zaterdag 2 maart 2013
investeren
Lieve ondernemers op Curaçao willen jullie alstublieft stoppen met investeren in het eiland? De vraag is puur persoonlijk en heeft niets met jullie bedrijven of ondernemingen te maken.
Ik zie regelmatig foto’s voorbij komen op facebook en dan schrik ik. Ik ken mijn eiland niet meer terug.
Neem nou klein Curaçao, ik zag daar toch echt rieten afdakjes en een soort van eet/drinkgelegenheid? De laatste keer dat ik er was, en dat is inderdaad heel lang geleden, stond er een vuurtoren en een wrak van een vastgelopen schip. That’s it, en dat had zijn charme. Met zijn allen op de Mermaid, koelboxen mee met drinken en eten voor een hele dag. Goed nadenken wat je at en dronk, want op is op en even naar de snack lopen kon niet. De boot kwam pas weer aan het eind van de middag. Je zorgde dat je vooral genoeg zonnebrandcrème bi j je had en je had een superdag.
En dan al die stranden aan de zuidkust. Ze worden allemaal opgekocht door grote investeerders die er van die hysterische stranden van maken. Glijbanen, bedjes, palmbomen en maar entree vragen. En niet zo’n klein beetje ook. Je moet tegenwoordig een flink eind rijden wil je nog gratis kunnen zwemmen in de zee.
Los van bovenstaande voorbeelden verbaas ik mij er iedere keer over hoeveel winkels erbij zijn gekomen, en tegelijk hoeveel er zijn verdwenen. Ik hoef mijn ondergoed niet meer bij die ene winkel in Nederland te kopen. Zij zitten nu op Promenade. Ook de drogist, die op Zeelandia is gekomen, zit hier in elk dorp. Dat is niets bijzonders.
Als u dan toch wil investeren in het eiland, investeer in het groen. Maak de mondi’s schoon, geef gratis voorlichting aan de bevolking, zodat u een attitude verandering teweeg kan brengen, opdat de bevolking zelf ook graag het eiland schoon wil houden. Help de dierenartsen en het asiel in hun strijd tegen loslopende honden. Steriliseer mee. Doe iets aan het onderwijs. Er is zoveel waar u in kan investeren. Nee, het verdient niet die tonnen per jaar die u nu verdient, maar u verdient zoveel meer. U verdient respect, van het volk, van de burger, daar kan geen volle portemonnee tegenop. Dat betaalt zich terug.
Nog een kleine noot ter afsluiting. Ik kan me wel voorstellen dat als je op Curaçao woont je blij bent met deze veranderingen, maar als Antilliaan in Nederland gaat het mij te snel. Ik heb een voorstel, voor elke nieuwe winkel, snack, strandbar die er komt zou een maatschappelijk verantwoord tegendoel moeten zijn. Dus overheid, grijp je kans, ik geef u gratis advies. Komt de investeer bij u aan omdat ze graag een stuk grond opkopen, prima, maar tegen restricties, u mag een hysterisch strandparadijs bouwen, mits die gratis toegankelijk blijft op de zondag. Of ja, u mag die nieuwe winkel bouwen in Punda, maar dan verwachten wij dat u op zondag meehelpt in het dierenasiel.
zondag 24 februari 2013
gelijkvloers
Ons huis heeft één verdieping. Het huis van mijn zus al
twee. Volgens mijn zoontje woont mij zus in een hotel, met al die kamers.
Hij sliep boven en wij beneden. Maar daar was meneer het
niet mee eens. Ook hij wilde beneden slapen. Net als iedereen, was zijn
verweer. Net als papa en mama en de poes. Tegen dat laatste kon ik niets meer
inbrengen, dus hij mocht ook naar beneden. We hadden nog een kamer over, dat
wil zeggen, dat was studeerkamer, maar goed, we wilden het best proberen. Niet
alles meteen omruilen, maar een proefperiode van een paar weken.
Het gevolg is nu dat hij slaapt tussen heel veel
boekenkasten en ik werk , terwijl ik kijk naar een posten van Pluk van de
Petteflet.
Als kind had ik mij nooit gerealiseerd dat wonen op één
woonlaag erg prettig is. Het was vanzelfsprekend. Iedereen woonde op dezelfde
verdieping. Je had maar één verdieping. Hooguit een paar treetjes om je huis binnen te
komen. Ooit bedacht om het stof van het zand, uit de tuin, buiten te houden.
Toen wij ons huis kochten vond ik het meteen erg fijn dat we
maar één verdieping hadden in dit huis. Je hoefde hooguit één trap op. En nu
die kleine beneden slaapt hoef ik niet meer meerdere keren per dag naar boven.
Ik werk er nu, dus dat is één keer heen en één keer terug.
Voor de rest hebben wij alles gelijkvloers. Mensen vragen
wel eens bij binnenkomst of ik heb moeten wennen aan dit huis. Nee joh, zeg ik
dan altijd, het is net als vroeger. Alles gelijkvloers, heerlijk. Ik snap ook niet dat er op Curaçao steeds
meer de lucht in wordt gebouwd. Ik zie
het als een soort van luxe. Het ene huis is nog groter dan het andere en dan
die verdieping erop. Dat is het. Wat ze dan vergeten is dat je dan ook al die
trappen op moet. Als je kind ziek is,
kun je een trap op. Wat zeg ik, dan kan je die trap wel tien keer op. Ben je
aan het opruimen, dan kan je die trap weer op. En waar lag nou ook alweer dat
ene boek. Oh ja, boven, en daar ga je dan weer.
Als student heb ik
altijd in een flat gewoond en dat beviel prima. Ook alles gelijkvloers. Net als
nu, maar dan met minder mensen om me heen.
Nee, ik zou niet anders meer willen. Het voelt als thuis,
het is luxe.
zondag 17 februari 2013
zumba
Ik draai naar links, zet mijn voet op rechts, kijk in de
spiegel en zie dat het goed gaat. En nog een keer. Meerdere keren herhaal ik
deze passen, waarna we met de heup wiegend een paar passen naar rechts maken.
Zumba lessen zijn een groot feest voor mij. Ik ken de
pasjes, ik ken de muziek, ik ken het ritme. De mevrouwen naast mij hebben er
duidelijk meer moeite mee. Ga ik zwierend naar links, staan zij nog worstelend
met hun rechterbeen tegen hun linkerkuit aan, te bedenken of rechtsom ook echt
rechts is, of door de spiegel bekeken misschien links. Ondertussen ben ik drie
maten verder als ik mijn buurvrouw in een te snel tempo op mij af zie komen.
Nee buurvrouw, denk ik, met een verschrikt gezicht, naar
links, naar links, maar niks links. De enige die nog een botsing kan voorkomen
ben ik zelf en heupwiegend doe ik een aantal passen naar voren. Dit brengt mijn
buurvrouw dusdanig van haar stuk dat ze abrupt stil staat en de spiegel inkijkt
naar de leraar. Nog even en ze steekt haar vinger op om te verklappen dat ik
het niet goed deed.
Goh, zou je denken, met al die spiegels, het was duidelijk
zichtbaar. Ze zwiept haar haren naar achteren. Het zweet spat uiteen bij deze
onverwachte beweging en om aan dit zweetbad te ontkomen doe ik weer een paar
passen in de andere richting. Beter blijf ik een beetje uit haar buurt.
Ik was begonnen met Zumba voor het sporten. Gezond, gezellig
en volgens intimi niet moeilijk. Inderdaad. Het is niet moeilijk, danspasjes op
merengue’s, salsa’s, bachata’s, etc. Hoe moeilijk kan het zijn……voor een
Antilliaan. Ik hoor de muziek en beweeg al. Uitslover, hoor ik sommigen denken,
maar ik kan er niets aan doen. Als ik de muziek hoor dan ga ik bewegen. Ik moet
gewoon, ik kan het niet stoppen. Dit in tegenstelling
tot mijn buurvrouw in de zaal. Die begint te zuchten als de muziek begint. Daar gaan we
weer, hoor ik haar denken. En dan is het nog vrijwillig ook.
Na een uur springen,
dansen, draaien, heupwiegen zie ik om mij heen allemaal kletsnatte vrouwenlijven.
Hoewel de reclames doen vermoeden dat er net zoveel mannen als vrouwen aan
Zumba doen, heeft de Brabantse man zich nog niet laten zien. Althans niet bij
ons in de sportschool. Zumba wordt bij ons in de sportschool gegeven. Het wordt
ook verkocht als workout, maar wat het voor mij niet is, is een sportuitdaging.
Na dat uur heb ik nog geen natte draad aan mijn lijf hangen. Ik heb hooguit
licht buiten adem, maar dan houdt het ook op. Ik snap het wel. Het komt bij mij
van nature, ik beweeg en hoef niet na te denken, dit in tegenstelling tot mijn
buurvrouw, die moet bij elke pas nadenken wat haar volgende pas moet zijn. En
doordat ze nadenkt loopt ze steeds uit de maat, wat ze weer wil corrigeren, wat
dan niet lukt, en zo houdt ze de vicieuze cirkel zelf in stand. De enige
spieren die bij mij een soort van workout krijgen, zijn mijn lachspieren, maar
wel stiekem. Ik wil de buurvrouw niet boos maken. Kijk uit, daar komt ze aan en
snel verander ik van richting. Ik buk om de zweetdouche te ontwijken en biedt
haar mijn haarelastiek aan.
zaterdag 9 februari 2013
dranghekken
Carnaval is alweer voorbij als u dit leest, maar dat deert
niet. Mijn verbazing kan ook nog lang daarna gelezen worden.
Ik zag dranghekken
bij de optocht van de carnaval. Ongelooflijk. Het zal allemaal met veiligheid
te maken hebben en er zullen vast mensen over nagedacht hebben, maar lieve
mensen, dranghekken?
Het ware volksfeest, op straat, dansen met elkaar, met
bekenden uit de stoet wordt hier nu weggehaald. Ik had al begrepen dat het al
zo’n moeite kostte om nog überhaupt een staanplaatsje te kunnen vinden, omdat
er zoveel tribunes waren gebouwd.
Ik weet nog dat wij op de Rode weg stonden. Uitbundig dansen
met de mensen om ons heen, met de mensen uit de stoet. Drinken haalde je bij de
snack, een kippenpoot kreeg je soms van de buren. Ongedwongen en gezellig. Niet
georganiseerd en geen puinhoop.
Aan het einde van de stoet liep je mee. soms al eerder als
je een bekende tegenkwam, maar de grootste groep sloot achteraan aan. achter de
laatste brassband liepen we swingend mee tot het einde van de rit. Dat kon
allemaal, dat mocht allemaal. Dat had sfeer.
Nu vraag je om problemen denk ik, mensen willen toch die
bekende even groeten in de stoet, je springt dus over het dranghek wat niet mag
en naar alle waarschijnlijkheid is er opdracht gegeven om daar tegen op te
treden. De beveiliging staat klaar om mensen weer terug te sommeren over de
hekken heen. En dat met drank in het spel is vragen om problemen.
Ik weet niet wie dit heeft bedacht, maar het kunnen dit keer
geen Nederlanders zijn. in Nederland staan nergens dranghekken bij de
optochten. Daar loopt iedereen over straat en als je een bekende tegenkomt dan
loop je een stukje mee.
Ja, dat zorgt soms voor opstoppingen, maar dat weet je. Daar
hou je al rekening mee. in de opstoppingen kun jij mooi iets te drinken halen
of even een plaspauze houden zonder dat je vele mist van de optocht.
Met andere woorden, de functie van de dranghekken kan meteen
onderuit gehaald worden. Nu heeft het vooral heel veel geld gekost. Dat geld
hadden ze beter kunnen besteden aan drankhekken. Niet langs de hele stoet, maar
om de honderd meter drankhekken. Hekken waaraan watertappunten aan bevestigd
zijn, zodat je daar gedurende de dag gratis water kan bijtappen in je eigen
fles die je van thuis hebt meegenomen.
Kijk, dan geef je het geld ook uit aan de bevolking, maar op een sympathieke
manier.
zondag 3 februari 2013
Psssst....
Je hoort het hier niet vaak meer. Dat je wordt nagefloten
als je op straat loopt. Als je de verhalen mag geloven werd je vroeger altijd
nagefloten als je langs een bouwplaats liep. Ik geloof niet dat dat nog
gebeurt. Kan dat natuurlijk meerdere redenen hebben.
Er wordt in de winter
minder gebouwd, het is koud, dus de mannen hebben wel iets anders aan hun hoofd
dan vrouwen nafluiten.
Of … er zijn te veel
aanklachten geweest van vrouwen, waardoor de mannen het niet meer in hoofd
halen om te fluiten. Voordat ze het weten hebben ze weer een proces aan hun
broek hangen en eigenlijk hadden ze liever zo’n vrouwtje aan hun broek hangen.
De derde reden waarom het misschien niet meer, of minder
gebeurt kan ook mijn leeftijd zijn. Zo kom je op een punt dat je niet meer
wordt nagefloten. Je kijkt nog een keer in de spiegel, tja, je moet bekennen
dat je haar wel eens beter heeft gezeten en ja, die broek had allang een keer
meegegeven mogen worden aan het goede doel, maar hij was nog heel, dus zonde om
weg te doen. Dat bouwvakkers dan niet meer fluiten kon je je nog wel
voorstellen, maar leuk is anders.
Natuurlijk moet je als vrouw mopperen als mannen je
nafluiten. Dat wordt ons geleerd. Dat het niet zo hoort. Dat je je er maar
niets van moet aantrekken, dat het ordinair is en dat ze dat bij iedereen doen.
Maar als jij niet meer iedereen bent, dan wordt het toch een ander verhaal.
Voortaan toch maar wat lippenstift opdoen voordat je de deur
uitgaat. Of in ieder geval die schoen met die hakken in plaats van die platte
zolen. En als je de eerste keer bij het langslopen niet gezien wordt, dan kan
je altijd nog een paar keer op en neer. Dan heb je uiteindelijk wel spijt van
die hakken, maar a la, je moet er iets voor over hebben.
Een andere methode is wat duurder, maar we effectiever. Je
loopt het reisbureau binnen, je koopt een reisje naar Curaçao. Het liefst
alleen of met je vriendinnen. Niet met je vriend of man, die moet je thuis
laten. Bij aankomst op het eiland ga je zo snel als je kan naar Punda. Zo tegen
de avond moet het toch lukken. Nagefloten worden. Op zijn Curaçaos dan wel te
verstaan. Psssst. En als je echt veel geluk hebt, dan hoor je nog een skaatje
erachteraan.
Natuurlijk hoor je het niet leuk te vinden. Je kijkt de man
ook echt vernietigend aan. Je zegt niets, je tuit je lippen en je probeert een
soort van afweergeluid te maken, maar stiekem, heel diep van binnen, gloei je
weer. Yes, denk je, ik wordt weer nagefloten, ik mag er nog zijn. Niets haren
die niet in de juiste coupe zitten, of rok die al even uit de mode is. Je
vrouwzijn wordt erkend.
zaterdag 26 januari 2013
Mijmeringen
Naarmate ik ouder word, merk ik dat ik melancholischer word.
En niet alleen ik, ook mijn vrienden om mij heen. Alsof we nu pas doorhebben
dat het leven eindig is. We maken bewust en onbewust de balans op. Wat hebben
we tot nu toe gedaan, wat willen we nog doen. Gaat dat nog lukken? Doen we dat
hier of gaan we terug? Ik heb jarenlang geroepen dat ik hartchirurg zou willen
worden. Kijk, dat is zoiets, dat gaat niet meer lukken. Dat moet ik niet
willen. Niet voor mijzelf, om nog zoveel jaren te moeten gaan studeren voor
zoveel geld, maar ik moet dat zeker niet willen voor die arme mensen die een
hart operatie nodig zouden hebben. Ik zou geen beste arts zijn. Als ik de opleiding
medicijnen al zou halen, dan zou dat met magere zesjes zijn. Niet genoeg voor
een nieuw hart.
De balans opmaken hoor ik veel vrienden doen. Curaçaose vrienden
in Nederland spreek ik daarover. Een terugkerend ding is altijd weer: blijven
we in Nederland wonen of gaan we terug. Eigenlijk zegt iedereen dat ze terug
willen. En toch blijven we hier. We kiezen voor veiligheid en zekerheid.
Maar ondertussen luisteren we steeds vaker naar de muziek
van de Antillen, niet alleen de merengue’s van welleer, we kunnen nu ook de
walsen, mazurka’s en danza’s waarderen. We lezen de kranten online, we lezen de
boeken van bekende auteurs van de Antillen. Boeken die we op de middelbare
school moesten lezen. Toen wilden we niet, maar moest het. Nu hoeft het niet en
willen we het.
We kijken naar foto’s van vroeger en halen herinneringen op.
We hebben het over vrienden van vroeger waar we al in geen vijfentwintig jaar
contact mee hebben gehad, alsof het nog steeds beste vrienden zijn. We organiseren reünies met vrienden van toen.
We koken de heerlijkste gerechten met kruiden die we bij de toko halen. Steeds
vaker en steeds meer.
Bij elke mijmering, of dat nu onder het eten is, of bij een
gezellig samenkomen van vrienden, maak ik toch steeds weer de balans op. Wat heb
ik tot nu toe gedaan? Wat wil ik nog doen? Moet dat hier? Of kan dat ook op
Curaçao?
Ik vind dat alles kan op Curaçao. Zolang je er maar in
gelooft. Mijn vrienden geloven dat niet allemaal, dat levert leuke gesprekken
op, waarbij we aan het eind van de avond allemaal voor ons uit staren.
Luisteren we naar de Caribische klanken uit de stereo, de schaal met pasa palu’s die komt nog eens
voorbij. Totdat de stilte doorbroken wordt met een: Ken je die en die nog? Van
je weet wel. Die zat ook bij ons op school. Die haalde in de pauze altijd een
johny cake bij de snèk. En zo kabbelt de avond voort, zo gaat het leven verder
en tellen we er al gauw weer een paar jaar bij op, voordat we ons de vraag
stellen: wat hebben we tot nu toe gedaan? Wat willen we nog doen? Doen we dat
hier of gaan we terug?
maandag 21 januari 2013
wandelen
De feestdagen zijn weer voorbij. De vele kerstdiners ook. De
kilo’s zijn gekomen. Om te blijven vermoed ik. Nu kan ik natuurlijk wel gaan
sporten. Het zou een goed voornemen zijn, maar gezien mijn ervaringen van
vorige jaren , een kansloos verhaal. De sportschool werd almaar rijker van mijn
contributie en mijn conditie ging niet vooruit. Na drie keer zeer fanatiek
aanwezig zijn had ik de vierde keer toch wel een hele goede smoes. En de vijfde
keer een nog betere, en de zesde hoef ik niet meer uit te leggen. Hoewel ik dus
niet meer naar die sportschool ging kon ik het abonnement nog niet opzeggen,
dat had ik voor drie maanden afgesloten.
Op Curaçao ging ik nog wel eens lopen bij Corédor. Gezellig
met een paar vriendinnen of met mijn ouders. Dat lopen was meestal een
avondvullende bezigheid. Niet alleen de beenspieren werden daarbij in werking
gezet, ook de kaakspieren. Er werd een hoop gekletst en besproken. Niet alleen
met de mensen waarmee ik kwam, nee, vooral met iedereen die ik tegen kwam.
Het leek wel of heel Curaçao aan de wandel was in de avond.
Om de paar meter kwam je wel weer een bekende tegen. Die liepen ook weer met
vrienden, dus de week erna waren die vrienden ook jouw bekenden geworden.
Ik heb het hier wel eens geprobeerd. Wandelschoenen aan en
lopen maar. Het begon goed. Al voordat ik de hoek om was had ik mijn eerste
gesprek al gevolgd. De buurvrouw. Ze stond haar auto op te ruimen. Nadat we dag hadden doorgenomen
ging ik verder. Ik groette nog een paar buren bij het voorbij lopen van hun huis
tot ik langs de maïsvelden liep. En daarna langs een paar weilanden met
schapen. Nu vind ik lopen al niet leuk, maar a la, als ik dan bekenden tegenkom
word het nog beetje leuk. Nu was de buurvrouw natuurlijk gezellig, maar meneer
en mevrouw schaap zeiden zo weinig terug.
Een corédor zoals op Curaçao is hier niet. De vergelijking
die er het dichtst bij ligt heet de sportschool. Zo’n gebouw waar je een
abonnement voor moet afsluiten en waar je elke week jezelf in het zweet werkt,
en toch is het anders. Ik heb hier groepslessen gevolgd. Dan lig je in een zaal
met dertig vrouwen. Aan gepraat geen gebrek zou je zeggen, maar het moest stil
zijn. Concentratie, adem in , adem uit. Denk aan je rugspieren, span die billen
aan. Ik hoor het aan en zucht, ik kijk mijn buurvrouw aan en zij mij en we
glimlachen lief. Dat is de enige beweging die mijn kaakspieren hier krijgen.
Al mijn goede voornemens ten spijt. Dit jaar zit sporten er
niet in. Het kost mij alleen maar geld. Ik had mijn voornemen al voor de kerst
gemaakt. Ik zou minder eten, dan hoefde ik ook niet naar die sportschool. Maar
net als al die andere goede voornemens die mensen maken is deze ook mislukt.
Misschien kan ik hem afschrijven op 2012. Dan heb ik nog een kans voor 2013. Ik
zal eens een rondje omlopen, kijken of ik nog op goede ideeën kom.
Abonneren op:
Posts (Atom)