zondag 16 maart 2014

seizoenen

Zomer in Nederland, de tuin staat in bloei, het gras is groen, de bomen hebben volop blad. Vogels fluiten vrolijk hun deuntje en een dikke hommel zoemt voorbij. Ik ruik de geur van geroosterd vlees op de barbecue  en hoor het geplons van kinderen die in een zwembad duiken.
Zomer op Curaçao, de tuin staat er droog bij, vanavond even water geven, de vogels vliegen luidkeels door de tuin, de hagedissen schieten onder de struiken door weg. Het vlees voor de barbecue staat klaar in de marinade, maar nu eerst even lekker zwemmen.
Herfst in Nederland, de regen blijft komen, er is geen droge dag te voorspellen, de tuin staat er wat verloren bij, de blaadjes waaien weg van de bomen en de bloemen zijn uitgebloeid, het gras wat in de zomer nog een mooi voetbalveldje was vertoont nu modderige plekken.  Vogels zoeken een veilig heenkomen en muisjes verzamelen hun wintervoorraad. Het buitenleven wordt ingeruild voor het binnenleven.
Herfst op Curaçao, de tuin staat er droog bij, vanavond even water geven, de vogels vliegen luidkeels door de tuin, de hagedissen schieten onder de struiken door weg. Het vlees voor de barbecue staat klaar in de marinade, maar nu eerst even lekker zwemmen.
Winter in Nederland, geen blad hangt er meer aan de boom en de planten houden hun knoppen verborgen. Hier en daar zie je een vogel op zoek gaan naar wat voedsel, wat meestal aangereikt wordt door de mensen in de vorm van vetbollen en pindaslingers. Het gelach van kinderen in de sneeuw is alleen hoorbaar op die witte dagen dat er sneeuw is gevallen.
Winter op Curaçao, de tuin staat er droog bij, vanavond even water geven, de vogels vliegen luidkeels door de tuin, de hagedissen schieten onder de struiken door weg. Het vlees voor de barbecue staat klaar in de marinade, maar nu eerst even lekker zwemmen.
Lente in Nederland, de bloemen beginnen weer te bloeien, de planten staan vol in knop. Het blad aan de bomen vindt zijn weg naar de zon toe, vogels zijn druk in de weer met het bouwen van nesten en zorgen voor hun jong. Kinderen komen weer buiten en buren zien elkaar weer. Het binnenleven wordt verruild voor het buitenleven op die dagen dat we niet verrast worden door voorjaarsstormen en regenbuien.
Lente op Curaçao, de tuin staat er droog bij, vanavond even water geven, de vogels vliegen luidkeels door de tuin, de hagedissen schieten onder de struiken door weg. Het vlees voor de barbecue staat klaar in de marinade, maar nu eerst even lekker zwemmen.

En dan vragen ze nog aan mij, waar zou je nu het liefst willen wonen? 

muizen

Ik ben opgegroeid met allerlei dieren die niet in huis horen. Dat wil zeggen, muizen, ratten, schorpioenen, duizendpoten, maribomba’s (oftewel te grote wespen). Deze heb ik met liefde op het eiland achter me gelaten. Je kan niet alles missen en je kan niet overal heimwee naar hebben. Ik heb gekozen om hier geen vervelend gevoel bij te hebben als ik eraan denk.
Groot is dan ook mijn frustratie dat wij regelmatig met muizen worden geconfronteerd. Zo erg zelfs, dat we muizen hadden in onze voorraad/trapkast. Veel voorraad staat er niet, wat aardappelen en uien, maar wel veel potten en pannen en allerlei kookgerei. Geen plek waar je muizen wil hebben. Dus deze muizenfamilie moest verhuizen. De zachte aanpak werkte niet, wegwijsbordjes werden niet gelezen, deuren open laten staan zodat ze een  makkelijke weg eruit hadden hielp niet. Het buitenrooster waardoor ze naar binnen zouden kunnen komen dichtstoppen met oude kranten hield ze niet tegen, dus de hard hand moest eraan te pas komen. Gif wilden we niet strooien vanwege de kinderen die hier in huis nog wel eens een snoepje laten vallen op de grond en die daarna met het grootste gemak weer verder opeten. Klemmen moesten er komen. Van die ouderwetse houten klemmen. Van die klemmen waar je goed moet oplette hoe je ze instelt, ander heb je zelf eerst drie keer je vingers ertussen zitten voordat hij gespannen is. En een pot pindakaas, want inmiddels waren we wel zover dat we wisten dat muizen dol zijn op pindakaas.  Nu is mijn ervaring met klemmen niet zo heel positief, die ene keer dat wij een rat wilden vangen, die we buiten hadden zien lopen hadden we ook een (ratten)klem gezet, maar voordat we die rat hadden gevangen, hebben we eerst vier vogels moeten begraven die in de klem gevangen zaten.

Dat idee gauw weggestopt in de wetenschap dat we zeker geen vogels binnen hadden en toch die klem maar gezet. En ja hoor, meteen de eerste nacht raak. Een muis. En de tweede nacht ook, en de derde. Tot wel veertien nachten lang. Toen stopte het. Er werd niets meer gevangen, de klemmen bleven op de pindakaas na leeg. Maar wat was het nou? Hadden we een open verbinding met buiten gehad en bleven de muizen elke dag binnenlopen, tot ze zelf een soort van muizenwaarschuwing afgaven aan elkaar met de boodschap: : je komt er wel in, maar nooit meer uit. Of hebben we nu  opa, oma, ouders, oom en tantes en al het kroost in één keer uitgemoord. Ach, zo draagt ieder huisje zijn kruisje, of bij zoals bij ons, ieder huisje herbergt een muisje. 

maandag 24 februari 2014

fietsenrek

Eindelijk heeft mijn zoon zijn fietsenrek. Het heeft een tijd geduurd. Hij was al laat met het krijgen van tanden. Toen hij één werd had hij vier tandjes, terwijl nichtlief, die vier maanden jonger is, er twee keer zoveel had.
Nu zaten zijn voortanden al een hele tijd heel los, al weken. Na een voetbalpartij met zijn vader liet de eerste tand los en niet veel later waren hij en een vriendje aan het boksen waardoor ook nummer twee los liet. Zoals het hoort hebben we beiden tanden in zijn tandendoosje gedaan. Een mooi souvenir van Curaçao in de vorm van een kleine patia doet dienst als tandendoosje.
Zo’n gapend gat in de mond heet hier een fietsenrek. Op Curaçao zal daar ongetwijfeld ook een naam voor zijn, hoewel een fietsenrek mij niet logisch lijkt, aangezien er daar beduidend minder gefietst wordt, laat staan dat fietsen geparkeerd worden in een fietsenrek.
Mijn moeder heeft ook altijd trouw al mijn tanden en die van mijn zus bewaard. Netjes in een doosje op wat watten. Zo wisten wij altijd, onze tanden liggen bij moeder thuis in de kluis. Helaas is die kluis jaren geleden ook ontdekt door dieven die hadden ingebroken in het huis van mijn ouders. De kluis werd gekraakt en naar buiten gegooid. De tanden waren duidelijk niet interessant genoeg. De sieraden en paspoorten waren weg, maar de tanden lagen verspreid door de tuin. Ik geloof dat er nog een enkele gevonden werd, maar welke van wie was, was niet meer zeker. Ook de honden verloren regelmatig tanden, dus wellicht lagen er nog een paar van hen in de tuin. De tanden die nog gevonden werden zijn weggegooid, samen met de illusie dat een kluis bestand zou zijn tegen het dievengilde.

Mijn zoon heeft maar tijdelijk een fietsenrek. Hij zal over een paar maanden niet meer slissen en twee te grote voortanden hebben. Ik zou die dief nog wel een keer tegenwillen komen. Die sieraden en die paspoorten krijg ik er niet mee terug. Hij heeft die ongetwijfeld allang verkocht, misschien wel om een fiets te kunnen kopen. En daar hoort natuurlijk een fietsenrek bij. Kijk, en die wil ik hem graag geven. Met een flinke rechtse geef ik hem met liefde dat fietsenrek. Niet voor tijdelijk zoals bij alle kinderen, maar voor het leven. Zodat ook hij een blijvende herinnering heeft aan dit avontuur. 

boeren

Soms sta je ineens stil en hoor je iemand iets zeggen waarvan je zeker weet dat je het nog nooit eerder hebt gehoord. Niet hier, niet op Curaçao, nergens. Soms ken ik bepaalde uitdrukkingen niet en blijken ze erg Nederlands gericht te zijn of hoor ik mensen in het Papiaments iets zeggen dat ik niet snel kan thuisbrengen. De woorden zijn Nederlands en de zin is duidelijk, maar de context ontgaat me dan volledig. Zo ook een paar weken geleden.
Ik hoor mijn collega, die bij ons op bezoek is,  ineens zeggen: ‘Pak een stoel, dan kan die boer ook zitten’. Ik kijk de kamer uit naar buiten, maar zie geen boer binnen komen. Ik kijk haar aan en vraag mij af wat ik nu weer gemist heb. Bij mijn weten hadden we het over hele andere dingen. Zeker niet over boeren, laat staan over boeren die een stoel nodig hebben.  Maar ik ben blijkbaar de enige die niet weet waar het over gaat. Het gesprek gaat door waar het over ging, zonder verder interruptie. Niet over boeren, ook niet over stoelen, maar het onderwerp waar het over ging wordt weer hervat.
Ik kijk mijn man aan en vraag aan mijn collega wat ze nou zei. Dus ze herhaalt wat ze zegt en ik snap er helemaal niets van. Ik kijk mijn zoon aan en verwacht van hem dat hij pardon zegt. Hij had net een boertje gelaten en we hebben hem geleerd dat hij dan pardon zegt.  Hij kijkt mij aan en zegt niets. Het is een hele vreemde situatie aan het worden. Tot mijn man mij uitlegt dat als iemand een boer laat, een ander dan zegt: pak een stoel, dan kan die boer ook zitten. Of geef die boer een stoel, dan kan hij zitten. Ik had er nog nooit van gehoord en was ervan overtuigd weer zo’n Antilliaans/Brabants moment meegemaakt te hebben.

Die avond bel ik mijn ouders en vertel ze dit verhaal. Ja, zegt mijn moeder, dat ken ik wel, dat zeiden ze bij ons thuis vroeger ook. Dat kan kloppen denk ik nog, mijn moeder is een Amsterdamse, maar nu  mijn vader. Maar ook hij kende deze uitspraak. Bij hem thuis werd dit vroeger ook gezegd. Ik gooi het maar op het feit dat mijn oma uit Nijmegen kwam en dat dit haar invloed was, maar ik ben er niet gerust op. Ik denk dat ik deze uitspraak ergens heb gemist in mijn opvoeding. Ik durf niet te beweren dat het nooit nodig is geweest om het te gebruiken. Daarmee zou ik suggereren nooit een boer te hebben gelaten, en eerlijk is eerlijk. Mijn zoon heeft dit niet alleen van mijn man. 

maandag 10 februari 2014

tijdsverschil

Wat is dat toch met dat tijdsverschil. Na zoveel jaar vergis ik mij er nog in. Dan vergeet ik het tijdsverschil op de een of andere manier. Ik word op dit moment zo in beslag genomen door mijn werk, studie en een verjaardag, dat iets schrijven voor Thuis er bij ingeschoten was. Herinneringmails heb ik zeker wel gehad, maar niet gelezen. Mijn pc is niet open geweest en op de Ipad zijn niet al mijn email adressen zichtbaar. Groot was dan ook de schrik. Dat ik nu op de valreep mijn mail toch nog lees is mijn geluk.  Ik was vergeten een stukje in te leveren voor de Ñapa.  Ik had mij er al bij neergelegd dat er geen stukje van mijn in de krant zou komen, ik had al een korte excuus mail gestuurd en was al bezig met een uitgebreide versier hiervan, tot ik zag dat het nog werkuren zijn op Curaçao. Zou het alsnog mogelijk zijn? Dus snel in de pen en schrijven.
Het tijdsverschil was voor vrienden vaak een grotere uitdaging dan voor mij. Ik dacht dat ik er nu wel aan gewend was. En normaliter is dat ook zo, maar niet als ik het druk heb dus. Dat is hier wel weer bewezen. En ik maar volhouden dat vrouwen enorm goed zijn in multi-tasken en dat we alle ballen altijd hoog kunnen houden. Dat we met gemak twee dingen tegelijk kunnen. Val ik even door de mand.
Als we vroeger op vakantie gingen naar Curaçao en vrienden vroegen of ze ons konden bellen, dan vertelden we altijd heel expliciet dat ze rekening moesten houden met het tijdsverschil. Mijn man heeft in de beginjaren van onze relatie een briefje naast  de telefoon gehangen met daarop het tijdsverschil. Dat wil zeggen, hou er rekening mee dat het daar vijf/zes uur vroeger is.

Een familielid belde standaard als het bij ons toen midden in de nacht was. Hoe vaak we het ook vertelden, hij beloofde beterschap, maar elke keer weer opnieuw belde hij midden in de nacht. Dat zal mij nooit overkomen. Hoewel zeg nooit nooit. Ik had ook niet gedacht dat ik mij vandaag zou vergissen. Smoesjes genoeg om de vergissing te verbloemen, het is al zo vroeg donker, voor mijn gevoel was het al ver in de avond, of ik heb zo hard gewerkt vandaag, de werkdag zit er al heel lang op. Allemaal waar, maar feit blijft dat ik mij niet bewust was van het tijdsverschil. Voel ik mij zo verbonden met Curaçao dat het niet uitmaakt hoe laat het waar is. Of valt deze ook binnen de smoezenlimiet? 

zondag 26 januari 2014

hapjes

Met de kerstdagen en met oud en nieuw hebben we veel familie om ons heen gehad en vooral heel veel gegeten. Allemaal lekkere dingen. Allemaal herkenbare dingen. Zo had ik een ham di pasku klaar gemaakt. Eigenlijk al te vroeg. Voor de kerst was hij al op. Dus op de valreep toch nog maar een ham klaar gemaakt, zodat we met de kerst zelf ook ham hadden. Even naar de supermarkt gaan om een ham te kopen zit er hier niet in. Je moet je adresjes hebben, en in het Brabantse land, niet in de buurt van een grote stad is dat wel een uitdaging. De groothandel bood uitkomst.
Niet alles is een uitdaging. De bananenbladeren om de ayaka’s in te wikkelen kan ik bestellen bij de lokale supermarkt. Drie dagen later is het in huis, alleen het funchimeel, dat is weer een ander verhaal. Die kan ik hier niet bestellen. Daarvoor moest ik naar de toko in de stad. Maar ook dat ligt eraan waar je woont, want bij mijn zus, die vlakbij Rotterdam woont, lag het wel gewoon in de supermarkt in het schap.
De kalaboontjes hebben we ook bij de toko gekocht, alleen dat pellen hé. Dat blijft een hels werk, daarom smaken ze denk ik ook zo lekker. Je hebt er zo hard aan gewerkt om alles gepeld te krijgen, dat ze wel goed moeten smaken. Gelukkig namen mijn zus, haar dochter en de buurvrouwen die taak op zich dit jaar en mocht ik volstaan met proeven en genieten.
Jammergenoeg mislukten de empana’s en de aardappelkroketten. Geheel gemaakt volgens recept, ik had uren in de keuken gestaan ter voorbereiding en bij het uiteindelijke afbakken zagen de aardappelkrokketten het niet meer zitten. De ene helft viel uit elkaar en de andere helft bleef slap en uit vorm. Bij de empana’s was het probleem al eerder zichtbaar. Het begon al dat ze zich niet wilden schikken in de halve maan vorm en bij diegene die daar wel toe bereid waren lieten alle structuur varen in de hete olie, zodat er uiteindelijk niets over bleef. Het was inmiddels half tien in de avond, terwijl ik om één uur in de middag begonnen was. Het huilen stond mij nader dan het lachen, maar de kaasballen maakten alles weer goed. Die had ik nog klaar staan om af te bakken en die lukten allemaal. En ze waren heerlijk. Er waren er voor oud en nieuw niet zoveel meer over, want elke keer als iemand van ons langs de schaal liep werd er weer één uit gegeten. Maar dat gaf niets. Ze smaakten goed.

Dan had mijn zus ook nog kip op zuur gemaakt en had mijn zwager oliebollen gekocht voor oud en nieuw. Aan eten dus geen gebrek. Wel aan talent om alles te kunnen maken wat ik zou willen. Ik ga dit jaar maar eens op zoek naar een cursus in de buurt om empana’s, pastechi’s en aardappelkroketten te leren maken. Dat lijkt me een prima voornemen voor 2014. 

dinsdag 14 januari 2014

kerstkrant 2013

Vrienden voor het leven
Volgens Wikipedia verstaan we onder vriendschap, een nauwe relatie tussen twee of meerdere mensen, waarbij geslacht geen rol speelt. Het belangrijkste waarop een goede vriendschap gebouwd is, is vertrouwen en onvoorwaardelijkheid.
En ik herken dit enorm als ik naar mijn vriendengroep kijk. In mijn pubertijd was ik deel van een enorme grote vriendengroep. Samen deelden we alles, lief en leed, elke dag weer opnieuw. Dit was niet de enige vriendengroep waar ik mij thuis voelde. Ik voelde mij thuis bij meerdere vriendengroepen.
Deze groepen kwamen zo nu en dan samen, daar was ook wel eens overlap van mensen, maar over het algemeen waren het aparte groepen. Apart in de zin van, andere samenstelling van mensen. Zo had ik een vriendengroep die zeer gemixt was, Nederlander en Antillianen, blank en donker, minder bedeeld en zeer bedeeld, je kon het zo gek niet bedenken, maar we waren een hecht, maar bont gezelschap. Wat maakte het dan, dat wij ons verbonden voelden met elkaar? Hadden we een gezamenlijk iets?
Mijn andere vriendengroepen kan ik beter typeren. Zo was er de groep vrienden, die als gemeenschappelijke deler Venezuela / Zuid Amerika / Spanje had. Allen Spaanssprekend.
En een andere groep die elkaar veel zag had als gemeenschappelijke deler muziek. We vormden een scholierenorkest en met enkelen van hen ontstond een hechtere vriendschap.
Zo was er ook die vriendengroep van school.
Ik voelde mij bij al de groepen thuis en de mensen zijn mij nog steeds allemaal even lief. Met de een heb ik meer contact dan met de ander, maar als ik naar de definitie kijk van vriendschap, gegeven door Wikipedia dan is vooral die onvoorwaardelijkheid een belangrijke factor.
Ik kan mensen voor jaren niet spreken, maar ik weet dat als ik ze nodig heb, ik maar hoef te bellen en ze staan voor mij klaar. En niet alleen wanneer ik ze nodig heb is het contact goed.
Zo heb ik vrienden in Nederland wonen en we zien elkaar soms maar één keer per jaar. We hoeven nooit opnieuw te beginnen, het is nooit vreemd. Het is altijd vertrouwd en prettig. Je hebt meteen een hoop om bij te kletsen over het afgelopen jaar, maar dat wordt door geen van beide partijen als vervelend ervaren. Sterker nog, het komt elk jaar weer ter sprake dat het toch wel heel bijzonder is dat wij elkaar, na ruim vijfentwintig jaar, nog steeds als vrienden beschouwen en dat we elkaar nog steeds iets te vertellen hebben, ondanks dat we elkaar eigenlijk nooit zien. Zo weet ik van hele goede vrienden niet wie hun Nederlandse vrienden zijn, ik heb er geen idee van hoe ze de verjaardagen van hun kinderen vieren, maar als ze voor me staan kan ik aan hun gezichtsuitdrukking meteen zien hoe ze zich voelen. We voelen ons nog steeds veilig bij de ander en dat voelt elke keer weer als een soort van thuiskomen.
Nog niet zo lang geleden had ik een verjaardagsfeestje in Amsterdam. Het is voor ons een uur rijden om er te komen, maar we hebben het er graag voor over. Daar aangekomen is het een blij weerzien met oude bekenden. Sommigen had ik al jaren niet gesproken, anderen nog recent, maar het was enorm gezellig en als vanouds hadden we weer veel lol. Wat dan ook opvalt is dat oude patronen van toen, a la minuut weer in ere worden hersteld. Zonder dat iemand zich daar op dat moment bewust van is. En niet alleen patronen zijn herkenbaar, we accepteren dit ook onvoorwaardelijk van de ander. We proberen niemand te veranderen. Waarschijnlijk hebben we dat allang geprobeerd, vijfentwintig jaar geleden, en waarschijnlijk weten we ook dat het geen zin heeft.
Overzeese vrienden zien we uiteraard nog minder, maar dankzij Facebook hebben we meer contact dan ooit, sinds we verhuisd zijn van het eiland. Ik weet niet of anderen dit ook zo voelen, maar als ik daarnaar vraag dan wordt dit wel herkend. Er is veel te zeggen over Facebook over privacy en massaal en noem maar op, maar het is voor mij wel een waardevol medium. Het houdt mij in contact met mensen die ik niet dagelijks meer om mij heen kan ervaren. De afstand is hierin de grote boosdoener. Niet alleen overzees, maar zeker ook binnen Nederland. Het rijden vind ik nog niet eens het grote probleem, dat heb ik er wel voor over, maar de spontaniteit is er niet. Ik stap niet in de auto om een uur te rijden, om te kijken of een van mijn vriendinnen misschien thuis is.
Op Curaçao rij je makkelijk een blokje om, om te kijken of er iemand thuis is, dat doe ik hier niet en dat mis ik wel.
Zo onvoorwaardelijk als vriendschap is, zo gekunsteld wordt het als je altijd van te voren moet afspreken wanneer je elkaar wil zien.  Bij echte vriendschap maakt het niet uit wanneer je elkaar ziet, dat mag elke dag zijn, daar zou geen agenda aan te pas hoeven komen.
Ik prijs mij gelukkig met Facebook, via dat medium heb ik weer opnieuw contact met mensen die ik al jaren niet meer gesproken had. Ik kan op die manier een beetje meeleven met hun leven, het voelt als het vroegere langsrijden. Even kijken wat de anderen aan het doen zijn. Ga ik mee doen of kies ik er nu even niet voor? Nu doen we dat dus virtueel.
Ik prijs mij gelukkig dat ik dit kan opschrijven. Ik heb een hoop vrienden waar ik op kan bouwen. De een meer boezemvriend dan de ander, maar wel allemaal vrienden. Man of vrouw maakt niet uit. Het is vertrouwd en onvoorwaardelijk.
Bon Pasku i bon aña