woensdag 11 juni 2014

Kattenkwaad

Er zijn van die dingen waar je altijd enorm veel lol over hebt als je eraan terugdenkt, maar waar je niet altijd over praat. Dingen die stiekem heel leuk waren, maar eigenlijk niet hoorden. Nu beseffen we dat nog meer dan in onze pubertijd natuurlijk. Dan maakt het je allemaal niet zoveel uit.
We gingen regelmatig met vriendinnen en vrienden naar Punda op zaterdagmiddag en dan belandden we steevast in een eetgelegenheid die bekend staat om zijn grote gele M. Die eettenten waren altijd op dezelfde manier opgebouwd en dat was voor ons elke keer weer reden om bij de tussenschotten te gaan zitten. naast de bankjes. Die schotten gaven je een vals gevoel van veiligheid, maar ook een mogelijkheid om rottigheid uit te halen, daar ze niet geheel tot aan beneden doorliepen. Er zat een naad in van zo’n vier centimeter. Precies groot genoeg om van alles doorheen te kunnen schieten. En dan met name ijs. Het ijs dat meekwam bij het drinken, gescrusht ijs dus. Dat paste precies in de rietjes en met een flinke blaas kon je die heel ver weg schieten. En zo waren mensen die stukken verderop zaten het doelwit. We kenden ze niet en door de schotten voelden we ons veilig.
Maar niet voor lang. Het management had het al gauw door en we werden dan ook vriendelijk, maar dwingend verzocht om het restaurant te verlaten. Uiteraard onder hevig gelach en nepgeprotesteer verlieten wij de zaak om een week later hetzelfde ‘geintje’ nog eens uit te halen. We waren niet eens zo slim om een ander filiaal uit te proberen. We zaten altijd in hetzelfde filiaal, meestal zelfs op dezelfde plek.
Het ging zelfs zo ver dat we het ook in Caracas deden. Ook hier in dezelfde restaurantketen, met vrienden, en ja, ook hier waren tussenschotten. En de meesten van ons spraken geen Spaans en dus voelden we ons veilig.  Ik vermoed dat het management van Curaçao een kort lijntje heeft met dat van Caracas, want ook hier werden we verzocht om het pand te verlaten. We probeerden nog te doen of we ze niet verstonden, maar gebarentaal, wijzend naar de deur en ons de doorgang versperren, is nogal internationaal, daar konden we niet omheen.
In Nederland doen ze het subtieler. In de crazy piano’s in Scheveningen krijg je ook gecrusht ijs in je drinken en dat vraagt om problemen. Daar zouden ze beter mee kunnen stoppen. Ook hier kon je goed schieten, vanachter de rug van je vrienden leek je er goed mee weg te komen. Alleen het gezelschap werd steeds kleiner. Iedere keer als iemand naar het toilet ging kwam deze niet meer terug. Heel vreemd. Tot ook jij aan de wandel ging en van de beveiliging te horen kreeg dat je vrienden buiten waren. Nietsvermoedend liep je naar buiten naar je vrienden. En na een joviale begroeting werd je duidelijk gemaakt door de beveiliging dat je niet meer naar binnen mocht. En daar stond je dan, buiten, ook hier eruit gezet.


Concert Normaal

De eerste keer dat ik in Nederland naar een concert ging was naar een concert van Normaal. Een rock band uit de Achterhoek. Nu heb ik zelf ook een aantal jaren in de Achterhoek gewoond, dus je zou zeggen dat ik wel gewend moest zijn aan de mensenen hun mentaliteit. Nou, daar heb ik mij wel in vergist.
Dat concert dus. Van te voren werden we gewaarschuwd. Men zei dat we oude kleren aan moesten trekken die vies mochten worden en kapot mochten gaan. Dat op zich vond ik al best vreemd. Ik was gewend om je netjes aan te kleden als je naar een optreden van het een of ander gaat. Maar we namen het advies ter harte en hadden oude kleding aan. Ook werd, ons meisjes afgeraden om witte t-shirts aan te trekken.
De locatie had ons misschien al moeten waarschuwen, maar naïef als we waren deed dat niet meteen een alarmbel rinkelen. Het concert was in een grote stal. Zaagsel en zand op de grond, met hier en daar nog wat uitwerpselen van paarden vermoed ik.  Ik was nog geen kwartier binnen of ik had het eerste glas bier al in mijn nek zitten. iedereen had minstens twee cups bier in zijn handen en bij de muziek werd flink heen en weer gedanst, gesprongen en bewogen. Dat het bier flink over de rand van de cups kloste maakte niets uit. De volgende lading werd alweer gehaald. Bij sommige nummers die de band speelden was het de gewoonte om het bier in het rond te gooien.
Na een half uur waren de haren kletsnat van het bier, onze t-shirts waren nat en ik snapte toen waarom we het advies hadden gekregen om geen witte t-shirts aan te trekken.
Ook begon ik te snappen waarom we oude kleren aan moesten. Uiteraard vanwege al het bier, vermengd met zaagsel, paardenstront en opspattend zweet. Een miss-wet-tshirt zou er niets bij zijn.Maar zeker ook omdat de shirts kapot gescheurd werden. Zo liepen de meeste mannen al gauw in ontbloot bovenlijf rond en zag je zo nu en dan weer een t-shirt door de lucht heen gaan. Maar niet alleen bij de mannen zag je dit. Er waren ook meerdere vrouwen met ontbloot bovenlijf. Zij werden op de schouders genomen door de mannen, en torenden dus hoog boven iedereen uit. Zonder t-shirt en soms ook zonder ondergoed , overgoten door bier genoten ze van het concert.

Ik weet niet waar ik uiteindelijk het meest van gechoqueerd was. De mannen die alsmaar handtastelijker en luidruchtiger werden. De vrouwen die steeds minder om het lijf hadden en dat ook niet erg schenen te vinden. Of de terugreis in de trein waar wij zaten, tussen de keurige families die op zondag teruggingen naar huis, in onze kleren die naar bier, zweet, paardenstront en zaagsel roken. Met als excuus, wat volledig geaccepteerd werd, dat we naar een concert van Normaal waren geweest. 

IJshockey

Het blijft een uitdaging. Welke sport vindt mijn kind leuk. Bij sommigen is dit heel duidelijk. Die vinden één sport leuk en dat is het. Of geen sport en dat is ook duidelijk. Ons kind vindt alle sporten leuk. Alle jongenssporten dan wel te verstaan.
Hij zat op grashockey en judo. Een buiten teamsport en een binnen individuele sport. Met name dat binnen sporten, dat ligt mij wel. We hebben met dat hockey buiten langs de lijn gestaan, een paar graden boven nul, dikke winterjas aan, muts op , sjaal om, de kantine nog dicht. Ik kan zeggen dat ik daar niet heel gelukkig van wordt.
En nu heeft onze zoon bedacht dat ijshockey  misschien ook heel leuk is, en dat is het ook. Het is een fysiek hele stoere sport en een aangename buitensport. Je speelt wel buiten, op ijs, maar in een hal, dus overdekt en uit de wind en dat scheelt en heleboel.
Nu kon zoonlief net een beetje schaatsen, maar meer hoef je ook niet te kunnen volgens de vereniging, dus met geleende schaatsen op naar de proeftraining. Met wiebelende benen stond hij op het ijs, maar wat een plezier. Ook echt een sport voor jongens zoals de onze. Hij mag vallen, hij mag slidings maken, de puck is nooit uit, hij mag de puck stoppen met zijn schaatsen en zelfs scoren met zijn schaatsen en hij mag de hockeystick met beiden kanten gebruiken. Een win-win-win sport voor de onze.
En toch vindt hij het gras hockey ook leuk, en judo, en taikwando , en hiphop/streetdance, maar als we vragen wat hij het liefste wil dan zegt hij toch voetbal. Kijk, en daar hebben wij weer niets mee. Een paar weekenden terug is ook bij één van de clubs bij ons in het dorp gevochten, omdat de spelers het niet eens waren met de beslissing van de scheidsrechter. Er zijn gelukkig geen doden gevallen, maar wel gewonden en dat alles om een spelletje. Dus zolang het lukt houden we voetbal af.

Nu staan wij, als ouders voor de keus, wat gaan we na de zomer doen. Blijft het grashockey of gaan we toch het ijshockey een kans geven? We hebben voor beiden sporten voor en tegen argumenten. De een is dicht bij huis en heeft schoolvriendjes, de ander is stoer en meer op maat. En dan hebben we het nog niet eens over het argument, wat doen we in de toekomst? Blijven we hier wonen of gaan we een keer terug naar Curaçao? Met dat argument is het helder. Dan is ijshockey nou net niet de sport die daar gespeeld kan gaan worden en dus geen slimme keus. Of toch wel? Ik heb gehoord dat er ooit iemand was die op het kerkplein van Janwé een ijshockey team had samengesteld en dat er werd geoefend met skeelers. En zo liggen alle opties voor ons nog open. 

Schijndel vol verhalen

Vandaag was ik aanwezig bij ons in het dorp voor de uitreiking van het boekje Schijndel vol verhalen. Het was een verhalenwedstrijd over het dorp. Ook ik had meegedaan en ook mijn verhaal is gepubliceerd. Ontzettend trots natuurlijk.
Behalve dat het werk gepubliceerd zou kunnen worden zou deze middag ook de dorpsschrijver bekend gemaakt worden. Onder de schrijvers die iets hadden ingezonden zou een dorpsschrijver gekozen worden. Ik wist dat ik het niet zou worden. Ik ben teveel import, maar nu er gekozen is voor een Belgische, had ik niet gedacht.  Het is wel logisch toen ik haar verhaal las. Ze roemt en noemt  Schijndel volop. Ik noem Schijndel volop, maar heb ook zeker kritische noten laten horen.
Deze middag werd aan elkaar gepraat door een meneer van een evenementenbureau, die ik redelijk goed kon verstaan. Natuurlijk sprak hij gewoon Nederlands, maar wel met een Schijndels accent. Voor veel mensen boven de rivieren zou het boers klinken. Ze noemen het ook wel plat praten in Nederland. Kom je uit het oosten van het land, dan praat je plat. Kom je uit het zuiden dan praat je met en zachte g, maar in de dorpen praten ze plat. Toen wij net op Curaçao woonden spraken mijn zus en ik ook plat. Mijn ouders niet.  Die spraken ABN, zoals ze dat zeggen. Algemeen Beschaafd Nederlands. Wij hebben nog een maand plat gepraat en toen waren we het kwijt. Ik werd zo hard uitgelachen, dat ik heel snel leerde om zonder accent te spreken. Ofwel met een Antilliaans accent, dat kwam later.
Er was deze middag ook cabaret. Twee dames die vertelden over vroeger, over de winkel van haar moeder. Ik zag velen instemmend knikken toen zij beschreef waar deze winkel zich had bevonden. Ook mijn man knikte mee. Er werden meer herkenninsplekken besproken en wederom deinde de zaal mee. Ik kon niet meedeinen. Los van het feit dat ik geen idee had waar deze plekken zich zouden moeten bevinden, had ik ook een taalprobleem.
De bibliothecaresse en de burgemeester, die ieder ook het een en ander te vertellen hadden, kon ik goed verstaan en zoals gezegd kon ik de meneer van het evenementenbureau nog redelijk goed verstaan. Bij de dames  van het cabaret werd het echter een ander verhaal. Zij spraken zo mogelijk nog platter dan de marktkoopman die zijn kaas aanprijst op de wekelijkse markt.
Misschien dat dorpsschrijver ook te hoog gegrepen is voor mij. Ik zou de verhalen die ik hoor niet kunnen optekenen. Toch eens in de krant kijken of ze ook cursussen Schijndels praten en begrijpen aanbieden want ik kan met zekerheid zeggen dat ik van hun verhaal voor bijna tachtig procent heb kunnen verstaan. Daarbij heb ik nog een kleine tien procent kunnen interpreteren, maar de overige tien procent moet ik ze schuldig blijven. Ik heb werkelijk waar geen flauw idee waar die over gingen. 



test 1

Om uit te testen of deze het weer doet.

dinsdag 25 maart 2014

kleur bekennen

Ik verbaas mij de laatste tijd steeds vaker over het fenomeen ‘verschil in mensen’. Wie bepaalt nu wat de norm is? Moet dat bepaald worden?
Het mooie aan wonen op Curaçao vond ik altijd dat er zoveel verschillende typen mensen woonden en dat ging altijd goed. Of je nu blank of gekleurd was, het maakte niets uit. Welke religie je had, maakte ook niets uit, maar ik merk dat er een verschuiving in tolerantie aan het ontstaan is de laatste jaren. En het lijkt alleen maar erger te worden.
Te vaak komen er discussies langs op Facebook en de lokale kranten waarin de kleur van de mens de toon zet. De kleur van de mens wordt aangegrepen om een mening te mogen hebben of niet. Ben je wel gekleurd genoeg om een mening te mogen hebben, lijkt de tendens vaak te zijn. En daar heb ik moeite mee.
Aan de buitenkant zie ik eruit als de eerste de beste Nederlander, zeker als ik net terug ben op het eiland, veel te wit sta ik op Hato. Doordat ik meteen in het Papiaments begin te praten, met accent (soms geforceerd) dwing ik mensen anders naar mij te kijken en dat lukt ook. Ik wordt acuut geaccepteerd als zijnde, één van hen. In dit geval gaat het enkel over er zijn. Het wordt moeilijker als ik mijn mening wil verkondigen. Ik meng mij uit voorzorg maar niet in discussies. Te vaak wordt het mij duidelijk dat ik geen kant uit kan. Als ik het niet per definitie eens ben met de stelling die genomen is, namelijk dat veel ellende op het eiland veroorzaakt wordt door de blanke Nederlander, dan wordt mij racisme verweten. Dan ben ik ook zo’n Nederlander. Het hebben van een mening is dan ondergeschikt aan de kleur die je blijkbaar uitstraalt. Net zo vaak wordt het slavernij verleden erbij gehaald. Ik mag daar blijkbaar geen mening over hebben als blanke. Het verwijt, jij kan het ook niet voelen, want je hebt niet de juiste kleur hoor ik wel eens, terwijl ik enkel ook een mening heb.
Andersom heb ik er ook last van. Als bekenden een gechargeerde opmerking maken over Antillianen, Marokkanen, Surinamers en ga zo maar door en ik heb daar ook een mening over, dan is dat lastig. Ik heb het gevoel dat ik altijd het standpunt in moet nemen van de verdediging om niet voor racist uitgemaakt te worden, terwijl ik het soms wel met ze eens ben.
Hoe komt het toch vraag ik mij af. Dit was vroeger toch nooit zo’n issue. Waarom nu wel? Gaat het zo slecht op het eiland dat we een zondebok zoeken? Voelen we ons zo veel slachtoffer, dat we geen verantwoording meer durven nemen voor eigen daden en bij voorbaat anderen hiervan de schuld geven. En is dan iemand beoordelen op zijn huidskleur dan niet het makkelijkst? Dat is toch juist datgene dat je zelf niet wil? Dat doe je nu een ander wel aan.

Ik heb mij er bijna bij neergelegd dat ik het toch nooit goed doe. Voor de blanken ben ik te zwart en voor de zwarten te blank. Ik wil graag gezien worden als een multi-gekleurde persoonlijkheid met een duidelijk eigen mening. En ik dacht altijd dat elke Curaçaoënaar dat was. 

zondag 16 maart 2014

seizoenen

Zomer in Nederland, de tuin staat in bloei, het gras is groen, de bomen hebben volop blad. Vogels fluiten vrolijk hun deuntje en een dikke hommel zoemt voorbij. Ik ruik de geur van geroosterd vlees op de barbecue  en hoor het geplons van kinderen die in een zwembad duiken.
Zomer op Curaçao, de tuin staat er droog bij, vanavond even water geven, de vogels vliegen luidkeels door de tuin, de hagedissen schieten onder de struiken door weg. Het vlees voor de barbecue staat klaar in de marinade, maar nu eerst even lekker zwemmen.
Herfst in Nederland, de regen blijft komen, er is geen droge dag te voorspellen, de tuin staat er wat verloren bij, de blaadjes waaien weg van de bomen en de bloemen zijn uitgebloeid, het gras wat in de zomer nog een mooi voetbalveldje was vertoont nu modderige plekken.  Vogels zoeken een veilig heenkomen en muisjes verzamelen hun wintervoorraad. Het buitenleven wordt ingeruild voor het binnenleven.
Herfst op Curaçao, de tuin staat er droog bij, vanavond even water geven, de vogels vliegen luidkeels door de tuin, de hagedissen schieten onder de struiken door weg. Het vlees voor de barbecue staat klaar in de marinade, maar nu eerst even lekker zwemmen.
Winter in Nederland, geen blad hangt er meer aan de boom en de planten houden hun knoppen verborgen. Hier en daar zie je een vogel op zoek gaan naar wat voedsel, wat meestal aangereikt wordt door de mensen in de vorm van vetbollen en pindaslingers. Het gelach van kinderen in de sneeuw is alleen hoorbaar op die witte dagen dat er sneeuw is gevallen.
Winter op Curaçao, de tuin staat er droog bij, vanavond even water geven, de vogels vliegen luidkeels door de tuin, de hagedissen schieten onder de struiken door weg. Het vlees voor de barbecue staat klaar in de marinade, maar nu eerst even lekker zwemmen.
Lente in Nederland, de bloemen beginnen weer te bloeien, de planten staan vol in knop. Het blad aan de bomen vindt zijn weg naar de zon toe, vogels zijn druk in de weer met het bouwen van nesten en zorgen voor hun jong. Kinderen komen weer buiten en buren zien elkaar weer. Het binnenleven wordt verruild voor het buitenleven op die dagen dat we niet verrast worden door voorjaarsstormen en regenbuien.
Lente op Curaçao, de tuin staat er droog bij, vanavond even water geven, de vogels vliegen luidkeels door de tuin, de hagedissen schieten onder de struiken door weg. Het vlees voor de barbecue staat klaar in de marinade, maar nu eerst even lekker zwemmen.

En dan vragen ze nog aan mij, waar zou je nu het liefst willen wonen?