zondag 15 september 2013

KLM werelddeal weken

Best leuk die KLM werelddealweken. Ik wacht met spanning en beven af wat de aanbieding is. Ik heb nog niet zolang geleden een aanbieding voorbij zien komen. Met meer dan vier personen reizen, dan kunnen wij u tickets aanbieden voor 440 euro per persoon. Nu willen wij met de kerst best met meer dan vier personen komen, dus gingen we het internet op om deze mooie deal te zoeken. Nergens meer te vinden. Niet getreurd, de KLM werelddealweken zijn er en die hebben ook mooie aanbiedingen. En inderdaad. Voor 500 euro kan je naar Curaçao vliegen. Dat is dan iets duurder, dan de 440 euro die we eerst zagen, maar nog steeds te betalen. Snel zijn we gaan kijken, want stel je voor dat alle stoelen vergeven waren of dat we ook deze deal niet meer terug zouden kunnen vinden.
Kopje thee erbij, koekje ernaast, muziekje op de achtergrond en met één druk op de knop zagen we de aanbieding op ons scherm verschijnen. Het staat er echt, voor 500 euro naar Curaçao. Even kijken in welke periode? Ja, ook in december. We scrollen verder en vullen onze gegevens in. Datum van vertrek uit Amsterdam en de terugvlucht. Hoeveel personen en we moeten even wachten.
Ik val zowat van mijn stoel als ik de totaalprijs in beeld zie verschijnen. Kitjing, € 6.384,29 euro. Of je een emmer leeggooit. Ik denk nog dat ik een typefout heb gemaakt en teveel personen heb ingevoerd, dat ik 12 volwassenen wil meenemen op de reis, maar niets is minder waar. Als ik mijn handelingen herhaal kom ik weer op dit totaalbedrag uit. Wat blijkt, de KLM werelddealweken gelden niet in de periode dat wij werkende burgers met schoolgaande kinderen, schoolvakantie hebben. Niet met kerst, maar ook niet in de herfstvakantie of carnavalsvakantie.
Nadat ik enigszins bekomen ben van de schrik en de teleurstelling die acuut een rol is gaan spelen bel ik een vriendin die bij een reisbureau werkt en vraag haar welke tickets nu echt het goedkoopst zijn in de kerstperiode. Ze heeft ze goedkoper gevonden, iets minder dan de helft goedkoper,€3762 euro. Nog steeds niet te betalen.

Ik heb een beter idee. Je kunt je vlucht verdienen. Er zijn zoveel mensen met talenten aan boord. De mevrouw die altijd poetst bij anderen thuis wil best onderweg een keer doekje over de wc’s halen en die meneer die hard aan de weg timmert om stand-up comedian te worden, mag die a.u.b. even komen oefenen aan boord. Ik sta zelf voor de klas, ik kan uw kinderen bijles geven onderweg, daarmee slaan we meteen twee vliegen in één klap, en de kinderen worden wijzer en ze worden opgevangen. Mag ik dan mijn kind tegen gereduceerd tarief meenemen? Hebben we  nog zangers aan boord, dan heeft de stand-up comedian ook even pauze, en als die mevrouw op rij veertien, die mevrouw die er zo afgetraind uitziet een paar oefeningen met u samen doet, dan loopt niemand het risico op trombose. Ik stel voor dat de KLM voortaan niet meer vraagt wat uw leeftijd is, maar wat uw beroep is en aan de hand van uw beroep krijgt u een persoonlijk aanbod voor een ticketprijs. 

zondag 8 september 2013

flip flops

‘Welke schoenen zal ik meenemen’?, vraag ik als ik onze koffer inpak. ‘Minder dan de vorige keer’, hoor ik terugroepen. Ik kijk naar de zes paar schoenen die klaar liggen en schuif één paar onder het bed. Eén paar nette schoenen, je weet nooit waar je terecht komt en voor de rest vooral schoenen die overal bij kunnen. Met andere woorden flip flops en flatjes. Schoenen die makkelijk aan en uit gaan. Even naar het strand is geen probleem, je schopt de schoenen snel uit, schudt het zand eruit en trekt ze weer aan. Met de slippers helemaal geen probleem. Slippers staan leuk onder een korte broek, onder een lange broek, onder een rokje, jurk, ga maar door. En tegenwoordig zijn ze nog leuk ook, met de nodige bling bling zijn het echte eye catchers.
De eerste vakantie met mijn man was in Europa. We gingen naar Oostenrijk. We hadden een grote bus, dus de vraag over welke schoenen ik mee zou nemen was er niet. Ik kon ze allemaal wel meenemen, plek genoeg. Als kind was ik ooit wel eens in Oostenrijk geweest en ik kon me vooral de camping herinneren en de bergen. We hebben er één beklommen, op begaanbare paden. Aan het einde van de tocht kregen we als beloning een stempel. Bij zes stempels zouden we een speldje krijgen, dus dat werd een doel, maar om die zes stempels te krijgen moest je ook zes bergen beklimmen en dat was een minder haalbaar doel. De andere bergen hebben we per auto afgelegd. Pas vlak voor de top liepen we enigszins hijgend de berghut binnen om de stempel te ontvangen. Het speldje heb ik niet meer. Of dat te maken heeft met enige onvoldoening weet ik niet. Waarschijnlijk door alle verhuizingen gewoon kwijt geraakt.
Ook die vakantie gingen we een berg beklimmen. Ik kom de tent uit met mijn flatjes aan, blote voeten erin en een korte broek aan. Mijn man komt de tent uit en heeft zware bergschoenen aan, dikke sokken en een stevige broek. De berg heeft even moeten wachten. We zijn eerst het dorpje ingereden om voor mij echte bergschoenen te kopen, want een berg beklim je niet op flatjes. Mijn verweer over Curaçao en de Christoffelberg op slippers mocht niet baten. Ik moest stevige schoenen aan.
Nu heb ik de hele vakantie slippers gedragen. Ik heb op die slippers alles gedaan, de tafelberg beklommen, door de kunuku gelopen, bij St. Jorisbaai door de mondi gewandeld. Zoals een echte Antilliaan betaamt. Af en toe even stoppen om een pika uit de zool te trekken om daarna weer door te lopen. Mijn man probeerde nu deze gewoonte over te nemen en heeft ook veel op slippers gelopen, maar die pika’s daar kon hij niet aan wennen. En hoewel geen berg voor hem te hoog is, was het ongelijke stoepje bij de grotten van Hato net een tree te hoog. Het vloeken ging hem steeds beter af in het Papiaments, nu het lopen op slippers nog. Op mijn vraag of we de Christoffel nog gingen beklimmen kreeg ik geen antwoord meer.  



zondag 1 september 2013

mondi girl

Yeah ik  ben een mondi girl geworden. Met een vriendin zijn we gaan rijden over privé terrein bij Wacao. Wat een prachtige, ongerepte omgeving. Zo puur. Veel natuurschoon, watertjes die ontstaan zijn, maar ook de boca’s waar een visser alleen zat te vissen. Een groep kampeerders die zich vermaakten  in het water en zichtbaar genoten van de koelte die het water hen bracht.
In twee auto’s reden wij over het terrein en na niet al te lange tijd stopte de auto voor ons en mijn vriendin stapt uit. We konden niet raden waarom , maar toen ook wij uitstapten bleek de weg verspert te zijn door een boze leguaan. We waren duidelijk op zijn terrein aangekomen en hij was niet van plan om te wijken voor twee auto’s, met daarin een paar wezens  die op twee benen rondlopen.  Ons gefotografeer bracht hem niet van zijn stuk, evenmin ons getoeter, geroep of enige pas in zijn richting. Sterker nog, hij hief zijn staart en zwiepte deze waarschuwend heen en weer. Tot de lol er toch vanaf ging en wij ons weg konden vervolgen.
Bij een groot cactusveld konden we naar hartenlust eten van de roze vruchtjes die we vonden op de cactussen. Het was weer even afkijken hoe het moest, maar ook nu lukte het weer. Erg leuk om te (her)ervaren, maar eerlijk is eerlijk, ik vind het nog steeds nergens naar smaken.
Na een paar uur rijden, uitstappen, pootje baden, souvenirs verzamelen en foto’s maken vroeg mijn lijf om een toilet. En hoewel ik op verschillende plekken op Curaçao waarschijnlijk een achtergelaten toilet zou kunnen vinden langs de kant van de weg, was dat hier geenszins het geval. Er zat niets anders op, ik zou een mondi girl worden. Ongevraagd, maar desondanks niet minder gewenst. Naast de auto, uit het zicht. Goed uitkijkend dat ik niet boven een cactus zou hangen. Je zult er maar invallen, ik moet er niet aan denken om de laatste paar weken van de vakantie  plat op mijn buik te moeten liggen, terwijl man en kind met een pincet alle cactusstekels uit mijn billen proberen te vissen.

Een kleine boodschap is gelukkig zo klaar, dus binnen afzienbare tijd stond ik weer naast de auto en kon mij bij de groep begeven, waar ik het predicaat mondi girl kreeg. Grote grijns en trots maakten zich van mij meester. Dat verdient een beloning. Ik ging op zoek naar een cactus voor nog één roze vrucht en terwijl ik die uit de cactus peuter moet ik toch even denken aan mijn mondi girl ervaring. Heeft de vorige mondi girl er ook aan gedacht om niet boven de cactus te hangen? Smaakt deze vrucht nu anders dan de vorige? En hoe zit dat met geiten? Denken die na voordat ze hun blaas legen? Om aan te tonen dat ik echt mondi girl waardig ben, heb ik de vrucht opgegeten zonder me daar nog druk over te maken. Yeah, ik ben een mondi girl. 

zondag 25 augustus 2013

Chibichibi

De vrijheid van een vogel is toch het ultieme gevoel van vrijheid. Je vliegt wanneer je wilt, waarheen je wilt en met wie je wilt. Nou is de oversteek over de oceaan voor de gemiddelde vogel toch een beetje ver, dus het zou fijn zijn om als tropische vogel geboren te worden. In de warmte, met een lekker briesje, zo nu en dan een flinke storm of orkaan, maar met genoeg bomen altijd plek om te schuilen.
Natuurlijk moet je als vogel wel uitkijken dat je niet gevangen genomen wordt. Dit zal in de koudere streken ( Europa, Noord-Amerika) minder vaak voorkomen, maar in de tropen des te meer. In Azië loop je het risico dat je met een lekker sausje op iemands bord terecht komt, in Europa zal dat hooguit gebeuren als je als kip of kalkoen geboren wordt. In Zuid-Amerika kan het gebeuren dat je gevangen genomen wordt om tentoongesteld te worden. Het liefst in een dierentuin in willekeurig welk land. Met een beetje geluk wordt je leefklimaat wel nagebootst en heb je het niet steeds koud, maar met een beetje pech zit je de rest van je leven aan een ketting vast op een stokje in de kou om die andere wezens, mensen genaamd te moeten vermaken.
Nee, als vogel moet je een beetje uitkijken en dan zijn mensen niet eens je ergste vijand. Stel je bent een Chibichibi, of een bariak hèl, een bachi pretu of een suikerdiefje, oftewel een klein geel vogeltje, met zwarte vleugeltjes en je hebt een leuk vrouwtje gevonden. Samen met mevrouw Chibichibi besluit je een nest te bouwen. Weken zijn jullie bezig met het verzamelen van takjes, draadjes uit de mop, stukje haar die rondwarrelen van hond of kat, kleine takjes van plantjes nabij en dan is het nest klaar. Je bevrucht je vrouw en zij legt haar eieren in jullie net gebouwde nest. Samen houden jullie de wacht en niet veel later worden daar ienie mienie kleine vogeltjes geboren. Om beurten worden ze gevoed, maar oh wee, daar schuilt het gevaar. De grote meneer Chuchubi houdt het nest ook al dagen in de gaten. En hij niet alleen, ook zijn metgezel is aanwezig. Ze prikken af en toe eens in het nest om te kijken of de kleine kuikens al vet genoeg zijn en als de mens er niet is om hem weg te jagen, zal hij een keer toeslaan.
Maar voordat meneer of mevrouw Chuchubi van hun lekkere maal zullen kunnen genieten is meneer Raton hen al voor geweest. Met een smoes weet hij zich toegang te verschaffen in het nest en voordat iemand nog een keer met zijn ogen kan knipperen zijn de ienie mienies verdwenen. Meneer en mevrouw Chibichibi verbaast achter latend.

Ik stel een algemeen rattenverbod in. Verboden toegang tot de tuinen. U dient zich te beperken tot de rooien. U mag zich tot tien centimeter buiten uw leefgebied begeven, mits u daarvoor een vergunning heeft gevraagd. Bij overtreding zullen wij ons beroepen op de wet: inheemse dieren in bedreigde staat. 

zondag 18 augustus 2013

1500 ambtenaren

En zo lees ik in de krant dat er een locatie gezocht / gebouwd gaat worden waar 1500 ambtenaren in gehuisvest kunnen worden. Curaçao heeft vijftien honderd ambtenaren en die willen ze het liefste op één en dezelfde plek onder brengen.
Ik vind het geniaal. Ook dat er zoveel ambtenaren zijn. Er wonen nu gemiddeld zo’n 150.000 mensen op Curaçao. Dat betekent dat er per tien inwoners een ambtenaar rondloopt. Laten we deze ambtenaren omscholen tot personal assistents. Het is voor iedereen een win-win situatie. Deze ambtenaren, nu personal coach genoemd heeft een eigen telefoonnummer en eigen bureau. Hij of zij staat in dienst van de tien personen die aan hem of haar zijn toegewezen. Laten we even hem zeggen voor het gemak van het verhaal. Hij moet vier en twintig uur per dag, zeven dagen per week beschikbaar zijn, maar dat hoeft geen probleem te worden. Gezien de hoeveelheid werk dat hij heeft is dit goed te combineren met een gezin en een sociaal leven. Immers, hij heeft een mobiele telefoon en kan veel vanuit zijn auto werken. Daarnaast, als hij een vrouw ( of twee) heeft, en daarbij vier of meer kinderen, dan zit hij zichzelf meegerekend al bijna aan zijn quotum van tien personen.  Hij hoeft dus alleen die dingen te regelen die voor zijn geliefdes van belang zijn.
Wat voor voordeel levert het op voor ons. De gewone man die een personal coach krijgt toegewezen. Kijk, als je een nieuw paspoort of rijbewijs nodig hebt, dan hoef je niet meer uren in de rij te staan bij het kantoor. Je belt je personal coach en hij regelt dit. Hij is gemachtigd om voor jou die papieren aan te vragen. Zo ook met het betalen van belastingen, bekeuringen, schoolgeld, boodschappen ( als hij toevallig ook je man is) en ga zo maar door. Jij hoeft niet meer in de rij te gaan staan. Je hoeft niet meer uit te zoeken hoe het allemaal geregeld moet worden.
Behalve het voordeel van tijdswinst heeft het nog een groot voordeel. Jij hebt tijd om met de kinderen leuke dingen te doen of met je man. En als je je man even zat bent, dan stuur je hem als personal coach rond met allerlei vragen en zaken die nog geregeld moeten worden zodat hij even een paar dagen  uit je buurt is. Je kan altijd je paspoort kwijt raken, een kleine botsing met de auto, wat een hoop verzekeringswerk met zich mee brengt, is zo geregeld, en andersom werkt het ook in je voordeel. Wil je juist je personal coach wat vaker zien (omdat hij nog niet je man is), ook dan is een verloren paspoort  een reden om iemand vaak te spreken.
Ik zou zeggen, kies een gebouw, er staan er genoeg leeg op het moment, huisvest die vijftienhonderd ambtenaren en verdeel de inwoners. Maak er een meerkeuze vraag van. Bie wie zou je het liefst onder gebracht willen worden? Geeft een aardige puzzel waar de vijftienhonderd ambtenaren toch zeker een paar jaar over na kunnen nadenken. Geeft ons de tijd of we ons paspoort nu al gaan verlengen of dat we nog even wachten.


maandag 12 augustus 2013

plassen onder de douche

Water is duur. Daar ben ik mee opgegroeid. Als er bezoek kwam uit Nederland namen we van te voren wat ‘regels’ door die bij ons in huis golden en één van die regels was, niet te lang douchen. Water is duur op Curaçao. Dus niet de kraan aanzetten, je op je gemak gaan omkleden, tanden poetsen, nog even iets drinken en dan pas eronder gaan staan. Dat zijn kostbare druppels die verloren gaan. De kraan aanlaten bij het tandenpoetsen was ook geen optie. Die hield je dicht. Toentertijd was ik nog niet zo milieu bewust, maar ook dat is nu een overweging. Slecht voor het milieu, slecht voor de portemonnee. Dat gasten uit Nederland daar minder erg in handen was niet vreemd. Water is hier immers nog steeds een stuk goedkoper en bovendien moet het water in Nederland eerst op temperatuur komen.
Op Curaçao heb je drie soorten water. Koud, in de avond en nacht, lauw, aan het einde van de dag en heet op het midden van de dag. Enige gradaties hierin heb ik nog niet gevonden. De kraan aanzetten en dan hopen dat hij minder heet wordt is geen optie, aangezien de leidingen nog altijd boven de grond liggen. Net zomin als de kraan aanzetten in de hoop dat het water warmer wordt. Als de buizen nog niet opgewarmd zijn door de zon heb je koud water. Punt, dat weet je en daar houd je rekening mee.
In Nederland zet je de douche aan en dan heb je even tijd om iets anders te doen. Voordat het warme water uit de ketel bij de douche is ben je soms een paar minuten verder. Natuurlijk kan ik onder een koude douche gaan staan, en daarmee water besparen, maar met de wetenschap dat het na enige tijd toch lekker warm wordt, wacht ik wel even.
Doordat het water loopt moet mijn zoontje altijd plassen. Om toch water te besparen vertel ik hem om het op te houden, zodat hij onder de douche kan plassen. Nu zijn er vrienden en familie die dat vies vinden, maar het is juist heel schoon. Het spoelt meteen weg, en komt uiteindelijk toch in hetzelfde riool terecht. Inmiddels is zoonlief gewend om onder de douche te plassen. Bijna geconditioneerd.

Ook zit hij op judo, elke dinsdagavond en na de les gaan alle jongens gezamenlijk douchen in een open ruimte. De douches gaan aan, die knullen staan daar, de één staat zijn haar in te zepen met shampoo, een ander zingt het hoogste lied en mijn zoon?  Die staat te kijken waar het douchputje is en ik zie aan zijn beweging dat hij hoge nood heeft. Ik schud hevig met mijn hoofd van nee. Niet hier schat, niet hier denk ik stil. Hij kijkt mij verbaasd aan en wil al roepen waarom niet, wanneer ik zijn buurman met een boog een flinke plas zie doen. 

dinsdag 25 juni 2013

sate kambing

Ik ben pas naar de Pasar Malam geweest. In Den Haag. De Tong Tong Fair, zoals die sinds een paar jaar heet. Elke keer weer is het een feestje. Die geuren, die kleuren, de muziek, maar vooral het eten doen mij elk jaar graag terugkeren. Bij de boeken stand even kort gedag zeggen bij Yvonne Keuls, wandelend door de tent Wieteke van Dort tegen het lijf lopen, en soms zelfs bekenden. Meestal zijn het bekenden van mijn ouders, die net als zij op vakantie zijn in Nederland en een stukje tropen willen meepikken. Weliswaar andere tropen, maar dat mag niet deren. Veel mensen, waaronder mijn voorouders, hebben ook jaren in de Oost gewoond, alvorens ze weer terugkeerden naar de West.
Net als de Antilliaanse keuken ben ik groot gebracht met de Indische keuken. Onze maaltijden zijn vaak een mengelmoes van beiden. Met een bord stobá doe je mij net zo’n groot plezier als met een babi ketjap. Alleen die kambing hè, die hoeft van mij niet zo. Net zo min als stobá die Kabritu. Ik heb het geproefd, zowel de Indische als Antilliaanse versie van de geit, maar hij kan mij niet bekoren. Ik heb het nog niet geprobeerd met een aardappel en andijvie, maar vermoed dat dat ook geen succes zal gaan worden.
Een maand geleden was er ook een Pasar Malam in Arnhem. Ook daar waren we, maar dat was een vergissing en daar trap ik toch om de paar jaar weer in. Het is het net niet. Of eigenlijk helemaal niet. Het begint al bij de binnenkomst, de eerste kraam die we zien is de snoepkraam die je ook op de kermis hebt. Niets Indisch aan. Niet veel verder staat de tassenverkoper, die ook op elke zaterdagmarkt te vinden is en ga zo maar door. De paar stands die wel Indisch zijn, zijn op een paar handen te tellen en dan het eten. Ook dat was het niet. Het smaakte als de Chinees in Nederland, dat wil zeggen, je hebt wel verschillende gerechten op je bord liggen, maar ze smaken allemaal hetzelfde.
Op de Pasar Malam word ik wel altijd overvallen door een gevoel van weemoed. Het is een soort van uitstervend geheel. De Indische generatie die in de jaren veertig naar Nederland is gekomen is oud geworden. Hun kinderen die altijd mee zijn gekomen naar de Pasar Malam zijn ook al grijs en de kleinkinderen, ach, die hebben er niet zo’n behoefte meer aan. Dat opa in een rockband speelt is best grappig, maar niet om aan hun vrienden te laten zien.

Ik blijf zolang de Pasar Malam er nog is maar flink genieten. Ik sla sambal in eet nog een bordje mee. Mijn zoon neem ik mee, opdat ik hoop dat hij er ook nog heel lang van kan genieten. En om hem helemaal in te laten burgeren in de Indische cultuur bestel ik voor hem een saté kambing. ‘Ja schat, lekker vleesje’, zeg ik als hij verlekkerd naar de bbq kijkt.