woensdag 24 april 2013

pinata


Piñata
Ja, sommige dingen wil ik toch eigenlijk liever niet delen. Er zijn van die dingen die je mondjesmaat wel eens verteld aan iemand. Maar nooit aan iedereen tegelijk. Nu gaat het over iets heel onschuldigs.
De piñata. Traditiegetrouw hadden wij die natuurlijk ook. Alleen woonden wij toen niet op Curaçao of Bonaire. Wij woonden in Nederland. In een gebied, ver weg van de randstad, dus alles wat maar even buiten het dorp om gebeurde was vreemd, laat staan een gewoonte die van 10.000 kilometer ver kwam. Uitheems en exotisch was het.
Kopen kon je ze niet, kopen kun je ze overigens nog steeds niet. Wel als je in Amsterdam of Rotterdam woont. Daar zijn toko’s die ze verkopen, wellicht ook in andere grote steden met een grote Antilliaanse gemeenschap, maar in Den Bosch en omstreken zal ik het niet kunnen vinden. Toen kon je ze ook niet kopen. Niet in de buurt waar wij woonden, maar ook niet in de Randstad. Er zat maar één ding op, zelf maken.
Mijn vader was zo handig. In een avond had hij een piñata in elkaar geknutseld. Twee keer per jaar werd er één gemaakt. Half november voor mijn verjaardag en eind november voor de verjaardag van mijn zus. Schitterend waren ze. Elk jaar weer. En schitterend vonden wij het, en onze vrienden. De piñata was toch echt wel het hoogtepunt van onze kinderfeestjes.
Toen we wat ouder werden, zo acht, negen tien jaar oud kwam elk jaar de vraag: willen jullie een piñata? Natuurlijk wilden wij een piñata. Wat een domme vraag. Wij scoorden daarmee bij onze vrienden, wij vielen op, in de goede zin van het woord. In oktober werd er al over gesproken op school. Jullie zijn bijna jarig, doen jullie weer een piñata, daarna werd pas de vraag gesteld: wie zijn er eigenlijk uitgenodigd dit jaar? Iedereen wilde hier bij zijn.
En de piñata bleef komen. Ook toen we tien, elf en twaalf jaar werden. Daarna niet meer. Maar we kwamen er mee weg. Niemand kende het fenomeen. Niemand wist ook dat je het eigenlijk maar een paar jaar doet. Ik heb geen duidelijk beeld  voor ogen tot welke leeftijd het nog acceptabel is om een piñata te hebben. En is het voor jongens anders dan voor meisjes?
Ik hoef me er eigenlijk ook niet druk over te maken. Ik woon in net zo’n dorp als vroeger. Alles dat anders i,s is exotisch. En ook wij maken de piñatas zelf, deze staat dan al dagen te drogen in de kamer en samen vullen we hem de dag voor het feest. Inmiddels is het bekend bij de meeste vriendjes wat ze ermee moeten doen, kapot slaan en dan vooral veel graaien, maar de eerste paar keer waren ze eng beleefd. Dan sloegen ze hem wel kapot, maar gingen dan één voor één een snoepje pakken en voorzichtig in hun zakje doen.
Ik ben benieuwd tot welke leeftijd wij hem blijven maken. Ik vermoed dat ook wij de vraag gaan stellen: wil je dit jaar wel of geen piñata. En zolang we hier wonen denk ik het antwoord wel te weten. Maar eh….. ssssst , niet aan iedereen door vertellen he. 

zaterdag 13 april 2013

bumperpech


De auto’s van tegenwoordig zijn toch niet zo stevig meer als vroeger. Toen kon je nog wel eens een stoepje meenemen, maar nu ligt gelijk je hele bumper aan gort. Grote gaten zitten erin. Je kan van de ene kant zo doorkijken naar de anderen kant.
De kinderen achterin hadden de grootste verhalen. De één was nog verder naar voren geschoven dan de ander. Met andere woorden, de klap werd bij elke vertelbeurt harder en de bumper ligt er nu toch wel helemaal af als ik hun verhalen mag geloven.
Balen is het wel. Even langs de garage rijden en vragen wat het gaat kosten. Och, mevrouw, het is een grote auto, dus grote bumper en tja, duur merk he, ja, en de radiator is ook kapot zie ik, nee, u moet wel rekenen op ongeveer 1000 euro.  En hoe lang gaat het duren? Ja mevrouw, ziet u, het is nu wel druk, even in de agenda kijken, ja, over drie weken heb ik een middag vrij, kunt u dan ook? Stoom komt ondertussen uit de oren. Hoe lang ben ik hem dan kwijt? Tja, als we verder niets geks vinden, dan moet het toch wel in één dag lukken. Eén dag meneer, en wie brengt mijn kinderen dan naar school en wie haalt ze weer op om naar de judo te gaan. Heeft u ook vervangend vervoer? Jawel mevrouw, dat kost u dan 20 euro per dag en 40 cent per gereden kilometer. Wilt u daar een verzekering bij? Weet u wat ik wil  meneer, ik wil een ‘mekaniko boi palu’ waar ik mijn auto kan laten maken.
Alsof je een emmer leeggooit. Pardon meneer. Ik ga Curaçao style. Ik rij naar een uitdeukbedrijf en vraag naar een mekaniko. Die kan mij een bumper verkopen voor 100 euro. Dan rij ik door naar een andere ‘mekaniko boi palu’ en die maakt voor ook 100 euro die bumper er weer onder.
Niks geen drie weken wachten, diezelfde week is het nog gemaakt. Niks geen vervangend vervoer. Nee mevrouw , u kunt wachten tot we klaar zijn, het duurt niet lang. Wacht ik bel mijn broer, de kinderen kunnen wel met hem meerijden. Tuurlijk mevrouw, geen probleem.
Die nieuwe bumper gaat er komen uiteraard. Dat moet wel, met zo’n tochtgat rijden is geen gezicht, laat staan of het mag. Als het niet de wegpolitie is die gaat bekeuren, dan is het wel de schoonheidspolitie, want het moet er ook allemaal wel een beetje fatsoenlijk uitzien.  Dat je elke auto hier kan pimpen met oogwimpers en dergelijke is geen punt, maar een bumper bij elkaar houden met een touwtje, of het portier dat loshangt, dat mag niet. Er wordt duidelijk met twee maten gemeten hier.
Dat doen ze trouwens ook met stoepranden. 

zondag 7 april 2013

beledigingen


Dit programma  bevat   zeer beledigende teksten over Caribische Nederlanders. Daar begon het programma van de NTR mee. Understatement van het jaar zou ik willen zeggen. Het hele programma is doordrenkt van beledigende uitspraken. Soms letterlijk, soms verborgen in de woordkeuze van de mensen.
Ik heb het programma de eerste keer niet in één keer kunnen uitzien. Ik werd misselijk na de eerste twee minuten en had echt even tijd nodig om op adem te komen. Nu heb ik door de week heen genomen het programma in zijn geheel gezien. Ik word er nog steeds misselijk van, maar minder dan voorheen. Dat kan uiteraard ook komen doordat de paaseitjes op zijn en dus niet meer in handbereik staan.
Ik heb begrepen dat er op het eiland volop over gesproken wordt. Er zijn nog net geen praatgroepen ontstaan om te kijken hoe nu verder, maar het zou geen slecht idee zijn. Ook op Facebook blijft het een bron van gesprek.
Zonder dat de personen die meedoen aan het programma het doorhebben, maken ze eigenlijk reclame voor het eiland.
Neem nou die uitspraak over het leven onder de boom. Ik bedoel, als u auto schade heeft en opgeknapt moet worden kunt u kiezen voor de spuiterij op Scherpenheuvel of u kunt kiezen voor die mekaniko onder de boom. Volgens de geïnterviewde in het programma heeft die toch niets te doen onder die boom. Het enige wat ze doen is domino spelen en zichzelf voorplanten. Dan kan een auto maken makkelijk ingevoegd worden. Daar is alle tijd voor. Er zijn geen wachttijden, u wordt direct geholpen en waarschijnlijk is het een stuk goedkoper.
Het verhaal over de slavernij is natuurlijk stuitend. En om dan rond te lopen met een parasol en waaier alsof je zelf net uit de 17de eeuw bent gekomen, maakt een karikatuur van jezelf. De mensen die deze uitspraken hebben gedaan, hebben niet eens in de gaten dat ze zichzelf zo belachelijk maken dat je als kijker eigenlijk alleen nog maar kan lachen. En dat is ook waar het eiland voor staat. Humor, plezier, dus lieve mensen, bedankt. Door u verschijning met parasol en uw uitspraken over de slavernij laten jullie zien dat er veel gelachen wordt op het eiland, dat de mensen een zonnig karakter hebben. Dat de mensen ook een dikke huid hebben en dit wel kunnen relativeren.
Die mevrouw die is verhuisd vanwege de geluidsoverlast. Dank u wel mevrouw dat u dat even noemt. Er is muziek op het eiland, er wordt gedanst, plezier gemaakt. Toeristen komen daar graag op af.
Dus, na misselijkmakend geen paasei meer te willen eten, loop ik nu vrolijk rond met een zak chips in mijn hand. Er is wel degelijk reclame gemaakt voor ons eiland, de manier waarop is enigszins anders, maar anders is wat wij zijn. Allemaal anders, en dat maakt ons zo uniek. Ik pas mij in ieder geval goed aan met al die paaseieren en chips. Ik creëer de billen die ook genoemd werden in het verhaal. Dikke billen waar men zo van houdt. 

dinsdag 2 april 2013

zomerkleding


Hoewel het nog winter is kan ik mij nu al verheugen op de zomer. De warme zon die het leven weer een beetje vrolijker maakt. Blote benen die onder korte broeken uit komen, blote voeten in slippers, geen vesten, truien of dikke jassen aan. Wel leuke zomerjurkjes en blouses met korte mouwen. Kortom bloter en luchtiger gekleed.
Helaas nemen sommigen in Nederland het bloter gekleed gaan soms wel heel letterlijk. Zo liep ik vorig jaar de supermarkt binnen en daar stond een buurtbewoner in zijn te korte broek, met zijn te dikke buik een krat bier af te rekenen. Ondertussen riep hij naar een kennis, die drie kassa’s verder stond af te rekenen hoe laat de barbecue zou beginnen.
Nu heb ik niets tegen barbecueën, zeker niet in de zomer, ook heb ik niets tegen kratjes bier, maar wel tegen te dikke bierbuiken die niet verhuld worden door kleding. Een simpel t-shirt volstaat mannen. En dan die voeten, waar geen schoenen onder zitten. Op blote voeten komt men de supermarkt binnen, met zwarte voetzolen van het straatvuil, nagels niet geknipt, laat staan schoongemaakt. En met die aanblik sta ik bij het vlees te bedenken wat ik die avond wil gaan eten.  Ook vrouwen in bikini top zijn niet vreemd hoor. En als het dan nog alleen jongeren waren, maar ook daar geen geluk. Juist de jongeren hebben shirt over hun bikini aan. Het lijkt wel of het de vrijgevochten veertigers en vijftigers zijn die lak hebben aan enige kleding ethiek. Zonder gêne lopen ze halfnaakt door het dorp.
Dat ze dat hier doen is één ding. Het zijn maar een paar weken per jaar dat het warm genoeg is om dit te doen. Het is jammer dat ze deze trend ook doorvoeren als ze op vakantie zijn. Ze verdiepen zich niet in cultuurverschillen en houden vast aan eigen gewoontes, die van schaars gekleed op pad gaan. Ook op Curaçao zie ik er altijd wel een paar. Dan zie ik ze lopen door Punda of Otrobanda op blote voeten, in badpak, met enkel een te kleine short aan. Of mannen met ontbloot bovenlijf. En waarom vraag ik mij af. Het zijn niet de mannen met een goed lijf die dit doen, dan zou ik een heel andere column schrijven.
Gelukkig zijn het nog altijd uitzonderingen en zie ik nog vooral mensen die zich wel kleden. Toch zie ik  er elke zomer minstens één en elke keer weer schrik ik.
Ik ben van mening dat iedereen zich moet aanpassen aan het land waar men zich bevindt. Ook in eigen land. Maar mocht dit de trend worden hier, ik weiger echt om in bikini de supermarkt binnen te lopen. Ik wil niet te boek staan als die veertiger die in bikini is gaan shoppen. 

zondag 24 maart 2013

snoepjes


‘Moet ik nog iets meenemen?’, is een vraag die elke keer gesteld wordt als bekenden naar Nederland komen. Ja natuurlijk is mijn antwoord, maar wat.  Het mag niet zwaar zijn, niet groot en je moet het hier niet kunnen krijgen.
Toen ik net in Nederland woonde wilde ik dat mijn ouders altijd candy corn meenamen. Die oranje met witte snoepjes. Mierzoet, maar zo ontzettend lekker en hier niet te krijgen. Zo ook met de pruim Chinès. En dan het liefst de verse, gekocht in kleine zakjes bij de snèk. Maar de familieverpakking was ook goed. Die ging er goed doorheen als vrienden in het weekend langs kwamen. Behalve etenswaren had ik ook een favoriete shampoo die ik hier niet kon krijgen. Dit was weliswaar zwaarder, maar werd evengoed meegenomen voor me.
Door de jaren heen zijn er een aantal dingen veranderd. Candy corn krijg ik niet meer weg en ook de pruim Chinès vind ik niet zo lekker meer. Wat nog wel altijd favoriet blijft is pk kauwgom. Van die kleine pakjes waar vier kauwgoms inzitten. Je bood altijd anderen wat van de kauwgom aan en iedereen nam altijd twee kauwgoms. Nooit één. Daar heb ik me ooit hier nog eens goed in vergist. Iemand bood mij een kauwgom aan en ik nam er twee, zoals ik gewend was. Helemaal verkeerd. Ik heb nooit meer een kauwgom gekregen van deze persoon.
Shampoo ben ik ondertussen hier gaan kopen. Niet omdat ik die anderen niet meer fijn vond, maar omdat die ook op Curaçao niet meer werd verkocht. Als ik dan toch moest veranderen van merk, dan maar een merk van hier, wel zo makkelijk.
Nog niet zo lang geleden heb ik gevraagd om mango’s mee te nemen. Ik zou eters krijgen en wilde een toetje met verse mango erbij maken. Nu had ik twee mango’s klaar liggen, hier gekocht in de supermarkt. Het verschil in smaak was heel erg groot. De mango’s van Curaçao hadden smaak, ze waren sappig, duidelijk zongerijpt en overheerlijk. De mango’s uit de supermarkt smaakten bijna net hetzelfde als mango uit blik. Ik had was kleine stukjes toegevoegd om het geheel wat volume te geven, maar ik zorgde er wel voor dat het merendeel van de mango in de schaaltjes uit Curaçao kwam. Het behoeft geen uitleg hoe hier op werd gereageerd. Dat mango zo lekker kon smaken hadden ze nog nooit geproefd.
Het enige waar ik nooit om hoef te vragen en wat altijd wordt meegenomen is de krant. Ik lees hem van voor naar achteren en nog een keer. Heerlijk om weer even het nieuws te lezen. Soms een paar dagen oud, soms een week oud ( als het een stapeltje kranten is dat mee komt), maar dat deert niet. Ik lees alles even graag en gretig. Nu nog een pk-tje erbij of een flesje kolita, mmmm, die kan ik ook wel eens vragen. Even bellen hoor.

zondag 17 maart 2013

Hygiëne


In de tropen kijk je niet altijd even nauw met hygiëne. Of juist extra nauw. Als je voor langere tijd in de tropen hebt gewoond schrik je niet meer zo snel van een paar mieren in de suikerpot of van wormen in het meel.
Het wordt zelfs beschreven in het kookboek, zeef het meel. De enige reden die ik kan bedenken om het meel te zeven is om de taart vegetarisch te houden. Hoe gezond meelwormen ook schijnen te zijn, ik wil ze ook niet in mijn beslag.
Dat er bij de snacks op het eiland viervoeters rondliepen met spitse neuzen, kraaloogjes en lange staarten was een enkele keer reden om door te rijden naar de volgende snack. Dat is als je ze zag, want zolang je ze niet zag waren ze er niet. Erg naïef gedacht natuurlijk, maar als je gaat nadenken wat er allemaal rondloopt door keukens, afvalbakken, maar ook over toonbanken, dan vergaat je eetlust toch enigszins.
Toen ik in Nederland kwam wonen vond ik het niet meer dan vanzelfsprekend dat het hier beter gesteld zou zijn met de hygiëne. Alleen al het klimaat zou een positieve invloed hebben op ongedierte. Hoe kan een mens zich toch vergissen.
Hygiëne bij het eten is een hot item op dit moment. In Nederland is er een  programma op de televisie. Dat heet de smaakpolitie. Daar gaat een meneer binnen kijken in de keukens van restaurants en bij studentenhuizen. Als je dat een paar keer hebt gezien dan wil je nooit meer uit eten. Schimmels groeien vlot weg, maar ook hier lopen de viervoeters rond.
Zelf merk ik het ook thuis; wij wonen in het buitengebied, wat inhoudt dat we aan de rand van het dorp wonen, met een sloot die achter ons huis doorloopt. En de Nederlandse sloot kan je toch vergelijken met een Curaçaose rooi. Daar wonen nu  eenmaal geen vissen , maar padden, muizen en ratten. Nu vind ik padden wel grappig, maar met ratten heb ik niets. Ziekteoverbrengers zijn het. Toen ik er dus een bij ons over de binnenplaats zag lopen, moest die gevangen worden. Met een rattenval is het uiteindelijk gelukt, nadat we eerst wat muisjes en ook vogeltjes hadden gevangen. Muizen mogen hier gerust rondlopen van me, zolang ze maar buiten blijven. Binnen horen ze niet. En aangezien onze kat, van bijna achttien jaar , met pensioen is, wordt er niet meer gejaagd. Het enige dat wij kunnen doen is schoonhouden en geen etensresten laten liggen. Leg dat maar eens uit aan een vijfjarige en zijn vriendjes.
Gelukkig zijn er hier geen kakkerlakken in huis. Die vind ik nog viezer dan ratten. In restaurants hier zie je ze ook niet, vind ik, maar ook daar kwam ik bedrogen uit. Bij de lokale afhaalpizzeria moesten we even wachten aan de bar. Net toen wij gingen zitten begon de bar te bewegen, of toch niet, er liep iets over de bar. Ongelooflijk maar waar, twee kleine kakkerlakken kwamen ons tegemoet. Ik denk dat de kakkerlakken het langer hebben overleefd dan de pizza. Die is rechtstreeks de prullenbak ingegaan. Je zou zeggen dat ik me toch even heel erg thuis moet hebben gevoeld. Ja, dat is waar, maar sommige dingen van thuis kan ik missen als kiespijn. 

zondag 10 maart 2013

groene voortuin


Wij kregen van de gemeente zomaar een voortuin. Dat wil zeggen, de gemeente heeft de weg die voor ons huis liep gereconstrueerd. Met andere woorden, ze hebben de weg een paar meter verderop gelegd en ons een half jaar in de rommel van het werk laten zitten.
Maar nu hebben we dus een voortuin. We mochten hem helemaal naar eigen wens inrichten. Mooi, we wilden wel een paar leilindes planten. Dat mocht niet. Geen bomen of planten die diepwortelen. Alle kabels van de telefoonmaatschappijen, alle Electra kabels, televisielijnen, etc  lopen ondergronds door onze voortuinen. Lage planten, wat gras, bestraten, dat mocht wel.
Na een avondje tekenen waren we eruit. Het zou gras worden, met een hegje en wat hortensia’s. Gras kopen was best een uitdaging. Je hebt dus verschillende soorten gras. Siergras, speelgras, schaduwgras, en ga zo maar door. Ik weet dat er op Curaçao ook verschillende soorten gras zijn. Dat kon je goed voelen met je voeten. Het ene was zacht, de ander stug, weer een ander prikte.
Goed, we maakten een keus en zaaiden het gras in. Nu was het wachten tot de eerste sprietjes naar boven zouden komen. Dat gaat dus aanmerkelijk minder snel dan ik dacht. Ondertussen had menig automobilist moeite met recht rijden over de weg, want er werd regelmatig door onze voortuin heen gereden. Veel bandensporen waren het bewijs. Wij weer aanharken en opnieuw inzaaien.
Een hek eromheen zetten mochten wij niet, omdat wij met de gemeente een soort van adoptieregeling hadden getroffen wat betreft onze voortuin. Dus het bleef bij harken en irritaties tot ik er op een avond echt schoon genoeg van had. Ik had een veel beter voorstel.
Ik wil een tuin met alleen maar voordelen. En die bestaan, ik heb ze gezien op Curaçao. Je hoeft enkel één keer per jaar te verven, geen bandensporen door het zand, niks meer aanharken, de kids kunnen er overheen fietsen, auto’s kunnen er parkeren als het nodig is. Geen kosten om de planten water te geven in de droge zomermaanden, geen bladeren aan harken in de herfst, geen bomen of planten inpakken als te koud wordt.
Mijn zus heeft prachtige palmen in haar tuin. Dat is haar stukje Curaçao thuis, maar de helft van het jaar kijken ze tegen een grote ingepakte bos bloemen aan. De palm moet letterlijk ingepakt worden tegen de kou. Net als wij, met dit verschil, dat de palm constant die jas aan heeft.
Mijn voorstel was een voortuin Curaçao style. We zouden het hele stuk volstorten met beton en dan groen verven.  Ta klà.
(Maar ook hier gooide de gemeente roet in het eten. Zij moesten te allen tijde bij de kabels kunnen. Graven was geen probleem, maar beton weghakken en opnieuw storten kon niet. )