had hij elke dag zien wegrijden aan het begin van de avond met zijn truck. Het eten werd bereid, maar was nog niet klaar, en terwijl wij staan te wachten kletsen we wat met de andere wachtenden om ons heen. Iedereen is rustig, niemand heeft haast, ook geen grote honger, aangezien we allemaal een kroket kregen om tijdens het wachten de rommelende magen alvast te sussen.
Ineens komt daar een enorm grote pick-up aangereden en de chauffeur zet die te grote auto dwars op een aantal geparkeerde wagens waarvan de eigenaren erbij stonden. Deze vroegen meteen, heel vriendelijk, ik kan niet anders zeggen, of hij zijn pick-up wilde wegzetten, omdat ze zo weg wilden gaan. De man keek even achterom en zei toen: nou, nee, hij staat daar goed. Nogmaals werd de man aangesproken, maar nu met de vraag of hij anders van plaats wilde ruilen, dan kon iedereen weer weg, wanneer die klaar was met eten. De man keek nog een keer om en wederom zei hij: nee, hij staat daar prima. Hij liep door, voorbij de truck di pan en liep het friethuis binnen.
Verbluft keken wij elkaar aan, en met ons alle andere aanwezigen. Dan kan hij er wel uit zien als een Popeye, en hij heeft een auto die je linkt aan Popeye, maar de manieren van Popeye heeft hij helaas niet meegenomen. Wat een honds gedrag. En toen we dachten dat het niet erger kon, kon het toch. De eigenaren van de als eerst geparkeerde auto hadden hun eten en wilden weg. Ze liepen naar binnen bij de patatzaak om Popeye te halen en warempel, hij kwam naar buiten. Hij stapt in zijn pick-up, rijdt hem naar achteren en laat hem vervolgens midden op straat staan. Nu  kan er niemand meer in of uit. Hij stapt uit en loopt weer naar binnen. Het duurt niet lang of er volgt een waar toeterconcert. Minstens vier auto’s staan achter zijn pick-up en willen erdoor. Het toeteren dringt door tot in de snackbar. Dit keer is het niet Popeye die naar buiten komt, maar zijn vrouw. Deze zet de auto weg op een plek waar niemand er last van heeft.

Waarom kan dat niet meteen vraag ik mij dan af. In Nederland had ik van die buren. Die zetten hun auto altijd dwars op onze oprit, zodat die van hun vrij bleef en als ik er dan iets van zei, dan kreeg ik steevast te horen: maar je kan toch altijd de auto van je man pakken, die staat verderop in de straat. Hondengedrag en daarmee doe ik de hond te kort besef ik nu. Asociaal gedrag dat niet goed valt te praten. En hoewel de naam Hollands Glorie over het algemeen een positief beeld geeft, krijg ik hier alleen maar een rare bijsmaak in mijn mond. 

Bululu

Soms heb je van die woorden, die ontmoet je in een gesprek en die laat je in volgende conversaties weer terugkomen. Ik heb dat lang gehad met jadija blablabla. Heerlijk om uit te spreken. Met een langere uithaal op de tweede ja en een korte pauze tussen beide woorden in. Collega’s werden er in het begin helemaal gek van tot zij de oplossing hadden gevonden om er geen last meer van te hebben. Ze gingen het zelf ook toepassen. En zo hebben we menig gesprek in kunnen korten door simpelweg jadija blablabla te kunnen zeggen.
Zo ook met het woord bululu. Ik had het woord al jaren niet meer gehoord. Wat zeg ik, al tientallen jaren. Ik denk dat ik het in Nederland nimmer gehoord heb en nu was het er weer. Bululu. Of ik het goed schrijf weet ik niet, maar je spreekt het uit zoals ik het nu schrijf. Wat is dat nou vraagt mijn man en alleen aan de hand van praktische voorbeelden kan ik het enigszins uitleggen. Of er een Nederlands woord voor bestaat weet ik niet. Ik kom het dichts in de buurt van een warboel.
Soms leg ik het uit met klanken, maar die krijg ik niet op papier.
De hernieuwde kennismaking met het woord kwam door de politiek. In aanloop naar de verkiezingen hebben we veel gesprekken gehad. Wie zou er winnen en wat voor een kabinet zou er geformeerd gaan worden. Zoonlief wist overigens wel wie er zou winnen. De PAR, want die had immers de meeste vlaggen hangen. Geen steekhoudende argumenten, enkel een observerende blik langs de kant van de weg. Na de uitslag begon het. Wel een formatie, niet een formatie, een gedeelde formatie, of nee, toch ook weer niet. geen meerderheid meer, of ja, toch weer wel. Eh……wat een bululu. En nu ik het woord weer heb herontdekt kan ik het goed toepassen in andere situaties. In de klas met de kinderen. Als het onrustig wordt en ik niet de woorden kan vinden om uit te leggen wat ik bedoel. En dan kijk ik naar die koppies en zie dat ze me allemaal snappen. Maar zoonlief heeft het nog niet door. Die is nog zoekende in zijn eigen Papiamentse woorden en woordgroepen. Mijn bululu neemt hij voor lief. Zijn stopwoordje is sera bo boka. Alleen past hij deze negen van tien keer niet goed toe. Het slaat dus doorgaans nergens op dat hij het zegt. Ik moet dan erg mijn best doen om niet in lachen uit te barsten, want meestal zegt hij het als hij zijn ongenoegen over iets wil uiten. Ik prijs hem om zijn uitspraak die goed is, maar zeg er wel bij dat hij beter iets anders kan zeggen, waarna hij wederom sera bo boka zegt. Nu past hij het wel goed toe, maar is het niet gepast naar zijn moeder toe. Wat is het toch allemaal ingewikkeld voor een kind, wat een bululu.