vrijdag 2 oktober 2015

jaloezie

Wat is jaloezie toch een vervelende en nare eigenschap. Zo’n eigenschap die je helemaal niet wilt hebben. De laatste jaren gaat het best goed, hoor. Ik gun de ander heel veel, maar op een enkel vlak kan ik dat boosaardige duiveltje dat de jaloezie met zich meebrengt niet negeren. Lang dacht ik ook de enige te zijn die dit voelde, en ik voelde mij er schuldig om, ik schaamde me er zelfs voor dat ik dat gevoel had. Ik sprak er met niemand over. Tot mijn zus, vriendinnen en een collega mij erover bevroegen. Het gesprek begon met de mededeling van mijn kant dat een collega van mij naar Curaçao op vakantie gaat. In de herfstvakantie. Ik zeg nog: “Leuk hè voor haar.” En van binnen denk ik, ja, dat wil ik graag zo voelen, maar eigenlijk denk ik, rotmens, dat wil ik ook. Ik weet niet meer wie het het eerst uitsprak, maar gezamenlijk kwamen we tot de conclusie dat we het helemaal niet leuk vinden voor haar. We vinden het prima dat ze op vakantie gaat. Lekker naar de zon in de herfstvakantie, maar dan wel naar Ibiza of naar Turkije. Geen probleem, maar niet naar Curaçao. En dat is vreemd, het is en blijft een prachtig eiland en ik raad het iedereen aan. Maar dan wel op een moment dat ik er ook ben. Niet om nou de hele dag samen op te trekken, liever niet zeg. Een paar dagen oké, maar ga daarna vooral lekker je eigen gang. Nee, het is meer het idee dat als ik er ben, dan mag de ander er ook zijn. Maar niet als ik er niet ben. Het is mijn eiland en daar mag je niet heen als ik er niet ben. Heel kinderachtig en bezitterig en daarom heb ik er ook nooit over gepraat tot deze zomer. En wat bleek, dit gevoel werd gedeeld en herkend. Ik ben niet de enige die dit voelt. Nu gaat er niet alleen een collega op vakantie deze herfstvakantie. Er gaat zelfs een collega emigreren dit najaar. Dat geeft weer een hele andere dimensie aan de jaloezie. Op vakantie gaan is nog tot daar aan toe, maar emigreren, dat is echt een brug te ver voor mij. Ik hoor haar verhalen aan over kinderkleding kopen in de zomeruitverkoop, want straks hebben ze enkel zomerkleren nodig. En ik luister naar de verhalen over het zoeken naar een gepaste school. Maar dan komt de vraag over huisvesting. “In welke buurt kunnen we nu het beste naar huizen zoeken?” Op dat moment schud ik mijn schouders recht. Niet alleen om boven mijn jaloezie te gaan staan, maar vooral om dat duiveltje van me af te schudden dat nu de meest slechte buurten roept die je maar kunt bedenken om met een jong gezin uit Nederland te gaan wonen. Natuurlijk ben ik fatsoenlijk opgevoed en geef haar de juiste namen door. Ze weet nu waar ze het beste kan wonen. Maar en passant geef ik toch het advies om vooral ook wat dikke truien en maillots aan te schaffen, want als de kinderen les krijgen in de airco wil je toch niet dat ze het koud krijgen.

zondag 20 september 2015

zakken ijs

Zomaar een middag rond een uur of vijf. Ik sta bij een minimarket op Montaña om houtskool voor de barbecue te kopen en wat zakken ijs. Ik sta te wachten bij de kassa als daar een duidelijk ogende Nederlandse man aan komt lopen. Hij is nogal bezweet en lijkt gehaast. Zijn blik is enkel bedoeld voor het jonge Chinese meisje dat achter de kassa werkt. Hij wacht niet of hij aan de beurt is, maar begint gelijk zijn verhaal. Pas later begrijp ik zijn haast. In zijn beste boeren-Papiaments begint hij een verhaal over ijs. In haar beste Mandarijn-Papiaments geeft ze antwoord. Ik zal er mijn beste Nederlandse vertaling op loslaten. “Mevrouw, ik heb ijs voor u.” “Ja meneer, wij hebben ijs.” “Nee, ik heb ijs voor u, veertig zakken.” “Ja, veel zakken, in vriezer van Kortijn.” “Wilt u nog meer zakken kopen?” “Mag niet meneer, mag niet van Kortijn.” “We hebben een goede prijs.” “Ja meneer.” “En veel zakken, veertig zakken.” “Past niet in vriezer meneer.” “Zeker weten mevrouw, wij hebben goede prijs, kost maar 2 gulden per zak.” “Ja meneer, mag niet meneer, fijne dag meneer.” En weg was hij weer. Al met al heeft het hele gesprek nog geen vijf minuten geduurd. De vertaling van het boeren-Papiaments en het Mandarijn-Papiaments in mijn hoofd duurde langer. Hij zwaait vriendelijk gedag en stapt in zijn open pick-up. Ook zijn bijrijder zwaait vriendelijk naar de andere klanten die voor de minimarket buiten de dagelijkse politiek doornemen onder het genot van een drankje en sigaretje, die je hier overigens nog per stuk kunt kopen. De pick-up rijdt met gierende banden weg, waarbij ze een spoor van water achterlaten. Ik realiseer mij op dat moment dat de veertig zakken ijs in de open laadbak van de pick-up liggen. Open en bloot, niet in koelboxen, laat staan in een vriezer die op de accu van stroom wordt voorzien. Ik vermoed dat de bulkprijs per minimarket of snèk aanzienlijk vermindert en gezien de richting die ze opreden denk ik dat tegen de tijd dat ze bij Alaska snèk zijn aangekomen, ze enkel een whisky-cola vragen zonder ijs, omdat ze dit drankje met hun laatste klontjes uit de laadbak zelf kunnen koelen.

zondag 13 september 2015

Parfum

Ik loop door het huis en hoor ineens, tjé, wat stinkt het hier naar Baygon. Ik loop terug naar de ruimte waar de vermeende stank zich moet bevinden en ruik geen verdelgingsmiddel. Wat ik wil ruik is mijn parfum. Mijn parfum dat ik al dertig jaar gebruik. Soms maak ik wel eens een uitstapje naar een ander geurtje, maar uiteindelijk kom ik altijd terug bij mijn vertrouwde geur: First. Een geur waar ik mee begonnen ben op Curaçao en die ik zowel in Nederland als op Curaçao graag draag. Bij parfums is het maar net de vraag hoe hij geurt op de huid. Bij de een kan hij hemels zijn, terwijl hij bij de ander als duur alternatief voor muggenspray gebruikt kan worden. Bij mijn weten draag ik deze geur in beide landen op een positieve manier. Ik heb immers nooit gehoord dat het anders is. Ik doe gelijk navraag bij mijn man. Misschien niet geheel objectief, maar wel bruut eerlijk. Hij vindt het nog steeds een lekkere geur. Dus, hoe kan het dat mijn lekkere parfum bij sommigen ruikt alsof er flink is gespoten met Baygon? Aan de geur zelf ligt het niet. Bij navraag ligt het ook niet aan mijn lichaam in combinatie met de geur. Dan blijft enkel het reukvermogen van de ruiker over. Maar daar blijkt ook niets mis mee te zijn. Die ruikt of iets bedorven is op afstand. Die ruikt wanneer het brood in de oven te hard gaat. Die ruikt een poepluier toen de kinderen nog heel klein waren al voordat de kinderen binnen waren, bij wijze van spreken. Maar die herkent ook de lucht van Baygon als geen ander, mede doordat dat voor algehele malaise zorgt. Het enige wat ik dan nog kan bedenken is de combinatie van luchtjes die ervoor gezorgd hebben dat dit mij nu al enige tijd bezig houdt. First is het parfum dat ik nu al jaren gebruik en dat ik nu wel mijn huisgeur mag noemen. Maar in de weken dat ik op het eiland ben wordt deze enigszins verdrongen door een andere geur die zich tot huisgeur wil opvoeren. Het flesje is niets bijzonders. Wel een spuitfles, maar geen mooi uitgevoerd glazen flesje. De prijs wint het wel. Deze nieuwe geur is beduidend beter geprijsd. Deze geur kan ik ook overal krijgen op het eiland. Nadeel is weer dat ik hem in Nederland niet kan krijgen, hoewel ik hem daar ook niet nodig heb. Deze geur komt in verschillende uitvoeringen. Hij dient een ander doel dan lekker ruiken, dat blijkt, als men het vergelijkt met Baygon. De muggentegenhouder, in de vorm van Off, mag zich nog even laten ruiken, als hij maar weet dat het van tijdelijke aard is.

vrijdag 11 september 2015

Pasa palu

Na vijftien jaar dacht ik dat mijn man inmiddels gewend was aan ons partois van taal. Vanaf het moment dat wij weer in de buurt van Curaçao komen veranderen de woorden waarmee ik spreek. Ik heb het niet meer over het vuilnis, maar over sushi. Het begon dit keer al in het vliegtuig. We zaten met zijn drieen op een rij van vier. En de vierde stoel bleef heel lang leeg. Nu ken ik niemand die dan niet denkt: ‘oh please, laat de stoel leeg blijven’ en ik heb toch al vaak het geluk gehad dat de stoel ook leeg bleef. Altijd weer die inschatting van mensen om je heen wie de stoel zou willen claimen. In dit geval was het duidelijk dat ik dat zou gaan doen. Ik zou een plek opschuiven, zodat er een stoel in het midden vrij zou komen en die claimt nooit iemand, want daar wil niemand zitten. Ik zag mijn man ook kijken. Hij zegt ook: het zou fijn als die stoel leeg blijft, dan hebben we iets meer ruimte. Ik reageer met: stends er maar niet te veel op. En toen raakte ik hem kwijt, zag ik. Hij keek mij twijfelend aan. Stends? Daar had hij nog nooit van gehoord. Dus ik leg uit wat stendsen betekent en ben verbaasd over mijzelf dat dit nooit eerder ter sprake is gekomen. Als enkel ik het vergeten zou zijn, dan hadden we het nog kunnen wijten aan een acuut geval van Alzheimer, maar helaas, ook mijn zwager kent het niet en twee tegelijk is geen toeval meer. Ik spreek op Curaçao dus echt een andere taal dan in Nederland. Ik doe dit blijkbaar niet alleen met Papiamentstalige woorden. Ook het Nederlands wil ik nog wel eens naar mijn hand zetten. Ik leg mijn zwager uit dat ik een paar jaar geleden geholpen ben door een hele grote, zeer donker gekleurde man in de the middle of nowhere, ergens op Koraal Tabak, en hij sprak plat Rotterdams. Hij sprak mij aan met vrouwke. Maar dat is dan weer Brabants, helemaal geen Rotterdams. Dus het verhaal begon goed, maar de clue mislukte door mijn eigen partois. Terwijl we hierover in gesprek zijn met elkaar maakten wij een lijstje met daarop wat pasapalu’s die we willen kopen of klaar maken voor de verjaardag van mijn vader. En ook nu keek mijn man mij vragend aan. Pasapalu’s? En voordat ik kon uitleggen wat het betekende, was mijn zus mij voor met de beste vertaling die er voor is: wandelende stokjes. En ik zie hem denken: ze nemen me in de maling. Of dat nou door het antwoord kwam of door onze schaterlach durf ik niet te zeggen. Ik geef hem wel een extra pikabal die avond om het goed te maken. Of ik loop naar hem toe met een sateetje, dat ligt meer in de lijn der verwachting.

dinsdag 1 september 2015

Happy Hour

Mijn idee van een Happy Hour is dat de drankjes voor de helft van de prijs geserveerd worden. Ik heb menig Happy Hour bezocht en mijn theorie werd altijd bewaarheid. Sommige Happy Hours hebben naast halve drankprijzen ook nog pasapalu’s die rond gaan. Service van de zaak en reden voor ons om er vaker naar terug te gaan. Dat anderen dat ook doen is heel gezellig. Wel houden we er rekening mee dat we behalve die halve bitterbal geen hapje meer vinden. De toeloop van bezoekers en het aantal hapjes gaan ergens niet gelijk op. Recentelijk ben ik op een maandagavond bij een Happy Hour op het eiland geweest aan het water in de buurt van Jan Thiel. Heel gezellig, veel vrienden bij elkaar, dus we bestelden flink wat drinken. Cocktails, soda’s, bier en wijnen. Ik kreeg de rekening en bekeek deze, ik had geen idee wat het zou moeten kosten dus ik dacht, het zal wel kloppen. En terwijl ik naar de rekening kijk hoor ik de mevrouw achter de bar zeggen: “Ja, cocktails en blikjes horen niet in het Happy Hour.” Eh… pardon? Ik keek haar vragend aan. Ik begreep er helemaal niets van. Ik zeg haar dat ze dat wel even van tevoren had mogen zeggen. Niet dat het iets had uitgemaakt voor ons, want de bestelling zou ongewijzigd zijn geweest, maar het was wel netjes geweest vond ik als ze het even had vermeld. Of ben ik dan te Hollands geworden hierin? Daar twijfel ik dan altijd over. Wat is nou typisch Hollands denken en wat niet. Ik vond overigens dat zij (de bar) zeer Hollands dachten door niet alle drankjes in het Happy Hour te doen. Ik ben natuurlijk maar een leek, maar wat zal de winst zijn op een soda of op een cocktail? Ik denk dat van de 7 gulden die we betalen, 5 gulden winst is. Dus als het halve prijs is, maken ze nog winst. Het enige wat zij bereikt hebben hiermee, is dat ik op deze plek niet meer naar het Happy Hour ga. Op mijn opmerking/ vraag dat zij dit wel van tevoren had mogen zeggen kreeg ik als antwoord: “Ja , dat klopt.” En daarmee was de kous af. Nada. Zo was het. Ondertussen vraag ik mij ook af waar ik mij druk over maak. Ik kan het mij veroorloven, anders zou ik niet eens naar het Happy Hour gaan. Ik heb het gezellig met mijn vrienden en het gaat in totaal om een paar gulden meer. Het gaat ook niet om het geld. Het gaat mij om het principe. Play the game by the rules. De regels die ik ken. Inmiddels ben ik er wel achter dat dit principe bij menig bar wordt gehanteerd. Ergens heb ik dus de instructies van de nieuwe spelregels gemist. Iemand nog een kopie? H

donderdag 27 augustus 2015

Solliciteren

De wens om weer op Curaçao te komen wonen heb ik allang. Eigenlijk al vanaf het moment dat ik ging studeren in Nederland. We riepen toen al tegen elkaar, tot over vier jaar, want dan ben ik weer terug. Hoe anders is het gelopen. Die vier jaar zijn er inmiddels veel meer geworden. Door omstandigheden kwam het er steeds niet van om terug te komen. Redenen genoeg, studeren, werkervaring opdoen, een Nederlandse man ontmoeten met twee opgroeiende kinderen. Maar nu is dan toch het moment dat we zeggen: “We willen zeker terug.” Vorig jaar hebben we ons georiënteerd op het eiland over mogelijkheden die er zijn. En mogelijkheden waren er, dus we zijn in de pen geklommen en zijn gaan solliciteren. In oktober al de eerste brief de deur uit naar een grote onderwijsinstelling. In februari kregen wij daar een positieve reactie op. Een gesprek volgde. En nog één. Eerst in Nederland, het tweede via Skype. Groot was de teleurstelling toen we hoorden dat het niet doorging vanwege het feit dat mijn man geen Papiaments sprak. Helaas was dat in oktober ook al bekend en hebben we wel de hele procedure, vol hoop moeten doorlopen. Ook op Bonaire liepen de sollicitaties niet op een baan uit. En nog een sollicitatie op Curaçao hebben wij helaas, met pijn in ons hart, moeten afblazen vanwege de spelregels die gaandeweg de rit van overheidswege zijn veranderd op het eiland. Wij gingen ervan uit dat wij gebruik konden maken van de uitzendregeling die het eiland hanteerde voor onder andere onderwijzend personeel. Die overheidsregeling houdt een tegemoetkoming in om te voorzien in eerste kosten die gemaakt moeten worden, zoals het verschepen van inboedel/auto en tickets om naar het eiland te komen. En gezien ons te dure huis in Nederland moesten wij daar wel gebruik van maken. Vanuit die gedachte konden wij solliciteren, dus toen wij hoorden dat die regeling niet meer van kracht is voor onderwijzend personeel in het basisonderwijs waren we even flink uit het veld geslagen. Onduidelijkheid alom. Het Curaçaohuis in Den Haag zegt: “Jazeker is de regeling nog van kracht.” En DOS op Curaçao zegt: “Nee, dat is enkel van kracht voor docenten in het middelbaar onderwijs.” Ondertussen zijn we druk bezig met cursussen Papiaments, netwerken op het eiland en dat alles met het behouden van een positief gevoel. Wat is wijsheid? Economisch gezien is het wijs om in Nederland te blijven, fiscaal gezien waarschijnlijk ook. Carrièretechnisch is het ook beter om in Nederland te blijven. Toch wil mijn man graag het avontuur aangaan met mij, ondanks dat zijn kinderen daar wonen. Onze zoon roept dagelijks: “Zullen we maar hier blijven”, met de kanttekening erbij dat zijn vriendjes uit Nederland dan ook hier moeten komen wonen. Mijn zus gunt het ons enorm, maar hoopt ergens ook dat we in Nederland blijven, een beetje in de buurt het liefst. En ik? Mijn hart roept al heel lang dat ik hier weer wil wonen. Maar soms, heel soms, als de demonen van de nacht even de overhand nemen van mijn denkvermogen, dan verdenk ik het eiland ervan dat het ons niet wil hebben.

woensdag 25 februari 2015

Carnaval 2015



Terwijl we staan te kijken naar de optocht van het carnaval dit jaar valt het mij ineens op. Ik weet het grote verschil tussen carnaval in Nederland en Curaçao. Los van het weer en de dikkere  kleding zie je hier mensen weinig tot niet lachen in de stoet. Ze lopen wat verloren rond. Ik zie kleine loopgroepen van zo’n tien personen die een act opvoeren, wat vooral voor veel vertraging zorgt. Ze oogsten een mager applaus en vooral bekenden van diegene die optreden slaan hen even op de schouders. Ik zie een enkeling met een politieke boodschap die zo sterk gelooft in zijn boodschap dat het lachen ons allemaal vergaat. Ik zie grote groepen jongeren, op grote wagens met heel veel herrie die alleen oog voor elkaar hebben en helaas door het vele bier dat al gedronken is kan er daar ook geen lachje meer vanaf. Het is een beetje een sneue bedoening.
Komt het door de kou dat men niet vrolijk kijkt? Komt het omdat ze aan het einde van de stoet wel klaar zijn met vriendelijk lachen? Ik zou het niet kunnen zeggen.
Die avond zit ik thuis op de bank en via een livestream kanaal kan ik rechtstreeks de Gran Marcha volgen. De eerste groep die ik zie is een kleine loopgroep van zo’n tien mensen. Ze lopen wat verloren rond, ze kijken niet echt vrolijk en zijn vooral bezig om hun kleine groepje staande te houden in het grote geweld voor en achter hen. Niet veel later zie ik een kleiner groepje. Twee mensen die een wagentje voortduwen. Horen zij nu bij die grote groep achter hen, denk ik nog, maar het lijkt er niet op. Deze twee mensen hebben enkel oog voor elkaar en zien het publiek niet. Ook hier geen blijdschap. Daar gaat mijn theorie. Helemaal als ik tussendoor journaalbeelden voorbij zie komen van de carnavalsoptocht in Maastricht en Den Bosch. Blije mensen, de een nog vrolijker dan de ander. Ligt het dan aan ons dorp? Dat kan ik mij haast niet voorstellen.
Ik denk dat het ligt aan de grote van de groep. De grootte in combinatie met een mooi kostuum. De groepen die vanuit Maastricht onze woonkamers binnenkomen zijn groot en bontgekleurd. Mensen hebben veel tijd en geld gestoken in de kostuums en dragen deze met trots. Ze zijn blij om ze te kunnen tonen aan de buitenwereld. De jeugd bij ons was er in grote getale, maar van een gedeeld kostuum hadden zij niet gehoord. Het enige dat zij deelden waren de blikjes bier. Ook via livestream zie ik nu grote groepen voorbij komen op Curaçao. Blije mensen, dansend, zingend en drinkend maken ze er een feestje van. Maar de mooiste van allen is toch wel die dame op leeftijd die gehuld in kostuum in de stoet mee kon doen met de Gran Marcha. Ze hoefde het hele eind niet te lopen, ze werd voortgeduwd door twee knappe mannen. Zij stond daar majestueus. Niet breed uit lachend, maar zo zichtbaar genietend dat iedereen om haar heen alleen nog maar kon lachen.