maandag 25 augustus 2014

nieuwe namen

Veranderingen zijn goed. Ik ben daar niet op tegen, maar bij sommige veranderingen zet ik toch mijn vraagtekens. De verandering van namen van wegen, gebouwen en locaties. Wat was er bijvoorbeeld mis met de naam nieuwe havenweg. Waarom moet die nou zonodig rijkseenheidboulevard gaan heten. Ik meen zelfs dat deze voorheen nieuwe havenweg nu drie namen heeft. Maar vraag je iemand de weg dan weet geen mens waar je het over hebt als je zegt dat ze de emancipatieboulevard moeten nemen. Terwijl ze bij het woord nieuwe havenweg allen meteen flink ja knikken. Zo ook met de Arowakenweg. Bij iedereen bekent, maar nee, deze moet nu ‘Kaya Coco Balentien’ heten.  Om nationale sporthelden te eren. Ik ben daarvoor. Ik wil graag dat ze geëerd worden, maar kan dat niet in nieuwe wijken. Die verrijzen als paddenstoelen uit de grond, leef je daarop uit. Maak een sportheldenbuurt of een schrijversbuurt. Hang niet aan de plek waar deze of gene is opgegroeid. Zelf ben ik opgegroeid in de buurt van Jan Thiel. Wij gingen dan ook regelmatig zwemmen bij Jan Thiel, bij mevrouw Verbruggen waar we patat kochten voor twee gulden. Tegenwoordig heet het Zanzibar en een zak friet kost tien gulden. De saus kan niet tippen aan die van mevrouw Verbruggen  en aan de naam Zanzibar kan ik niet wennen. Als toeristen mij vertellen dat ze zijn gaan zwemmen bij Zanzibar, dan kijk ik vreemd op. Van die baai heb ik nog nooit gehoord. Wij noemen het in de volksmond nog steeds Jan Thiel en ik merk dat al mijn vrienden dat doen.  Het is allemaal wel een beetje gebonden aan de tijd waarin je hier woonde. Mijn ouders spreken over Arthur Frommer, wij over Las Palmas, en tegenwoordig heet het Flores Suites. Waarschijnlijk zullen onze kinderen het later over Flores Suites hebben, terwijl de huisjes tegen die tijd vier andere namen gehad zullen hebben. Ik ben benieuwd hoeveel generaties het zal gaan duren voordat leerlingen hier niet meer op het Peter Stuyvesant hebben gezeten, maar op het KAP, Kolegio, Alejandro Paula. En dat alles omdat de heer Peter Stuyvesant zeer omstreden was in zijn tijd. Nu kan ik alleen maar hopen dat mijn aanbeveling om nieuwe wijken van nieuwe namen te voorzien niet gegeven zullen gaan worden aan politici. Het heeft vierhonderd jaar geduurd voordat men vond dat Stuyvesant het niet verdiende om de naam van een school te mogen dragen. Nu leven we in een sneller tijdperk, waarin veranderingen helaas vaak redelijk ondoordacht snel worden doorgevoerd. Ik zie het al voor me. In welke straat woont u mevrouw? ‘Nou, gisteren was het nog de kaminda Maria Liberia Peter, maar de snelheid waarmee hier ministers en politici plaats moeten maken voor een ander verwacht ik dat we volgende week een andere naam zullen hebben’. Mocht ik ooit een beroemde sportheld worden wilt u dan zo vriendelijk zijn om niet de naam kaya Taitai te veranderen in de naam Casimiri straat. Ze zullen me toch nooit kunnen vinden. 

schieten

Na ruim tien uur reizen staan we weer op Curaçaose bodem. De eigen geur, de warmte, de mensen, het is allemaal weer even vertrouwd en fijn. Na de douane controle rent onze zoon voor ons uit naar buiten, naar opa en oma toe. Veilig in hun armen komen ze ons tegenmoet.
Hoe anders had het kunnen lopen.
We zijn nog niet de trap op richting auto als we schoten horen. Niet van een enkel pistool, maar van een automatisch pistool. Vele schoten, kort achter elkaar. We duiken ineen en besluiten ter plekke om te gaan rennen naar de auto. Om ons heen zien we mensen op de grond gaan liggen. Je voelt de angst om je heen. Met ons is ook een grote groep scouting kinderen aangekomen, maar daar denk ik pas veel later die avond weer aan. De eerste zorg is het eigen gezin veilig in de auto en van het vliegveld af te krijgen. En dat is gelukt. Voor ons wel. Voor anderen niet. Zij moesten met de ambulance worden afgevoerd of erger.
Hoe anders had het kunnen lopen.
Ik kan het beeld maar niet uit mijn gedachten krijgen van die kleine die naar opa en oma toe rent. Stel dat ze op dat moment hadden bedacht om te gaan schieten. Wat dan? Had ik dan dit ooit kunnen schrijven? Ik kan het niet eens opbrengen om het op te schrijven, wat er dan had kunnen gebeuren.
Ik ben zo aangetast in mijn veiligheid dat ik nu in een dicht huis zit. Het is nog geen half negen in de avond. De honden slaan aan en ik ben bang. Ik voel me niet veilig. Bij elk hard, onverwacht geluid duik ik inwendig in elkaar. Mijn zoon duikt letterlijk in elkaar en vraagt elke keer angstig: wat is dat mama? De avond van het schieten konden we hem nog redelijk gerust stellen met het verhaal dat het waarschijnlijk vuurwerk is geweest, maar de dag erna konden we er niet meer omheen.
Mogelijk is slachtofferhulp een optie om dit een plek te geven.
Ik kan er niets vrolijks over vertellen. Ik kan er niets positiefs uithalen. Ik kan er geen draai aan geven. Ik kan het niet omdenken. Ik kan enkel denken: wat hebben wij een hoop beschermengelen bij ons gehad, mijn dank is groot. Ik hoop nog heel lang gebruik te mogen maken van jullie en niet alleen ik, ook de anderen van dit bijzonder eiland die hier niets, maar dan ook helemaal niets mee te maken hebben en er toch elke dag hinder van ondervinden.  
(nu, na ruim twee weken durft mijn zoon pas weer ’s avonds in de auto te rijden, ik heb inmiddels weer enkele ramen open staan in de avond en ik voel mij overdag als vanouds. Het komt wel goed met ons, maar helemaal onbevangen zal ik nooit meer worden en dat neem ik ze heel erg kwalijk).

woensdag 11 juni 2014

Studie

Het is zenuwslopend. Ik ben nu, na twee jaar bijna klaar met mijn Master studie. Een master in speciaal onderwijs. Heel interessant, maar vooral heel hard werken. Ik ben dan ook blij dat ik kan zeggen dat ik bijna klaar ben. Ik kan elk moment de uitslag binnen krijgen van mijn laatste toets.
Voor deze toets moest ik ook een presentatie houden op mijn werk. Nu spreek ik wel vaker voor grote groepen, en hoewel ik mij daar altijd wel een beetje zenuwachtig bij voel, had ik het nu wel heel sterk. Al bij de openingszin ging het mis, ik begon te stotteren, te zweten, te piepen en te blazen en inhoudelijks kwam er niet veel meer uit. Ik hoorde mij af en toe nog iets zinnigs zeggen en hoopte maar dat dat genoeg zou zijn voor het filmpje dat ik moest opnemen.
Naderhand vroegen collega’s nog aan mij, wat er toch met me aan de hand was. Zo kenden ze me helemaal niet, zo nerveus. Ik wist niet hoe snel ik thuis moest komen. Mijn man  vroeg meteen belangstellend hoe het was gegaan, en het enige dat ik kon uitbrengen was: het was 1990 all over again.
In dat jaar deed ik voor de eerste keer eindexamen VWO. Zoals deze zin al suggereert heb ik het toen niet gehaald. En het jaar daarna ook niet. Traumatische ervaringen zou ik willen zeggen. Lang heb ik gedacht niets te kunnen tot ik de PABO in één keer doorliep. En nu bij deze masters opleiding gaat het ook goed, alleen dat gevoel he. Ik dacht dat ik daar al mee had afgerekend door de jaren heen, maar niets was minder waar. Dat kwam acuut terug.
In eerste instantie onderstreepte het filmpje dit gevoel. Mijn man schoot bij de zoveelste ehm in de slappe lach. Maar na wat heen en weer gekijk, bleek er toch bruikbaar materiaal tussen te staan.
Wat ook eenzelfde gevoel opriep was de volgende dag naar het werk gaan. Ik wist dat ik slecht werk had geleverd en dat ik de collega’s die zo dapper hadden zitten luisteren onder ogen moest komen. Net als zoveel jaar geleden. Ik wist dat ik was gezakt en dan toch naar school gaan en je klasgenoten feliciteren die wel geslaagd waren. Natuurlijk heb ik dat gedaan, ik gunde hen dat diploma heel erg, maar zuur was het wel. Gelukkig had ik toen hele lieve klasgenoten die lief reageerden, en nu lieve collega’s die lief reageerden. Nee, ze hadden er niet veel van begrepen van mijn verhaal, maar het wel voldoende beoordeeld, want het was voor een toets.

Het grote wachten is nu op de beoordelaars van de opleiding. Hopen dat zij door die nervositeit heen kunnen kijken. Net als mijn leraren toentertijd die dat konden tijdens mijn mondelinge examens. En anders gun ik hen net zo’n fijne avond als mijn man, laat ze dan maar de slappe lach krijgen, is er toch nog iets goed uit gekomen.  

Stekkers

Ik was me er niet zo van bewust, maar automatisch trek ik de stekker uit mijn laptop als ik het onweer vlak boven ons huis hoor donderen. Ik kijk om, door het raam naar buiten en zie dat het ook flink aan het bliksemen is. Op Curaçao was het een handeling die wij allemaal deden zonder daarbij na te denken. Zodra het ging onweren en bliksemen trokken we de stekkers uit alle apparaten. Die enkele  keer dat we het niet deden was er altijd wel iets kapot. Te veel spanning waardoor het apparaat het begaf. Eén keer begaven alle apparaten het tegelijk. Leg dat maar eens uit aan de verzekering.
In Nederland is het niet heel hard nodig, de aardlekschakelaar vangt het ergste verschil wel op, maar ook hier kan het voorkomen dat je ineens een enorme piekspanning krijgt. Dus dan denk ik maar zo , beter safe than sorry.
Stekkers uit stopcontacten trekken doen we niet alleen bij slecht weer. Ook als we op vakantie gaan. Voor langere tijd trekken we ook de stekker uit de koelkast. Het is niet nodig dat die aanblijft, bovendien zijn de meeste houdbare spullen verlopen als we terug komen. Uiteraard halen we eerst alles eruit dat kan bederven.
Zo ken ik mensen die dat wel eens vergeten zijn op Curaçao. Alle stekkers waren eruit en in de koelkast was gekeken, maar daar zat niets bijzonders meer in. Helaas werd er vergeten ook in het vriesvak te kijken, dus bij terugkomst liep de koelkast hen bijna tegenmoet. Hij kon zo doorlopen naar de shut. Schoonmaken had weinig zin meer.
Andersom gebeurt het ook wel eens. Zo kwamen vrienden naar Nederland op vakantie, vanuit Curaçao. Vlak voor vertrek was de stroom uitgevallen en om een piekstroom te voorkomen hadden ze de hoofdschakelaar uitgezet. Bij vertrek toch nog gauw die hoofdschakelaar weer aangezet, want dan kon de koelkast in ieder geval aan blijven staan. Zo lang zouden ze niet weg zijn, dus dat kon deze keer wel. Wat ze even vergeten waren, was dat de airco aan had gestaan op het moment dat de stroom uitviel, dus toen de stroom weer terug kwam, sprong de airco ook weer aan. Die kamer is drie weken lang heerlijk koel geweest. Voor de kou, hadden ze echt niet naar Nederland hoeven komen. Laat staan de kosten die het met zich meebrengt. Dan kun je bijna beter die koelkast tegenkomen bij terugkomst, dat zal ongetwijfeld goedkoper zijn.
Het blijft altijd een afweging wat je nu moet doen. Ik loop niet meer het huis door om overal de stekkers uit te trekken, maar terwijl ik aan het werk was op de computer en het begon te donderen trok ik in een reflex de voeding uit het apparaat.


Patatje kapsalon

Als je in Nederland komt wonen is het niet onverstandig om een zakformaat woordenboek bij de hand te hebben. Of tegenwoordig kun je ook veel opzoeken op je telefoon. Er worden hier woorden gebruikt die voor menig buitenlander onbegrijpelijk zijn. Het is dan fijn, als je je even kan terugtrekken, in bijvoorbeeld het kleinste kamertje, oftewel de wc, om daar even op zoek te gaan naar het woord, zodat het toch lijkt alsof je alles snapt.
Nog vandaag kwam ik zo’n woord tegen. Hondengezeik. Dit had dus niets te maken met honden die een plas moeten doen. Het betekent dat je elke minuut van de dag iets doet. Een ander woord dat je redelijk snel leert hier is pokkenweer. Je hoeft maar naar buiten te kijken, vervolgens naar het gezicht van diegene die het woord heeft uitgesproken met de toon die daarbij hoort en het wordt duidelijk dat het niet om een zonnige dag gaat.  Klunen is ook een typisch Nederlands woord. Een woord dat je vooral in de winter hoort. Klunen is schaatsen zonder ijs. Een sloot is meestal niet helemaal bevroren, waardoor schaatsen onderbroken wordt.  Met andere woorden, je moet met je schaatsen aan over de zijkant van de sloot lopen, tot je weer bij een stuk sloot komt waar wel goed ijs op ligt.
Op de camping kan het voorkomen dat de buurman je waarschuwt voor een sleurhut die eraan komt. Nu moet je eerst opzij gaan als iemand je ergens voor waarschuw,t voordat je dat zakwoordenboekje erbij pakt, want die sleurhut gaat niet opzij. Die wordt voortgetrokken door een auto en heet in net jargon een caravan. Ik wist niet waar ze het over hadden.
Je kan in Nederland ook uit de muur eten. Je bevindt je voor een muur, met daarin allemaal kleine mini-raampjes, met trekhendels. Achter deze raampjes bevinden zich kroketten, frikadellen, bamischijven, en nog meer gefrituurd lekkers die je eruit kan halen, nadat je een euro of meer hebt betaald. Mijn ervaring is dat deze, na een avondje stappen, om half zeven in de ochtend, nog best smaken. 
Niet enkel eten haal je uit de muur. Je kan hier natuurlijk ook pinnen, alleen noemen ze het dan flappen tappen. Denk dus niet dat je een biertje krijgt als iemand het over tappen heeft. De inwoners van Twente noemen zeTukkers en als je oude kleren draagt, spreekt men veel over je oude kloffie.
Een vreemd fenomeen zijn de sauzen over je patat. Heb je mayonaise en pindasaus over je patat, dan noem je dat een patatje oorlog, maar als er over die patat shoarma vlees, kaasplakken, knoflooksaus en soms wat sla over gaat, dan noemen ze dat een patatje kapsalon. En om het helemaal ingewikkeld te maken bestel je in het zuiden geen patat, maar  friet.

Als je dat doet ben je een minkukel, en terwijl je het woord snel opzoekt kijken de omstanders je aan. Weer zo’n iemand van boven de rivieren zie je ze denken. 

Limonade

Het is pure nostalgie als ik aan die limonade flesjes denk die wij vroeger bij het softcenter kochten. Met een leeg krat reden we naar de supermarkt om een nieuwe krat te vullen. Bij sommigen kon je zelfs met je auto naar binnen rijden. Een soort van drivethru voor je limonade en bierkratten.  Daar mochten we vertellen welke kleur limonade we die week wilden. Wij mochten één kratje per week. Daarin zaten vierentwintig flesjes en die gingen goed op. Ik koos standaard een paar flesjes grape en die lichtgele was ook lekker. Mijn vader dronk graag coco rico. De banaan of oranje werd bij ons thuis minder gedronken. Dus waarom we die toch elke week weer kozen is mij een raadsel. Ze bleven altijd als laatste over in het krat en we haalden pas een nieuwe krat als ze allemaal leeg waren. Dat betekende aan het einde van de week drinken wat het krat schafte.
In Nederland heb je voor de gewone consument niet van die kleine flesjes. In de supermarkt staan rijen vol met grote flessen frisdrank. Je koopt dus grote flessen van een liter of meer. Tegenwoordig zie je dat ook op Curaçao. Jammer hoor.  Ook omdat het gas onderin de flessen meestal grotendeels weg is en als er iets niet lekker is, dan is het koolzuurhoudende limonade zonder koolzuur.  Ik mix die bodem met de top van een nieuwe fles om zo toch het gevoel te houden dat ik iets lekkers aan het drinken ben.
Grape- en bananensmaak kennen ze niet. Bij de buitenlandse producten kan ik nog wel coco rico krijgen, maar meer exotisch dan dat is er niet. De keus hier is niet minder beperkt. Er is genoeg keus in frisdrank, je hebt cola, casis, 7-up, bitter lemon, sinas,  maar kleurrijk is het niet. Het is of paars/zwart of gelig. Geen blauwe limonade, of groene, lila, paarse, oranje of witte. Zonder etiket weet je niet wat je pakt. Het kan van alles zijn. Je zult de dop eraf moeten schroeven, om te ruiken en te proeven welke smaak je binnen krijgt.
Behalve de smaakherkenning stond zo’n krat met limonade flesjes ook altijd leuk. Het was een bonte verzameling van chemische kleursamenstellingen, waar nog de nodige geur-en smaakstoffen aan toegevoegd werden. Ik besef nu pas dat al die limonade vol kleurstoffen moet hebben gezeten. Dat maakte toen nog niet veel uit. De studies die gedaan zijn over het effect van kleurstoffen op onze gesteldheid zijn pas van na de jaren tachtig. Nu heb je ADHD en mag je niets meer, toen waren we druk en kon alles.


Camping

We wilden er even een paar daagjes tussenuit. Kamperen is dan een logische keus voor ons. We hebben alle spullen, tent en toebehoren, de auto om ergens heen te rijden, alleen het weer, daar hadden we geen invloed op. We hebben tot op het laatste moment gewacht en belden op vrijdag naar de camping, of er nog plek was. Niet dus. Alles was vol, alle sta caravans, maar ook alle plekken om een tent op te zetten. Dat hebben wij in het laag seizoen nog nooit meegemaakt, maar we gingen er maar vanuit dat het klopte.  Mijn zus, die naar dezelfde camping ging en al een paar maanden geleden had geboekt was verzekerd van een plek. Zij reden maandag vrolijk weg en bij aankomst vroeg ze of er nog ergens een klein plekje was voor een tent. Plek genoeg zeiden ze, laat ze maar komen.
Daar aangekomen mochten we kiezen uit verschillende plekken, dus ik weet niet wie er vrijdag heeft gekeken, maar helemaal helder was die waarschijnlijk niet meer. We kozen een mooi plekje aan de Ourthe, een riviertje dat langs de camping stroomde.  Met uitzicht op een paar wilde ganzen stonden we mooi. Naast ons een paar tenten en verder veel sta caravans.
Het was heerlijk, rustig. De kinderen vermaken zich altijd prima op zo’n camping. Die maken al snel vrienden en zijn de rest van de dag aan het spelen. Wij hebben tijd om rustig bij te kletsen, een boek te lezen, te bedenken wat we die middag eens zouden gaan doen, want de hele dag spelen is toch ook maar niks voor de kinderen. Wat een vergissing, zij wilden niets liever. Het compromis was snel gemaakt. We deden elke dag iets wat de ouders ook leuk vonden, en verder mochten de kinderen vooral veel spelen op de camping. Dat dat leuks wat we deden toch ook leuk voor de kinderen moest zijn hadden we ook al snel bedacht. Niets zo vervelend als door het oudste stadje van Europa te wandelen met vier jengelende kinderen die er niets aan vinden. Dus er werden grotten bezocht , ijsjes gegeten en met water gespeeld dat we tegen kwamen. We hadden zelfs een soort van kaas-wordt feestje. Deze duurde echter zeer kort. Waarschijnlijk waren de kinderen toch wel hongerig van al dat wandelen, want de schaal stond nog niet op tafel of was al leeg.

De volgende dag op de camping keek ik nog eens goed naar onze buren, en luisterde hun gesprek af. Ze spraken Papiaments.  Mijn campingburen waren van Curaçao. Natuurlijk ging ik erheen en knoopte een praatje aan.  Ook zij waren er even een paar dagen tussenuit. Ook even lekker weg. Met dat ene grote verschil. Dat vierkante grote verschil. Nu had ik het in caravans wel vaak gezien, maar in een tent nog nooit. Zij hadden een grote platte tv opgehangen. Daaraan had ik ze toch eigenlijk al moeten herkennen. Op Curaçao al vaak zichtbaar. Hoe klein ook het huis, die schotel staat wel in de tuin, dus tv werd er gekeken.  Net als hier. Ik ging terug naar onze tent,  zakte neer op de stoel en pakte een boek. Mijn campingvariant van de tv.